ONTAARDE STAD

Met enige verbazing las ik het artikel 'De ontaarde stad' in W&O van 11 juli 1998. Misschien zou ik eerst de oorspronkelijke stukken van de genoemde fysici en chemici moeten raadplegen, maar als ik ervan uitga dat Rob van den Berg alles goed heeft weergegeven dan lijkt het er op dat zij zaken aan het 'uitvinden' zijn waar ik, maar geenszins ik alleen, zo'n dikke kwarteeuw geleden mee werkte.

Wij maakten vooruitberekeningen van de spreiding van de verstedelijking met behulp van diverse modellen, waaronder de zgn. rank size verdeling (bekend geworden maar niet, zoals in het artikel staat, ontdekt door Zipf; dat was al in 1913 gedaan door Auerbach) en ruimtelijke interactiemodellen (wel geïntroduceerd door Zipf, maar wij gebruikten de verder uitgewerkte formulering van de Nederlandse statisticus Somermeijer uit 1961). Het ligt mij bij dat wij zelfs het gebruik van clustermodellen hebben overwogen, maar dat weet ik niet zeker meer. Wel, dat we in de jaren tachtig nog aan het toepassen van fractalen hebben gedacht. Al deze modellen werden verlaten naarmate, enerzijds, nieuwe onderzoekresultaten beschikbaar kwamen die een verfijndere causale benadering mogelijk maakten; en anderzijds, naarmate het ruimtelijk beleid meer invloed kreeg op de spreiding van de verstedelijking (die invloed is veel groter dan sommigen denken). De modellen waren bovendien voor praktisch gebruik in de beleidsvoorbereiding te weinig inzichtelijk. Dit is uiteraard een zeer summiere weergave van de factoren die in de loop der jaren een rol speelden bij veranderingen in aanpak met betrekking tot het modelleren van bevolkingsspreiding en verstedelijking; ik heb daarover juist enkele uitvoerige artikelen geschreven die dit en volgend jaar worden gepubliceerd.

Ik vrees dat de in het artikel bedoelde natuurwetenschappers in een fuik zijn gelopen die bij overschrijding van disciplinaire grenzen helaas altijd klaarstaat: iets nieuws menen te ontdekken wat in werkelijkheid al heel lang bekend is maar niet meer wordt gebruikt.