HOUTSNIJWERK VAN MAHONIEBOOM KWELT LEGUANEN EN UILEN

Geen levende dieren, slechts enkele dode soorten, en al helemaal geen ivoor. Om toch aan souvenirs te komen, valt de natuurbewuste toerist in Afrika vaak terug op onschuldig ogend houtsnijwerk. Maar als het aan natuurbeschermers ligt, komen er ook aan die handel in natuurmateriaal beperkingen. Onlangs deden zij daartoe een oproep, op de internationale People and Plants bijeenkomst, georganiseerd door het internationale Wereld Natuur Fonds, de UNESCO en de Royal Botanical Gardens in Kew (Londen). Onderzoekers hebben ontdekt dat in Kenya alle boomsoorten die voor houtsnijwerk gebruikt worden er in het wild inmiddels zeer slecht voor staan.

Een van Kenia's meest succesvolle huisindustrieën wordt daarmee zelf ook bedreigd. Aan het begin van deze eeuw had die nog nauwelijks omvang, maar opgestuwd door de toerisme-economie zetten nu alleen al de twee belangrijke houtbewerkingscentra in Mombasa en Malinda per jaar bijvoorbeeld 20.800 wilde 'muhugu' mahonie bomen (Brachlaena huillensis) om in onder meer maskers en dierfiguren. De bomen worden onttrokken aan de laatste bossen aan de kust van Kenia. Die zijn inmiddels van enorme waarde voor het overleven van enige van Kenia's sterkst bedreigde dieren, zoals bijzondere boomleguanen (Urosaurus sp.), dwergooruilen (Otus sp.) en de buitenissige, zeldzame goudstuit-olifantspitsmuis (Rhynchocyon chrysopygus).

Door overexploitatie van de bossen voor houtsnijwerk staan zij er nu extra precair voor. Onderzoek door de East African Natural History Society geeft aan dat, met de bomen, ruim vierduizend olifantspitsmuizen per jaar van het toneel verdwijnen. Wat de natuurbeschermers betreft zou men net zo goed het hout van doelgericht beheerde en gecontroleerd geoogste boomsoorten als de neem (Azadirachta indica), jacaranda (Jacaranda mimosiifolis) en de mango (Mangifera indica ) kunnen gebruiken.

Het People and Plants samenwerkingsverband is in Kenia zelf een campagne gestart om de inmiddels 60.000 man sterke macht aan houtbewerkers ervan te overtuigen zulk goed hout te gebruiken, en daarmee hun eigen handel voor de toekomst veilig te stellen. Ook een voorlichting van toeristen kan hout snijden: de 700.000 souvenirjagers die jaarlijks Kenia bezoeken zullen geïnformeerd worden over hoe ze verantwoord aankopen kunnen doen. Maar het belangrijkste beschermingswerk voor resterend Keniaans bos ligt in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Dat zijn de belangrijkste afnemers van een enorme hoeveelheid aan allemaal even unieke en ambachtelijke Keniaanse kunstproducten, met een exportwaarde van twintig miljoen dollar. Een kritische opstelling aan de vraagzijde kan de aanbodzijde beïnvloeden, zodat bosbewonende planten en dieren niet alleen in de vorm van houtsnijwerk zullen voortleven.