EPO INDAMMEN IS DOPING GEDOGEN

De Franse justitie heeft de wielerwereld met hard ingrijpen duidelijk gemaakt dat de Franse antidopingwet meer gewicht heeft dan de pogingen van de internationale wielerunie om het dopinggebruik in te dammen. Maar de Nederlandse arts Lon Schattenberg, al jaren dopingdeskundige binnen de internationale wielrenunie (UCI), vindt dat de UCI geen andere keus heeft.

Lon Schattenberg, pre-vuttende bedrijfsarts met een lange staat van dienst in de wielrennerij, reisde afgelopen weekend spoorslags naar de Tourkaravaan. “Ik werd gebeld door de arts van de ploeg Asics. Journalisten van France 2 duikelden vorige week medicijnverpakkingen op uit de vuilnis van het hotel waar de ploeg had overnacht. Dat is de hele wereld overgegaan: 'verboden middelen gevonden in afval van Tourploeg'. Achteraf bleek dat het om toelaatbare middelen ging. Maar dat is niet duidelijk in het nieuws geweest. Corticosteroïden werden gevonden. Die mogen lokaal worden toegepast. En mensen met inspanningsastma mogen luchtwegverwijders in aerosolinhalers gebruiken. Die lagen ook in de prullenbak. Zonder kennis van zaken hebben die televisiemensen die ploeg en hun arts aan de schandpaal genageld. Hij belde me toen hij met andere ploegartsen zat te praten. Ze vonden dat ze geen leven meer hadden. Hun collega's werden in het cachot gezet. Hij zei: 'Iedereen wijst naar ons als mensen die die spullen hebben gegeven.' Dat is de hysterie die heerst in de Tour.”

Schattenberg, lid van de medische commissie, de dopingcommissie en voorzitter van de veiligheidscomissie van de UCI, heeft met de artsen overlegd en is weer thuis in Merkelbeek. De aanpak van de Festina-zaak vindt hij terecht. De directe nasleep ervan binnen andere ploegen ook. Maar hij is verontwaardigd over het verdere optreden van pers en justitie in de Tour. “Kijk naar de manier waarop de TVM-ploeg is aangepakt. Waarom moest dat tijdens de Tour? Sinds begin maart die ampullen EPO in de TVM-auto werden gevonden, heeft die ploeg tien of twintig koersen in Frankrijk gereden, maar er is geen politie langs geweest. Het kan toch geen toeval zijn dat dat juist nu gebeurt? Het is een gevolg van de media-aandacht, of van het feit dat niet alleen een Franse ploeg kan worden aangepakt. De buitenlanders in de Tour hebben nu allemaal angst. Die vragen zich af: wat is doping hier?”

Weet u het antwoord daarop? Houden de Fransen de dopinglijst van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) aan?

“Ja, plus een aantal dingen meer. Salbutamol bijvoorbeeld, de actieve stof in het anti-astmamiddel Ventolin, is op de IOC- en op de UCI-lijst toegestaan in een aerosolvernevelaar. Maar in Frankrijk mag je het alleen bij je hebben als je bepaalde tests hebt ondergaan in een universitair centrum waarbij is aangetoond dat je inspanningsastma hebt. Zo niet dan is het doping, dan ga je de bak in. Maar er is een groter bezwaar tegen de manier waarop de Franse justitie nu optreedt. Een ploegarts heeft niet alleen tien renners onder zijn hoede, maar ook nog 22 verzorgers die ziek kunnen worden. Een arts moet medicijnen bij zich kunnen hebben. Ik had in mijn tijd als ploegarts van de Nederlandse wielerploeg altijd wat morfine bij me. Niet om er een gezellig avondje van te maken, maar omdat in een wielerwedstrijd een renner van het ene moment op het andere in een ravijn kan storten en alles kan breken wat er te breken valt. Maar als justitie nu in Frankrijk bij een sportarts in de Tour morfine vindt, zit hij vele nachten in het cachot.”

Toch is het vreemd dat de UCI doping als EPO gedoogt. De controle op de hematocrietwaarde wordt nu algemeen uitgelegd als de grens waar de renners onder moeten blijven. En dat terwijl er veel gekoerst wordt in een land waar forse gevangenisstraffen mogelijk zijn op het bezitten en toedienen van EPO.

“Doping die niet kan worden opgespoord - en EPO is op het ogenblik het belangrijkste voorbeeld - blijft verboden. EPO staat op de dopinglijsten van alle sportbonden. Wij zijn in 1997, mede op verzoek van de renners, begonnen met controles om de gezondheid van de renners te kunnen bewaken. De eerst ingevoerde controle is gericht op de hematocrietwaarde. Daarbij wordt het aantal bloedcellen gemeten. EPO wordt gebruikt om het lichaam meer rode bloedcellen bij te laten maken. Maar het lichaam maakt zelf ook EPO en toegediend EPO is daarvan niet te onderscheiden. Iedereen met een hematocrietwaarde hoger dan vijftig mag niet meer koersen. Vorig jaar zijn er 750 renners gecontroleerd. Dit jaar het dubbele aantal. Tien wegrenners zijn er tot nu toe voor uit de koers genomen. Je kunt niet zeggen dat ze ziek zijn. Ze zijn arbeidsongeschikt. Risico's tot een limiet van vijftig accepteren we. Daarmee hebben we EPO-gebruik ingedamd. We wisten dat er renners met een hematocrietwaarde van zestig hebben rondgereden.”

Maar iedere sportarts weet dat zwaar trainende sportlieden een lager dan gemiddelde hematocrietwaarde hebben. Het gemiddelde is voor mannen ongeveer 45. Iedere renner kan dus een onderhoudsdosering krijgen en tegen de vijftig aan gaan zitten.

“Ja, dat is waar. Daar hebben we ook cijfers over. In 1988, toen EPO nog niet beschikbaar was, hebben we in een grote groep profwielrenners een gemiddelde hematocrietwaarde van 43,5 gemeten. In 1997 lag de gemiddelde waarde twee hoger, op 45,5. Je kunt dat aan EPO wijten, maar ook aan betere trainingsstages.Ik ken een familie die zestig heeft. Dat is een aangeboren eigenschap. Er is ook een Finse familie waar de ene wereldkampioen langlaufen na de andere uit voortkomt. Die hebben ook tegen de zestig. Daarom hebben we voor de renners de mogelijkheid opengelaten om het bewijs te leveren dat ze van nature een hogere waarde dan vijftig hebben. Er zijn nu tien renners erkend, waarvan 5 uit Colombia. Die mensen leven daar op grote hoogte. Maar mijn conclusie is: het gebruik van EPO is ingedamd. We hebben geen grote aantallen renners met 48 of 49. Dat had ik wel verwacht, maar tachtig procent zit onder 47.”

Kunnen de ploegartsen de hematocrietwaarden van hun renners zelf controleren?

“Natuurlijk. De meeste ploegen hebben direct een portable apparaat gekocht waarmee de hematocrietwaarde te meten is. Ik vind het uitstekend dat ze er zelf mee werken. De verantwoordelijkheid voor de gezondheid ligt in de eerste plaats bij de sporter en zijn werkgever.”

Maar een vochtinfuus kan de hematocrietwaarde weer onder vijftig brengen.

“Prima, moeten ze doen. Maar bedenk wel dat de controles onverwacht zijn. Om zes uur 's morgens krijgt de sportdirecteur een telefoontje. Daarna moeten de renners binnen tien minuten in een door ons bepaalde hotelkamer zijn. En in die tijd krijg je met een infuus een hoge hematocriet niet meer naar beneden. We gaan trouwens nog een stap verder. Die waarde van vijftig is het begin. In de toekomst gaan we individuele waarden hanteren. We krijgen na een aantal onderzoeken van iedere renner zijn normaalwaarde. Die wordt dan voor hem de norm, met een toegestane afwijking van vijftien procent.”

Waar wordt in de aangekondigde gezondheidsonderzoeken nog meer naar gekeken?

“Per 1 januari moet iedere profrenner een volledig bloed- en urineonderzoek ondergaan. Een toraxfoto en een vragenlijst over hartklachten horen erbij en eens in de twee jaar een echocardiogram en een gezichtstest. Eens per kwartaal volgen dan kleinere onderzoeken. Dat moet gebeuren in een door ons geaccrediteerd laboratorium. En wij controleren dat. Vergelijk het maar met het werk van de arbeidsinspectie. Die controleert ook of werk niet leidt tot risico's voor de gezondheid, nu en in de toekomst. Op het moment dat er onverantwoord geneesmiddelenmisbruik is, verstoort dat de leverfuncties. Dat meten we. Op het moment dat er hormonen worden gebruikt, leidt dat tot verstoring van de steroïdhormoonhuishouding. Omdat je er op controleert kun je er ook van op aan dat dat leidt tot voorzorgsmaatregelen.”

Een veelgehoord bezwaar tegen het gedogen van doping is dat het een uitstraling naar de amateursport heeft en daar tot ongecontroleerd en dus gevaarlijk gebruik leidt. Wat doet de UCI daar aan?

“We verbieden het. Iedere renner die een wedstrijdlicentie wil hebben moet nu al medisch worden gekeurd. Dat kunnen we uitbreiden.”

Wat vindt u van het idee van Samaranch van het Internationaal Olympisch Comité om de dopinglijst in te korten en er alleen stoffen op te laten staan die prestaties stimuleren en de gezondheid schaden?

“Op de dopinglijst staat nu alles dat enigszins stimuleert, of waarvan men een stimulerende werking vermoedt. Maar het is van zeer weinig stoffen ooit aangetoond. Het idee om efedrine in neusdruppels doping te noemen is waanzin. Met een dosering efedrine die vier- of vijfmaal de normale dosering is, maak je van een ezel geen renpaard. Ik bekijk het als arts die ervoor wil zorgen dat een werknemer zijn werk kan doen. Een renner die de ene dag in veertig graden zon fietst en de volgende dag in de koude regen op een hoge col, wordt wel eens verkouden. Die moet je toestaan om zijn luchtwegen vrij te houden. Er stond codeïne op. Dat is een middel tegen hoest. Als je er veel van gebruikt val je in slaap, maar als je twee maanzaadbroodjes eet was je positief. Ik heb er jaren over gedaan om het er af te krijgen. Het is me uiteindelijk gelukt. Sporters hebben het recht om ziek te worden en het recht om dan medicijnen te gebruiken. Het probleem van de IOC-lijst is dat hij geldt voor wielrenners en voor kleiduivenschieters en voor worstelaars en voor voetballers. De kleiduivenschieter blijft kalm door bèta-blokkers. Die staan dus op de lijst. Maar als je een wielrenner bèta-blokkers geeft glijdt hij achteruit de berg af. En voor een kleiduivenschieter hoef je geen limiet voor de efedrines te zetten. Want als hij er veel van neemt gaat hij trillen. Je moet het genuanceerd bekijken en voor iedere sport een aparte maar korte lijst maken.”

Aan welke middelen heeft een wielrenner volgens u werkelijk iets?

“Anabolica, EPO en misschien groeihormoon.”

Denkt u echt dat anabolica nuttig zijn voor wegrenners?

“Nee, maar wel voor baansprinters. En om te herstellen van inspanningen. Nu bijvoorbeeld in de Tour om 21 dagen verder te kunnen.”

En EPO?

“Zeer effectief. De snelheid is afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof die je in de motor krijgt. Hoe meer zuurstof je er per tijdeenheid in transporteert, hoe sneller je gaat. Het grootste probleem is natuurlijk om de energie binnen te krijgen, maar als die voorwaarde is vervuld helpt een betere zuurstoftoevoer zeker.”