FAUST

La damnation de Faust: DG 453500-2 (2 cd)

La damnation de Faust (1846) van Hector Berlioz is de 'film' in de 19de-eeuwse operaliteratuur. De ultrakorte scènes met hun flitsende wisselingen van locatie en hun uitzonderlijk beeldende muziek, doen denken aan de montagetechniek. Dat is typerend voor de 20ste eeuw, terwijl het verhaal van Faust, Gretchen (hier Marguérite) en de duivel toch zo'n half millennium ouder is. De muzikale scènes variëren in lengte van minder dan een minuut tot iets meer dan vijf minuten. Meer is zelfs niet nodig voor de evocatie van de eindeloos lange Middeleeuwen in het chanson gothique Autrefois un roi de Thulé. Alleen de romance D'Amour ardente flamme duurt iets langer, maar die is dan ook zo lieflijk vloeiend dat elke seconde minder een muziekmoord zou zijn geweest. Goed zo, Berlioz!

De wispelturigheid van La damnation de Faust levert zelfs Berlioz-specialisten problemen op. Sir Colin Davis kwam pas nog bij het Koninklijk Concertgebouworkest tot een wat wisselvallig geheel, dat in overtuigingskracht onderdeed voor de uitvoering die het Residentie Orkest er in 1989 van gaf onder leiding van Alain Lombard en waarvan de radio-opname later op cd werd gezet.

Ook de nieuwe opname onder leiding van Myung-Whun Chung, de voormalige dirigent van de Parijse Opéra de la Bastille, overtuigt eerder in de verstilde romantiek dan in de felle demonie - daarvoor lijkt de opname te snel gerealiseerd en is er te weinig geknipt, geplakt en gemonteerd in de begeleiding van het niet superieur spelende Philharmonia Orchestra. In de slotscène ontstijgt de hemelse verlossing ook te weinig etherisch het aardse. Beter was het geweest de voix céleste te laten zingen door een hoge sopraan dan door een jongenssopraan.

De rollen van Méphistophélès en Marguérite worden voortreffelijk vertolkt door Bryn Terfel (onlangs de al even duivelse Scarpia in de Amsterdamse Tosca) en de heerlijk zingende Anne-Sofie von Otter. Zij nam het werk ook elf jaar geleden al op onder leiding van John Eliot Gardiner (Philips) en klinkt nu in chanson gothique en romance zelfs nog verleidelijker. Keith Lewis voldoet goed als Faust maar beschikt in zijn meest extatische momenten net niet over die stralende hoogte en perfecte techniek die men hem zou toewensen.