DNA VAN FOSSIELE UITWERPSELEN VERMENIGVULDIGD

Twee onderzoekers van de Universiteit van München zijn erin geslaagd om fossiel DNA te isoleren, en ook te vermenigvuldigen, dat werd aangetroffen in de fossiele uitwerpselen van een inmiddels uitgestorven luiaardsoort (waarschijnlijk Nothrotheriops shastensis), die circa 20.000 jaar geleden leefde (Science, 17 juli). De uitwerpselen werden aangetroffen in de 'gipsgrot' (Gypsum Cave) nabij Las Vegas, een rijke vindplaats van resten van zoogdieren die op het einde van de laatste ijstijd leefden.

Hetzelfde universitaire instituut had in het verleden ook al geprobeerd om DNA te vermenigvuldigen dat was gevonden in fossiele botten, maar alle pogingen daartoe waren tot voor kort mislukt. Een van de redenenen was de aanwezigheid in hetzelfde uitgangsmateriaal van suikerrijke warrige massa's van protenen en nucleïnezuren, die de vermenigvuldiging van DNA tegengaan. De doorbraak kwam toen de onderzoekers gebruik maakten van een artikel waarin was beschreven dat de suikers kunnen worden losgemaakt van de protenen door toevoeging van PTB (N-fenacylthiazoliumbromide). Dit bleek ook te werken bij de stoffen die in de uitwerpselen van Gypsum Cave waren aangetroffen. Op die wijze konden aanzienlijke sequenties van m-DNA worden gesoleerd, waarschijnlijk afkomstig van cellen in het darmkanaal van de luiaard.

Interessant is dat de onderzoekers ook DNA uit de uitwerpeselen isoleerden dat van planten afkomstig is. Zeer waarschijnlijk vertegenwoordigen ze het voedsel dat de luiaard heeft gegeten. Met zekerheid konden acht plantenfamilies worden herkend, waaronder grassen, yucca's, druiven en munt.

    • A.J. van Loon