Museum is paradijs voor oud-kolonialen

De Belgische overheid gaat flink investeren in het Africa Museum in Tervuren. De presentatie wordt verbeterd en er komen 'inleeftentoonstellingen' voor jongeren. Dat is wat anders dan het huidige overzicht van maskers uit de vooraanstaande collectie Barbier-Mueller.

TERVUREN, 1 AUG. Toen het museum honderd jaar geleden werd opgericht, heette het 'Musée du Congo'. Bij de onafhankelijkheid van Kongo in 1960 werd dat 'Koninklijk Museum voor Midden-Afrika', en het nieuwe logo van het museum van Tervuren, op enkele boogscheuten van Brussel, verraadt een nog bredere ambitie: 'Africa Museum Tervuren'.

Het Africa Museum is een heus themapark van de koloniale tijd. Het biedt onder meer onderdak aan een complete opgezette dierentuin. Vogels kleven aan een geschilderde hemel, twee neushoorns stappen ons door het struikgewas tegemoet, terwijl even verder een luipaard zijn favoriete slachtoffer naar de keel vliegt - tot vreugde van de allerjongste bezoekers. Het leven der insecten wordt ons in oude spelling uitgelegd. Maar wat sommige vitrines ons over de Afrikaanse mens en cultuur bijleren, wisten we al uit 'Kuifje in Afrika'.

Toch broeit er wat in dit paradijs voor kleuters en oud-kolonialen. De Belgische staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels heeft immers recent een samenwerkingsovereenkomst met het Africa Museum gesloten, die deze instelling gedurende vijf jaar 50 miljoen Belgische frank (ongeveer 2,8 miljoen gulden) per jaar gaat opleveren. Uit onderzoek was gebleken dat de Belgische bevolking te weinig interesse toonde voor internationale samenwerking, en de plek waar de Belg en de Derde Wereld dichter bij elkaar kunnen worden gebracht, ligt voor Moreels in Tervuren. Het Africa Museum is immers een multidisciplinaire instelling die alle aspecten van Afrika belicht, van planten en dieren tot de cultuur van het continent. De staatssecretaris ziet deze steun gaan naar educatieve activiteiten gaan, zoals 'inleeftentoonstellingen' en publicaties voor het brede publiek.

Na een tentoonstelling over Zimbabwe pakt Tervuren nu uit met Het tweede Gezicht, een selectie van meer dan 150 West-Afrikaanse maskers uit het Zwitserse privé-museum Barbier-Mueller. In oktober van dit jaar komt Magisch Marokko aan de beurt. Het tweede gezicht is een reizende tentoonstelling en bestond oorspronkelijk uit 250 stukken. Omdat Tervuren heel wat Centraal-Afrikaanse maskers in huis heeft, en in een recent verleden een uitgebreide keuze daarvan had getoond, werden uit het Zwitserse ensemble enkel de West-Afrikaanse stukken geselecteerd.

Het is een hoogwaardig ensemble, dat zeker. Maar de omkadering is te beperkt. We leren dat maskers passen in complexe betekenisgehelen, en dat ze maar een klein onderdeel zijn van een 'multimediaal' totaalspektakel - één zo'n spektakel wordt geïllustreerd met een videofilm. Bij een beperkt aantal stukken ligt een tekst die iets vertelt over de feesten of ceremonies waarin het masker optreedt, de genootschappen waaraan het toebehoort of de symboliek die erachter schuilgaat. Dit had grondiger en systematischer moeten gebeuren. De tentoonstelling mist ook structuur. De stukken zijn ongeveer per etnische groep gerangschikt, maar zelfs die vrij algemene indeling werd niet duidelijk genoeg gearticuleerd. Zeker niet in de tweede en langste zaal, waar we langs een eindeloze maskerstoet flaneren, en van Het tweede Gezicht nog slechts een etalage van pronkstukken overblijft. Als het museum dan trots aanhaalt dat de maskers in hun 'traditionele context' worden gesitueerd, maakt dat vooral duidelijk dat men in Tervuren niet zoveel gewend is.

In 1999 ontvangt Tervuren de eerste 50 miljoen frank van staatssecretaris Moreels. Hopelijk is dat het sein voor ingrijpende aanpassingen. Het zal erop aankomen een actueel museologisch concept te bedenken zonder te vervallen in politiek-correcte camouflage. Dat de koloniale tijd hier van de muren druipt, is immers geen probleem. Het is zelfs een belangrijke troef. Het kolonialisme dat dit museum zo treffend belichaamt, zou in de toekomst tot een belangrijk thema kunnen uitgroeien. Tervuren kan een plek worden waar over de problematiek van de koloniale blik wordt nagedacht.

Maar hoeveel kunnen we verwachten van een museum dat zo lang bleef doorslapen? Achter het refreintje 'te weinig middelen, te weinig personeel', zo graag gezongen door Belgische musea die in het slop zitten, kan het Africa Museum zich straks niet meer verschuilen.

Het tweede Gezicht, West-Afrikaanse maskers uit de collectie Barbier-Mueller (Genève). Leuvensesteenweg 13, Tervuren. T/m 29 november, di t/m vrij 10-17u., za en zo 10-18u. Catalogus soft cover 1350 Bfr (Frans), hard cover 2100 Bfr. (Duits en Engels).