Een land van ontwortelde idealen

De scheepswerf van Gdansk, geboorteplaats van de vrije Poolse vakbond Solidariteit en bakermat van de revolutie tegen het communisme, staat op de rand van faillissement. Dat een door Solidariteit geleide regering bereid is dat te laten gebeuren laat zien dat Polen veel heeft bereikt.

Bijna tien jaar na de ineenstorting van het communisme is in het land een zeer liberale samenleving opgebouwd. Zolang men er maar van uitgaat dat de bescherming van de 'negatieve' vrijheden die individuen en groepen genieten het voornaamste doel van een liberale samenleving is.

Het land wordt overstroomd door politieke protesten, of het nu gaat om grote kwesties als de sluiting van de scheepswerf in Gdansk of een kleine demonstratie van boeren tegen de aanleg van een nieuwe weg. Elke afzonderlijke uiting van protest valt te begrijpen en zelfs te rechtvaardigen. Het spreekt vanzelf dat een ieder zijn belangen moet kunnen verdedigen. Maar de stemming in Polen is er geen van 'we shall overcome', om met Martin Luther King te spreken, maar één van 'wij zullen het niet toestaan'.

Er is in Polen dus sprake van een burgerlijke samenleving die niet is gebaseerd op solidariteit maar op negativiteit. Protesten tegen de besluiten van de post-communistische regering, die bij de verkiezingen van vorig jaar werden weggestemd, hadden nog de schijn van een overtuigde politieke motivatie:wij waren tegen hen en vreesden een poging tot restauratie van het oude regime. Nu hebben we onze regering maar ook onze refuseniks, die zich nog sterker verzetten dan in het verleden.

De Polen aanvaarden en genieten burgerlijke vrijheden zonder zich te interesseren voor democratie in de ware betekenis van het woord. Daarin verschillen ze niet van veel andere samenlevingen in Oost- of West-Europa.

Democratie vereist een hoge mate van gedisciplineerde deelname aan het maatschappelijk proces, maar ook een geloof in de mogelijkheid dat iedereen zijn persoonlijke en maatschappelijke ambities moet kunnen realiseren. Tegenwoordig is daar nog maar een enkeling voor te vinden. Wanneer de politiek uitsluitend lastig of saai lijkt te zijn, ontstaat een sociaal nihilisme dat door bijna iedereen als acceptabel en zelfs rustgevend wordt ervaren.

Democratie in de zuiver betekenis wordt door de meeste Polen dan ook niet gewenst. Een liberale samenleving met een efficiënt economisch bestuur is het enige dat men wil, en wellicht het enige dat men nodig heeft. Maar zonder een echte democratie kan een levensvatbare liberale maatschappij niet bestaan.

Een precair evenwicht tussen liberale en democratische factoren heeft de afgelopen halve eeuw in het Westen geleid tot een ongekende maatschappelijke welvaart. Individuele vrijheden, mensenrechten en een anti-collectivistische mentaliteit ontwikkelden zich als nooit tevoren. De verzorgingsstaat kwam op. Christelijke en sociaal-democratische partijen begrepen dat welvaart en individuele vrijheden sterk afhankelijk zijn van de gemeenschap. De 'post-democratische' bevolking van Polen gelooft echter niet in die gemeenschapsgedachte, omdat die doet denken aan het besmette verleden. “Laten zij in het 'rijke, rotte' Westen de gemeenschap maar ophemelen”, schamperen sommigen hier, “maar wij in onze 'onbedorven' nieuwe democratieën kunnen ons niet veroorloven langs dergelijke lijnen te denken.”

Vrijheid en protest tegen elke vorm van onderdrukking verdienen bescherming. Maar beschermers zowel als aanvallers moeten het eens zijn over een gemeenschappelijke basis van politieke wil. Zonder zo'n democratisch fundament ontaardt ons ongebreidelde individualisme op den duur in een beschaafde versie van de pre-sociale toestand ooit beschreven door Thomas Hobbes, waarin iedereen vrij is en de mens elke andere mens een wolf is.