Oost-Duitsland vecht voor Ampelmännchen

BERLIJN, 1 AUG. Hij is het geheime wapen van de vroegere DDR. De man met de hoed in rood en groen. Tot voor kort stond hij bovenaan de lijst van uitstervende Oostduitse kostbaarheden. Rebellerende kunstenaars en zakenlieden wisten hem te beschermen tegen politici, die jacht op hem maakten. Nu dreigt hij in handen te vallen van de vroegere communisten.

Het Ampelmännchen is het liefdesobject van de Ossies. Als het stoplicht op rood staat, strekt de kleine man zijn armen uit en waagt geen voetganger zich op de zebra. Schiet het licht op groen, dan steekt hij zijn rechterbeen fier vooruit om naar de overkant te lopen.

In het Oosten van Duitsland is het mannetje in het stoplicht een persoonlijkheid. Maar dat werd niet begrepen door de Wessies, die kort na de hereniging in 1990 besloten in heel Duitsland hetzelfde mannetje het voetgangersverkeer te laten regelen: de Westduitse man zonder hoed. Daarover bestond geen twijfel.

Er brak een kleine revolutie uit in het Oosten. Onmogelijk, dat de stijve, levenloze collega uit het Westen het Ampelmännchen in de voormalige DDR zou vervangen. De Wessies liepen het Oosten onder de voet, maar dit geliefde symbool wilden de Ossies koste wat het kost zien te behouden.

Het Komitee Rettet die Ampelmännchen werd opgericht en bedacht een originele actie. Geen demonstraties, geen handtekeningen die verzameld moesten worden. In een stormachtige 'undercover-actie' van twee maanden werden in Berlijn duizenden plakkaten en zwarte t-shirts met het rode en groene Ossie-mannetje verspreid. De initiatiefnemers hielden zich op de vlakte, maar de pers raakte nieuwsgierig. Binnen korte tijd kregen tal van hoge dames en heren uit de politiek een dwingende microfoon onder hun neus geduwd. De Ossies waren in korte tijd al zoveel kwijtgeraakt, waarom moest ook nog het Ampelmännchen worden afgepakt?

Snel had het comité een enorme hoeveelheid sympathisanten uit Oost en West weten te mobiliseren, die het Ossie-mannetje wilden houden. De man met de hoed werd een rage. Tentoonstellingen werden georganiseerd over de diepere betekenis van het Ampelmännchen voor het Oosten. Boeken verschenen, sleutelhangers, lampen, bekers. Zelfs de beroemde Leonardo-glazen zijn te krijgen met de afbeelding van een Ampelmännchen. Cafés en een voetbalclub gebruiken het mannetje als mascotte. De grootste respons kwam op Internet. Meer dan een half miljoen 'surfers', van Amerika tot Finland, toonden interesse voor de kleine man in het stoplicht en schreven gedichten over hem.

De politici moesten wel door de knieën gaan. In het oostelijk deel van het nieuwe centrum van Berlijn, waar de bulldozers dag en nacht graven, is het Ampelmännchen weliswaar al in ettelijke straten vervangen door een Wessie. Maar vanaf de Friedrichstrasse schittert het Ossie-mannetje in het verkeer.

“De politiek is omgegaan”, zegt Jörg Davids in zijn zeefdrukkerij in de Berlijnse wijk Kreuzberg. Davids, 35 jaar, is vanaf het eerste uur lid geweest van de 'reddingsbrigade'.

Voor hem heeft de rage rondom het Ampelmännchen slechts ten dele met Ostalgie te maken. Voor de meesten gaat de actie veel verder, want serieuze heimwee naar de DDR hebben de initiatiefnemers van het comité, dat uit Ossies èn Wessies bestaat, niet. “We vinden het Ossie-mannetje gewoon mooier.” Toch zat het Davids en zijn vrienden niet lekker dat “alles in het Oosten werd platgewalst”. “Alsof niets goed was geweest. Bedrijven en banen gingen zo massaal verloren. Was dat echt wel nodig, vroegen we ons af.”

Davids vindt het een groot succes dat de politiek voor hun rage door de knieën is gegaan. In het oosten van Berlijn blijft het mannetje in de stoplichten staan. Minister-president Höppner van Saksen-Anhalt heeft ook zijn steun betuigd aan de man met de hoed. In Saksen zou het Ampelmännchen zonder enige twijfel in het verkeer zijn werk blijven doen, want het wordt in het Ertsgebergte geproduceerd.

Maar heeft het Ampelmännchen nog wel toekomst nu de vroegere communisten van de PDS het in de verkiezingsstrijd willen gebruiken?

PDS-voorzitter Petra Pau uit Berlijn noemde het groene mannetje onlangs “een oprechte kerel, die uit het Oosten het Westen binnenwandelt, niet om het te bezetten, maar om een plaats voor zichzelf te vinden”. Daarmee typeerde Pau haar eigen partij. In het Oosten, waar de ledenlijst van de vroegere SED-partij door de PDS is overgenomen, kan de partij rekenen op 20 tot 25 procent van de stemmen. Maar in het Westen van Duitsland is de aanhang van de PDS minimaal. Een populair symbool kan de partij wel gebruiken.

Daarvoor hebben Davids en zijn vrienden deze week echter een stokje voor gestoken, want zijn beschikken over het copyright.

“We hebben het mannetje niet alleen uit handen van politici weten te houden, maar ook uit de handen van de PDS”, zegt hij lachend. Unaniem en vreedzaam hebben alle leden van het comité besloten, dat ze voor de wens van de PDS niets voelen. Hoewel er in het comité toch ook enkele PDS-ers zitten, grijnst Davids.

“Iedereen mag onze t-shirts kopen met het Ampelmännchen erop. Maar ons mannetje op verkiezingsplakkaten van de PDS die in het hele land worden opgehangen?” Dat is de dood van het Ossie-mannetje.

Iedereen moet ongegeneerd met het Ampelmännchen kunnen rondlopen. Alleen mag het mannetje nooit 'seksistisch' of 'fascistoïde' worden gebruikt, waarschuwt het comité.