Minister De Vries moet verkopen wat hij afwees

Namens de SER presenteerde Klaas de Vries in juni nog een unaniem advies over de uitvoering van de sociale zekerheid. Paars was tegen. De Vries is nu minister. En moet een ander beleid invoeren.

DEN HAAG, 1 AUG. Zal Klaas de Vries, de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dezer dagen nog last hebben van gemengde gevoelens? Daar is, zo is te horen in sociaal-economisch Nederland, wel reden toe.

Graag schetst men nog even voorgeschiedenis en context. Klaas de Vries: voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), het walhalla van het poldermodel.

Geroemd om zijn natuurlijke gezag en kunde om compromissen te smeden. Hij maakt dat ook waar door, heel verrassend, een unaniem advies met werkgevers, werknemers en kroonleden te smeden over de uitvoering van de sociale zekerheid.

Groot is de teleurstelling als dat advies niet in het regeerakkoord wordt overgenomen. Paars maakt eigen plannen die een nieuwe bewindsman op Sociale Zaken door de Tweede Kamer moet loodsen.

Die nieuwe bewindsman, zo blijkt luttele weken later, is plotseling diezelfde Klaas de Vries. Deze week stond hij voor de deuren van de Eerste Kamer op het Binnenhof, vers van het bezoek aan de informateur, en zei in de microfoons zich te committeren aan het regeerakkoord. Met andere woorden: de minister moet dat verdedigen waar hij een paar uur geleden als SER-voorzitter formeel nog tegen was.

“Wij zijn erg nieuwsgierig hoe hij met dit probleem zal omgaan”, zegt de woordvoerder van de werkgeversorganisatie VNO/NCW met gevoel voor understatement. Dat geluid is meer te horen in kringen van de SER. Nogmaals dus die vraag: gemengde gevoelens?

“Geen sprake van”, zegt De Vries gisteravond gedecideerd. Natuurlijk, hij loopt lang genoeg mee en begrijpt best wel dat er nu ineens “mensen zijn die de neiging krijgen hijgerig te gaan doen”, maar er is “geen enkele reden voor opgewondenheid”.

De SER, zo legt hij uit, is een adviesorgaan en als voorzitter was hij dus ook adviseur. De politiek maakt het beleid en als minister is hij nu beslisser. Uiteraard, hij stond vierkant achter het SER-advies, maar nu is hij lid van een coalitiekabinet en liggen de kaarten dus anders: “We gaan rustig op pad met wat in het regeerakkoord is afgesproken.”

Terug naar de lente van dit jaar. Het kabinet vraagt, op de valreep van zijn bestaan, advies aan de SER over het gevoelige 'dossier' over de uitvoering van de sociale zekerheid. De bedoeling is het advies als bouwsteen te gebruiken voor het regeerakkoord van het nieuwe kabinet.

Op het departement van Sociale Zaken hebben minister Melkert (PvdA) en staatssecretaris De Grave (VVD) maandenlang over het onderwerp gediscussieerd voordat het kabinet iets op papier kon zetten. De adviesaanvraag is dan ook eigenlijk veel te laat.

Pagina 3: Politiek sneed hart uit SER-advies

“Om eerlijk te zijn”, zo vertelt CNV-voorzitter A. Westerlaken, “hadden we er helemaal geen zin meer in om ons gedurende zes weken een slag in de rondte te werken. Maar Klaas de Vries heeft werkgevers en werknemers zo ver gekregen dat we toch met elkaar om de tafel gingen zitten. Hij heeft er geweldig aan getrokken dat dat advies alsnog af zou komen.”

Tot grote verrassing bereiken de sociale partners een akkoord: de uitvoering van de sociale zekerheid kan volledig worden geprivatiseerd, al blijven werkgevers en werknemers wel een vinger in de pap houden. Achter de schermen krijgt De Vries ook nog de kroonleden op één lijn en kan de SER dus een unaniem advies presenteren. “Hij was een spin het web”, zegt kroonlid en oud-staatssecretaris R. Linschoten, “zeer goed in staat partijen bij elkaar te brengen. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat er op dit dossier, onder deze tijdsdruk, een unaniem advies zou komen.”

Ze zijn dan ook trots, in het SER-gebouw aan de Bezuidenhoutseweg. Dit is het ultieme bewijs van de zo geroemde Nederlandse consensus. Het nieuwe kabinet hoeft eigenlijk niets meer te doen. “Wij schrijven het regeerakkoord”, roept werkgeversvoorzitter Blankert tijdens de presentatie van de plannen.

Maar daar wordt in de politiek anders over gedacht. De paarse partijen verwijzen het advies naar de prullenbak. Het mes gaat met name in de cruciale passage over de 'claimbeoordeling': niet sociale partners, maar een onafhankelijk overheidsorgaan gaat beoordelen wie recht heeft op een uitkering. Daarmee is het hart uit het SER-advies gesneden.

De teleurstelling is groot. Maar opnieuw komt Klaas de Vries in actie. Hij belt met de drie informateurs Kok, Zalm en Borst en verzoekt om een onderhoud. Samen met de twee vice SER-voorzitters Blankert en De Waal (FNV) bezoekt hij het Binnenhof. De Vries: “Wij wilden toch nog eens vertellen wat er in het advies stond. We hadden de indruk dat de fractiespecialisten van de paarse partijen in de Tweede Kamer vooral reageerden op basis van krantenartikelen en het stuk zelf niet goed hadden gelezen. Eerlijk gezegd vond ik dat er vanuit de politiek wat snel positie was betrokken.”

Het bezoek blijkt vergeefs. In het regeerakkoord blijft de claimbeoordeling in handen van de overheid, een plan dat door de SER als onnodig bureaucratisch, niet efficiënt en onuitvoerbaar is gekenschetst.

Vanaf maandag is Klaas de Vries SER-voorzitter af en minister van Sociale Zaken in het tweede paarse kabinet. Hij moet het regeringsstandpunt straks door de Tweede Kamer loodsen.

“Ik ben zeer benieuwd of hij zijn ministersfunctie nog gaat gebuiken om alsnog wat van ons advies in de kabinetsplannen te krijgen”, hoopt Westerlaken. “Misschien geeft deze ploeg van zwaargewichten elkaar wel wat ruimte. Het zou mij niets verbazen als hij in het constituerend kabinetsberaad toch nog wat probeert. Tenslotte stond hij inhoudelijk vierkant achter ons advies.”

Linschoten wijst op de andere verantwoordelijkheid die De Vries als minister nu op zich genomen heeft: “Hoe je het wendt of keert, hij is nu PvdA-bewindsman en zal dus veel politieker moeten opereren dan als SER-voorzitter. De PvdA-fractie vindt het erg belangrijk dat die claimbeoordeling in overheidshanden blijft en daar kan hij zich als partijgenoot niet zomaar van distantiëren.”

Westerlaken blijft optimistisch: “Klaas laat zich niet zoveel gelegen liggen aan formele afspraken, hij zoekt naar de beste oplossing. En je kan toch niet een eigen advies zomaar negeren?”

De Vries zelf, tenslotte nog niet eens formeel dienaar van de Kroon, houdt zich in dit stadium natuurlijk stevig vast aan het regeerakkoord: “Dat zou een mooie boel zijn zeg, als ik daar nu al in zou gaan schuiven. Nogmaals: we gaan rustig aan het werk. Ik denk dat ik het allemaal wel kan uitleggen. Het is niet zo dat er maar één methode zaligmakend is. De discussie is vooral een organisatorische kwestie, en niet zozeer een principiële.”

Westerlaken ziet het allemaal met ongeloof aan: “Het zijn van politicus blijkt toch een oefening in schizofrenie, maar ik blijf desondanks hopen.”