Graaien in een heilig boek; BIJBEL BEVAT TOCH GEEN GEHEIME BOODSCHAPPEN

Wie wil kan overal geheime bood- schappen ontdekken, allemaal even willekeurig. Maar de Bijbelcode van M. Drosnin leek zelfs wiskundigen te overtuigen. Ten onrechte, zo is nu vastgesteld.

'ER ZIJN MAAR weinig boeken die de manier waarop we tegen de wereld aankijken hebben veranderd. De Bijbel was daar een van, The Bible Code ook.' Zo werd op woensdag 28 mei 1997 door middel van een paginagrote advertentie in de New York Times het nieuwe boek van de voormalig Washington Post-journalist Michael Drosnin aangekondigd. De publiciteitscampagne had succes: het boek werd in vele landen een bestseller, Warner Brothers kocht de filmrechten en Drosnin was van de ene dag op de andere een beroemdheid. En dat allemaal omdat hij beweerde een wiskundige code te hebben ontdekt waarmee hij geheime boodschappen in de bijbel kon ontcijferen.

De code maakt gebruik van het overslaan van letters. Neem het boek Genesis, in het Hebreeuws. Als je begint met de eerste letter - het equivalent van onze T - en vervolgens steeds negenveertig letters overslaat, dan vind je het woord TORH, het Hebreeuwse woord voor de Bijbel. Maar aangezien Genesis welgeteld 78.064 letters lang is, en je zowel de beginletter als de afstand waarover je letters overslaat vrij mag kiezen, wordt de kans dat er eens een niet al te lang woord wordt gevonden wel erg groot. Wie met een computerprogramma aan de slag gaat, zal tot de ontdekking komen dat het woord TORH zelfs meer dan 56.000 keer voorkomt!

De meest geciteerde boodschap uit de bijbelcode was de vermeende aankondiging van de moord op de voormalige Israëlische premier Rabin. Drosnin had zelfs een jaar voordat de moord plaatsvond diens medewerkers gewaarschuwd. Toevallige verbanden, zo dacht iedereen die maar een beetje wiskundig onderlegd was. Niettemin, Drosnin had zijn methode wél ontleend aan vakkundig wiskundig werk van de (orthodox joodse) wiskundige Ilya Rips en de natuurkundige Doron Witztum. Hun resultaten waren een paar jaar daarvoor in een degelijk statistisch tijdschrift gepubliceerd: de referees hadden er uiteindelijk niets op aan kunnen merken. Hoewel dat voor geen enkel artikel een absolute garantie inhoudt dat de erin beschreven resultaten ook werkelijk kloppen, kon de bijbelcode dus niet zomaar van tafel geveegd worden. Recentelijk verscheen in Chance een artikel dat opheldering bracht in dit raadsel. De referees hadden misschien wel genoeg verstand van wiskunde, maar ze wisten niets van rabbijnen.

Rabbijnen spelen een centrale rol in het werk van Witztum en Rips. Als statistische test om de significantie van hun 'bijbelcode-techniek' vast te stellen gebruikten ze geen willekeurige woorden maar lijsten van beroemde rabbijnen. Zo ontstond de Rabbijn-test. Uit de Encyclopaedia of Great Men of Israel, die korte biografieën bevat van rabbijnen die leefden tussen de achtste en negentiende eeuw, selecteerden ze die rabbijnen aan wie drie of meer kolommen tekst waren gewijd én van wie de geboorte- of sterfdatum gegeven waren. Vervolgens gingen ze in de tekst van Genesis op zoek naar deze gecodeerde namen en data, die in het Hebreeuws ook met behulp van letters worden weergegeven. Toen ze tenslotte de 'afstand' berekenden tussen elke naam en de bijbehorende geboorte- of sterfdatum, bleken die verrassend dicht bij elkaar te staan. Aldus leek het erop alsof de levens van deze belangrijke rabbijnen in de Bijbel al voorbestemd waren geweest. Om dat te kunnen bewijzen maakten ze naast de oorspronkelijke lijst een miljoen andere waarin de rabbijnen aan de 'verkeerde' data gekoppeld waren. Van elke lijst werd vervolgens de 'afstandsfunctie' berekend. Als de oorspronkelijke lijst inderdaad zo bijzonder was, dan zou deze als beste uit de bus moeten komen. En dat gebeurde.

Aldus konden Witztum en Rips de sceptische redactie en referees van Statistical Science overtuigen, zeker toen de Rabbijn-test werd herhaald met de eerste 78.064 letters van de Hebreeuwse vertaling van Tolstoy's Oorlog en Vrede en een ander bijbelboek, Jesaja. In beide boeken kwam de oorspronkelijke lijst namelijk niet als significant anders uit de bus. Genesis was blijkbaar toch anders dan andere boeken. Nog waren de referees niet tevreden. Zij eisten een duplo van het experiment. Daarop werd uit de encyclopedie een nieuwe lijst van iets minder belangrijke rabbijnen samengesteld, namelijk al diegenen aan wie anderhalf tot drie kolommen tekst was gewijd. En opnieuw bleek deze lijst beter te scoren dan een miljoen andere. Het artikel van Witztum en Rips werd hierop gepubliceerd in het nummer van augustus 1994 (Statistical Science, Vol. 9, No. 3, 429-438). Het werd daarin wel voorafgegaan door een begeleidend commentaar van de hoofdredacteur Robert Kass. Hij beschreef hoe verbaasd de referees waren geweest over de resultaten, 'omdat ze niet konden geloven dat het boek Genesis zinvolle verwijzingen zou kunnen bevatten naar veel later levende individuen.' Maar dat de kans dat deze uitkomst op toeval berustte uiterst klein was. Hij eindigde zijn commentaar met de woorden: 'En dus bieden we de lezers van Statistical Science dit artikel aan als een uitdagende puzzel.'

GEMANIPULEERD

In het nu in Chance verschenen artikel (Vol. 11, No. 2, pagina 13-19) laten de Australische wiskundige Brendan MacKay en zijn Israëlische collega Dror Bar-Natan echter zien dat de Bijbelcode echt niet bestaat. Niet omdat de statistiek niet zou kloppen, maar omdat de rabbijnenlijst gemanipuleerd was. MacKay had de bijbelcode eind vorig jaar al eens geridiculiseerd door met te zelfde techniek aan te tonen dat in Moby Dick niet alleen een voorspelling voorkwam van de moord op Rabin, maar ook aankondigingen van moordaanslagen op Kennedy, Martin Luther King, Trotsky en Drosnin zelf. In Chance legt hij nu uit dat de meeste rabbijnen bekend staan onder een aantal verschillende namen, in een geval zelfs elf. Witztum en Rips hanteerden bij het opstellen geen systematische procedure, maar gingen af op het oordeel van een expert. MacKay ontdekte ook dat er bij de keuze van de juiste geboorte- en sterfdata nogal was gerommeld. Zo was het voorkomen daarvan in de encyclopedie een voorwaarde om op de lijst te komen, maar werd er in de praktijk afgeweken van de genoemde data wanneer 'gezaghebbende' experts dat noodzakelijk achtten. En dan moest er ook nog eens een keuze worden gemaakt op welke manier de data werden weergegeven, want ook daar zijn in het Hebreeuws verschillende formats voor beschikbaar.

Er bestond dus een grote vrijheid bij het samenstellen van de lijst waardoor deze verre van objectief was. Toen MacKay en Bar-Natan een alternatieve lijst hadden opgesteld, door enigszins te variëren binnen de door Witztum en Rips gehanteerde regels, bleek deze wel degelijk ook in Oorlog en Vrede tot significante resultaten te leiden. Met andere woorden, Genesis was helemaal niet zo speciaal. Nog veel dodelijker is echter dat ze laten zien dat wanneer ook maar enigszins wordt afgeweken van willekeurig welke door Witztum en Rips gehanteerde regel, er van enige significante code in Genesis weinig overblijft.Terecht concluderen MacKay en Bar-Natan dan ook dat de kans dat de keuze van de lijst volstrekt gedicteerd was door blind choice wel erg klein is. En zo lijkt het gezond verstand te hebben gezegevierd. Waar op de achterkant van Drosnins boek nog werd geschermd met de bevindingen van 'gezaghebbende wiskundigen' (Witztum en Rips) blijken nu ook zij door de mand te zijn gevallen.

Op het internet zijn talloze sites waar de Bijbelcode of Torah Codes bediscussieerd worden. Een goed uitgangspunt vormt: http://user.cybrzn.com/ ~ .kenmar/ bibcode.htm