Ouderling

Opeens was hij jongen af. Voor de camera stond een man die geleden heeft. Het onrecht was hem in het gezicht gekropen: glazige ogen, grauwe wangen, stoppelbaard. Een geknakt hoofd. De stripfiguur was uitgegomd.

Toen hij nog Jerommeke was leek er geen einde te komen aan zijn dagelijkse blijheid. Altijd die guitige blik, altijd dat onbestemde lachje, altijd die bravoure. Niet klein te krijgen, ook niet na een verloren sprint. En maar kwetteren - in zijn mond werd het nooit winter.

Zo zal het nooit meer zijn. De 26-jarige sprinter is een oude man geworden. In een week tijd is alles versteend: zijn geloof in de mensen, zijn enthousiasme voor het wielrennen, zijn verlangen naar solidariteit, en wellicht ook zijn onvoorstelbaar vermogen om af te zien. Nagenoeg elke avond stond hij als woordvoerder van de TVM-renners voor de camera. Ik zag hem dag na dag krommer worden onder het juk van dit politieke leiderschap.

Renners spreken een schitterende binnentaal. Ze zijn altijd plastisch in hun overpeinzingen en beschrijvingen. Ook als het over vrouwen gaat. Gianni Bugno kan haarfijn uitleggen wat het verschil is tussen een appel- en een perenkontje. Maar van politiek hebben ze gelukkig geen verstand. En dat was nou juist wat van Jeroen Blijlevens verwacht werd: politieke uitspraken. De Brabander deed wat van hem gevraagd werd: hij hakkelde maar door over de EU, een politiestaat, boeven die van de overheid vrij mogen rondlopen, de hongerwinter, mensenrechten, dolgedraaide rechercheurs die de integriteit van het lichaam tot in de anus violeren. Soms schrok hij van zijn eigen woorden. Dan zag je dat hij zo graag iets liefs zou willen zeggen. Al was het maar een woordje tot zijn vrouw. Het mocht niet: Jeroen was woordvoerder.

Hij heeft het voortreffelijk gedaan. Tilde zich bekwaam over zijn persoonlijk leed heen. Tot in Zwitserland, toen brak de veer. Nog een keer werd hij jongetje: “Ik heb eerst contact gezocht met mevrouw Priem en met mevrouw Moors. Als zij hadden gewild dat ik was doorgereden, was ik doorgereden.” Het waren de laatste woorden van Jerommeke. Twee uur later stond hij in Zaventem als een asielzoeker. Zonder papieren.

Jeroen Blijlevens heeft zich gevoegd in de troosteloze stoet die op weg is naar het bejaardenhuis. Misschien fietst hij nog een poosje, maar het zal zonder vreugde en zonder passie zijn. Althans met geremd geluk. En hoe zal de kersverse ouderling maandag het kruisverhoor in Reims doorstaan? Is Jeroen nog wel bestand tegen intimidatie en hiërarchisch geschreeuw? Als hij nu ook nog een paar dagen wordt opgesloten is niet alleen een droom maar wellicht een leven vernield.

Maandag gaan de renners in de Tour de France hun eigen weg. Meteen is ook de illusie van solidariteit versplinterd. Ik geloof dat dit Blijlevens en de andere TVM-renners nog het meeste pijn doet. Natuurlijk hadden zij moeten weten dat solidariteit onder topsporters een sprookje is. Dat was het ook tijdens die zogenaamde protestetappe. Rituele leegte, meer was het niet. Ik zie Bjarne Riis en Jean-Marie Leblanc nu weer in gefluister naar elkaar buigen. De ene op de fiets, de andere in de auto. Na elk gesprekje schoven hun handen in elkaar. Die kleffe verstandhouding, dat deconflicterende onderonsje, er was zo weinig, wat zeg ik, er was helemaal niets oprecht aan. Ze bleven binnen de wielermoraal: twee heren met elkaar 'in de slag'. Waarna Riis zich met statutaire verhevenheid liet opzuigen in het peloton.

Er moet wel heel veel oud zeer bij de Franse justitie leven om zich met zoveel lynchethiek over de rug van de renners als autoritaire contrepouvoir te willen etaleren. Simpele wielrenners die in het holste van de nacht een Europese lidstaat ontvluchten: ach Europa.

Jeroen Blijlevens riep die woensdagavond de hulp in van een Nederlandse minister. Den Haag gaf niet thuis. Wat gaan we Frits Bolkestein en Erica Terpstra nog missen.