Paars II aan de slag met sanering pluimveehouderij

Als het aan Paars II ligt, staat de pluimveehouderij de komende jaren een fikse reorganisatie te wachten. Waar ligt de gulden middenweg tussen milieu, dierenwelzijn en economische belang?

DEN HAAG, 1 AUG. Met de schrijnende beelden van de massale vernietiging van varkens nog op het netvlies, mag de consument zich de komende vier jaar opmaken voor meer dierenleed in de media.

Honderden meters legbaterrij - met schichtige, bijna kale kippen die met z'n vijven in een veel te klein hokje zitten - zullen op het scherm voorbijglijden. Onder Paars II komt de pluimveehouderij aan de beurt.

Waar vorig jaar de varkenshouderij werd gesaneerd, met de massaal uitgebroken varkenspest als stok achter de deur, zijn de komende vier jaar de kippenhouders aan de beurt. Een zware taak voor het ministerie, dat uitgerekend nu zijn bestaansrecht moet bewijzen. Hoewel de paarse partners er in de informatiebesprekingen geen knoop over hebben doorgehakt, gaan er toch steeds meer stemmen op om Landbouw als ministerie op te doeken en onder te brengen bij Economische Zaken en VROM. De nieuwe minister, Haijo Apotheker (D66), en zijn staatssecretaris, Geke Faber (PvdA), zullen het bestaansrecht van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij moeten aantonen.

Hoe dat ook zij, Paars II heeft zich ten doel gesteld de exorbitante groei in de pluimveehouderij een halt toe te roepen. Letterlijk staat er in het regeerakkoord: “De overheid stimuleert de pluimveesector actief om maatschappelijke knelpunten (...) op te lossen. Met name milieu en dierenwelzijn zijn in deze sector belangrijke aspecten, waarbij tevens de internationale concurrentiepositie in ogenschouw wordt genomen. Er zullen maatregelen worden getroffen indien de sector voor 1-1-2000 zelf onvoldoende maatregelen heeft genomen om gestelde doelen te bereiken.” Het liefst zou het kabinet de legbatterijen afschaffen.

Intussen heeft de pluimveehouderij wijselijk alvast zelf het eerste schot gelost. Nog vóór de verkiezingen presenteerden de belangrijkste belangenorganisaties een 'sectorvisie'. Daarin bepleiten zij een stop op verdere groei van de pluimveehouderij en meer aandacht voor milieu en dierenwelzijn, maar vooral ook voor de economische positie van de sector.

De 'sectorvisie', 'Iedereen kiplekker', kwam allerminst als een verassing. Al tijdens de debatten over inkrimping van de varkenshouderij was duidelijk dat veel varkensboeren hun toevlucht zouden zoeken in de pluimveehouderij. Het Tweede-Kamerlid Ter Veer (D66) liet dan ook per motie vastleggen dat de pluiveehouderij de volgende landbouwsector zou zijn die voor herstructurering in aanmerking kwam. Dat was het duwtje in de rug dat de pluimveehouders, verenigd in de Nederlandse Organisatie voor Pluimveehouders (NOP), nodig hadden.

Kern van het plan is een 'zachte sanering' zonder dat de economische aspecten uit het oog worden verloren. Dat betekent: afschaffing van de legbatterijen alleen in internationaal verband, een groeistop voor de sector (en dus geen inkrimping), en compensatie voor eisen op het gebied van milieu en dierenwelzijn in de vorm van een soepeler regelgeving van de kant van de overheid.

Ondanks de goede voornemens bleek eind juli dat de pluimveehouderij harder groeit dan ooit. Met in totaal 98 miljoen kippen (een groei van vijf procent ten opzichte van vorig jaar), dreigt Nederland dit jaar het record van 1992 (99 miljoen kippen) te overschrijden. De aanvragen voor bouwvergunningen namen toe, in geld gemeten van 13 miljoen naar 27 miljoen gulden. De aanvragen zijn grotendeels afkomstig van varkenshouders die “in de kippen gaan”, zoals ook voorspeld was.

De natuur- en dierenwelzijnsorganisaties zetten daar onlangs hun eigen visie op de toekomst van de pluimveehouderij tegenover, 'Samen hokken of samen scharrelen'. Kern van dat plan: legbatterijen vóór 2003 verbieden, de sector in twee stappen met dertig procent laten krimpen van 92 miljoen kippen vorig jaar naar 64 miljoen kippen in 2001 en stapsgewijs meer leefruimte voor legkippen tot stand brengen.

Uiteraard zijn beide plannen op essentiële punten met elkaar in strijd. Maar diervriendelijke methoden zijn soms ook milieuvervuilender dan de huidige efficiënte, maar dieronvriendelijke legbatterijen.

Milieumaatregelen gaan vaak ten koste van economische efficiency en dierenwelzijn, of van beide. En economische efficiency botst weer met dierenwelzijn en milieu. Intussen overschrijdt de mestproductie van de pluimveehouderij vele malen de toegestane limiet per hectare landbouwgrond. En dat aantal hectares landbouwgrond neemt steeds meer af ten gunste van woonwijken, infrastructurele projecten en natuurgebieden, zodat het mestprobleem ook groter wordt als de sector zelf niet groeit.

Exporteren van mest is vaak onmogelijk, omdat ook andere landen kampen met mestoverschotten. Het verbranden van mest is technologisch nog onvoldoende ontwikkeld en kost volgens critici meer energie dan het oplevert.

De overheid zal de komende jaren moeten proberen een schijnbaar onmogelijke coalitie tussen dierenwelzijn, milieu en economie te sluiten. Met een exportpercentage van zeventig procent van de totale eierproductie is de sector gebaat bij een afspraak over legbatterijen in het kader van de Europese Unie. Hogere kosten in Nederland zouden wel eens desastreuze gevolgen kunnen hebben. Aan de andere kant verlangt de maatschappij diervriendelijker en milieuvriendelijker productiemethoden.

Minister Apotheker treedt de komende jaren de sector “zakelijk en met open vizier tegemoet”, zei hij na zijn gesprek met formateur Kok. De pluimveehouders wachten gespannen af. Net als de consumenten hebben ook zij het schrikbeeld van de sanering van de varkenshouderij nog scherp op het netvlies.

    • Egbert Kalse