Cruiseschepen van de snelweg; Het comfortabele nomadische bestaan in een Recreational Vehicle

Als de reislust hem overvalt springt de Amerikaan in zijn dertientonner en gaat op weg. Negen miljoen Recreational Vehicles, reuzen- campers, rijden in de VS - voorzien van kabeltelevisie, magnetron, ijskast en diepvries. Op reis met voorzichtige vrijbuiters op zoek naar het oude gemeenschaps- gevoel.

De nieuwe nomaden van Amerika hebben grijs haar, een bankpas en veel bagage. Ze hebben een leven achter zich, maar geen rust in hun lijf. Ze zeggen de krant op, laden de hond in en gaan op pad. En ze reizen per bus - hun eigen bus.

In de winter en het voorjaar trekken ze massaal naar zonnige deelstaten als New Mexico, Arizona en Florida, waar ze snowbirds worden genoemd. In de rest van het jaar kom je ze overal in Amerika tegen. Ze zijn herkenbaar aan hun reusachtige voertuigen, die bekend staan als RV's. RV(spreek uit AR-VIE) is een afkorting van Recreational Vehicle. Het is een soort extralange camper, een caravan in het kwadraat, een woonboot op wielen. Het is ook het symbool van een nieuwe levensstijl van oudere Amerikanen.

Verwar de luxueuze RV's niet met de vaak armoedige mobile homes en stacaravans, waarin - vooral in het zuiden - miljoenen Amerikanen wonen die zich geen echt huis kunnen veroorloven. De RV is de draagbare versie van het eigen huis van de middenklasse, de mobile homes zijn het toevluchtsoord voor de onderklasse. De RV appelleert aan de vrijbuitersgeest en kan zelf rijden, een mobile home heeft geen motor en komt niet van zijn plaats zonder dat er een truck met oplegger aan te pas komt of, met vaak dramatische gevolgen, een tornado. Een RV is een statussymbool en staat in een RV-Resort, een mobile home kampt met een maatschappelijk stigma en staat in een trailer park, waarvan de bewoners vaak neerbuigend worden aangeduid als trailer park trash.

De RV's zijn de cruiseschepen van het snelwegverkeer. Zoals voor zoveel andere dingen in Amerika geldt ook voor RV's: groot is niet gauw groot genoeg. Een lengte van tien meter of meer is niets bijzonders. En vaak slepen ze aan de trekhaak dan ook nog eens, als een kleine sloep, een terreinwagen of minivan met zich mee. Want voor allerlei korte uitstapjes is de RV veel te log en te onhandig.

Op campings en RV-parken, die in bossen en woestijnen te vinden zijn maar ook in de suburbs, staan ze keurig naast elkaar geparkeerd. Want zoals een gevleugelde uitspraak onder RV'ers luidt: Home is where you park it.

Klapstoelen

Ruim negen miljoen RV's rijden er in Amerika rond en dat aantal groeit snel. Ze dragen merknamen als American Eagle, Southwind en Sunseeker, en de prijzen kunnen oplopen tot meer dan tweehonderdduizend dollar. De nieuwste modellen hebben een gestroomlijnde vormgeving en zijn beschilderd met vlammende patronen die je eerder op een motorfiets of een sportauto zou verwachten. Bijna de helft van de eigenaars is 55 jaar of ouder.

Joallen en Stephen Bailey, allebei 55, hebben hun huis voor een half jaar geparkeerd in een stil hoekje van de Crazy Horse Campground & RV Resort, aan de voet van de Smokey Mountains in Tennessee. Een beekje fluistert tussen de bomen, langzaam valt de avondschemering en de buren schakelen over van de televisie op de barbecue. Een kolibri met nerveus spinnende vleugeltjes hangt bij hun rood plastic vogelhuisje trillend in de lucht om wat suikerwater te drinken. Op klapstoelen zitten de Baileys voor hun woning annex voertuig: midden in de Great American Outdoors, maar wel met een groot zonnescherm boven hun hoofd en een groen kunststof tapijtje onder hun kousenvoeten.

Stephen Bailey heeft zijn hele leven gewerkt voor een broodfabriek in Kokomo, in de staat Indiana. “Ik kon vroeg met pensioen gaan”, vertelt hij. “En omdat de kinderen al het huis uit waren besloten we naar Florida te verhuizen, voor het klimaat. We kochten een huis in een woonoord voor gepensioneerden. Maar daar voelden we ons niet thuis, want de gemiddelde leeftijd lag er rond de tachtig. Wij wilden nog van alles ondernemen, we wilden eigenlijk ons land wel eens leren kennen. Gelukkig konden we ons huis snel weer kwijt, en toen hebben we voor 60.000 dollar (123.000 gulden) deze RV gekocht, wat heel goedkoop is. Wij wonen hier nu tot november, maar als we willen kunnen we zo vertrekken. Dat is het mooie van dit bestaan.”

Joallen: “Alles wat je nodig hebt, heb je bij je. En dat is niet veel. Materiële bezittingen betekenen niets meer voor ons.” Maar dat wil niet zeggen dat ze zichzelf tot Spartaanse levensomstandigheden hebben veroordeeld. RV'ers leiden een nomadisch bestaan, maar met behoud van comfort.

Stephen Bailey geeft een kleine rondleiding door het ruim elf meter lange mobiele appartement, van de hydraulisch verstelbare stoelen in de cockpit tot de ruime zitkamer met gebloemd bankstel, de eethoek voor vier, de keuken met magnetron, oven, ijskast en diepvries, de badkamer met douche en wc, het hoekje voor de computer en de slaapkamer met extra breed bed. Overal ligt beige hoogpolig tapijt, er staan twee grote televisietoestellen en de airconditioning houdt zacht zoemend de koelte op peil. De Baileys zijn in dit RV-park niet alleen aangesloten op stromend water, elektriciteit, riool en telefoon, ze hebben ook kabeltelevisie. En voor de zekerheid staat er dan nog een inklapbare schotelantenne op het dak.

Heimwee

De drang van ouderen om huis en haard te verruilen voor een leven on the road, sluit aan bij de lange Amerikaanse traditie van individualisme en pionieren. We kunnen eindelijk precies doen wat we zelf willen, zeggen veel oudere RV'ers als ze naar hun motieven worden gevraagd. We hebben alles bij ons, we zijn van niemand afhankelijk. Als onze buren ons niet bevallen, dan zoeken we andere buren op. Als we ergens uitgekeken raken, dan vertrekken we.

Maar volgens de Canadese antropologe Dorothy Ayers Counts worden de bejaarde nomaden vooral gedreven door heimwee naar een voorbij Amerika. De antropologe maakt sinds begin jaren negentig een studie van het verschijnsel RV'ers, een project dat ze als een logisch vervolg beschouwt op haar onderzoek naar ouder worden op Papoea Nieuw Guinea, waar ze twintig jaar heeft gewoond.

Counts gelooft dat de RV'ers in hun contacten met andere RV'ers op zoek zijn naar een gemeenschapsgevoel dat vroeger vanzelfsprekend was tussen buren, wijkgenoten en familieleden, maar dat in de hedendaagse samenleving, waarin iedereen zijn eigen gang gaat, grotendeels verdwenen is. Stephen en Joallen Bailey bevestigen dat zij hun mede-RV'ers zien als een apart slag mensen: vriendelijk, open en behulpzaam volk.

Het groepsgevoel wordt nog verstrekt door een hele RV-cultuur, verenigingen en steungroepen, speciale reisgidsen, tijdschriften, boeken, kortingskaarten, Internet-sites en jaarbeurzen voor full-time en part-time RV'ers.

Buitenstaanders, vooral in de grote steden aan de oostkust, beschouwen de RV-crowd vaak met enige hoon en meewarigheid. Ze vervloeken de plompe reispaleizen als ze er eens op een smalle bergweg noodgewongen achteraan sukkelen. En ze bespotten de verwende drang naar risicovrij avontuur, van mensen die zich niet in de natuur wagen zonder hun hele hebben en houden mee te slepen. “Astronauten gaan naar de maan met minder ondersteuning”, schrijft reisauteur Bill Bryson spottend in zijn boek The Lost Continent: Travels in Small-Town America. “Het hele idee is om je geen moment aan enig ongemak bloot te stellen - ja, om zo mogelijk zelfs helemaal geen frisse lucht in te ademen. Als de reislust je overvalt spring je in je blikken dertientonner en rij je 650 kilometer het land door, hermetisch afgesloten van de elementen. Je stopt bij een kampeerterrein, waar je razendsnel de water- en elektriciteitsvoorziening aansluit om geen moment zonder het gemak van airconditioning, vaatwasmachine en magnetron te hoeven zitten.”

RV'ers zullen het niet ontkennen. “We like the outdoors”, zei een enthousiaste bewoonster van een RV eens tegen een krant, “but we like to keep it outdoors”.

Padvindersbehendigheid

Echte kampeerders die denken dat reizen per RV gemakzuchtig is, moeten er maar eens een huren - wat vanaf zo'n 1.200 dollar per week mogelijk is. Qua avontuurlijkheid doet het manoeuvreren van zo'n bakbeest door de ochtendspits nauwelijks onder voor een dagje wildwatervaren. De padvindersbehendigheid die nodig is om zonder lucifers een goed kampvuur aan te leggen, valt in het niet bij de inventiviteit waar je een beroep op moet doen om de generator, de lpg-ijskast en de lekkende waterpomp elke ochtend aan de praat te krijgen. En wie het romantisch vindt om gehurkt tussen de bladeren zijn behoeften te doen, één met de natuur, weet niet hoeveel verwantschap met bosvarkens en mestkevers je voelt na het legen van de afvoertanks van gebruikt afwaswater en de wc - respectievelijk grijs en zwart water, in eufemistisch RV-taalgebruik.

Maar een RV'er klaagt niet over de ontberingen die hij zichzelf op de hals heeft gehaald. Hij zit in zijn klapstoel en kijkt tevreden hoe de avond valt, hoe de buren in de zwoele zomernacht gekleurde kerstverlichting tussen de bomen hangen, en hoe een laatkomer zijn voertuig op aanwijzingen van zijn vrouw moeizaam achteruitparkeert tussen een dennenboom en een picknicktafel. En voor hij slapen gaat controleert hij nog even of zijn huis wel op de handrem staat.

Als het nacht is, heerst er - afgezien van het gebrom van de airconditioning - diepe stilte in de RV-parken. Strenge regels dicteren het dagelijkse ritme, als het huisreglement van een hospita. Geen lawaai na tien uur 's avonds. Bezoek weg na elf uur. Fietsen na donker is verboden. En vuilniszakken worden opgehaald voor twaalf uur 's middags. Orde en netheid staan bij de meeste RV-parken hoog in het vaandel, wellicht uit vrees om bij het minste teken van verloedering aangezien te worden voor een van de verachte trailer parks.

Als RV'ers vrijbuiters zijn, dan toch zeker voorzichtige vrijbuiters. Volgens antropologe Dorothy Ayers Counts zijn RV'ers vaak vitaler, fysiek actiever en ook geestelijk alerter dan hun leeftijdsgenoten die thuisblijven. Maar toch is slechts een klein deel van hen zo avontuurlijk dat ze het ook aandurven om de kampeerterreinen en RV-parken links te laten liggen. Precieze cijfers ontbreken, maar het zogeheten boondocking, met de RV overnachten in de eenzaamheid van een woestijn, op het parkeerterrein van een voorstedelijk winkelcentrum of op een open plek in het bos, lijkt zacht gezegd geen rage. En dat terwijl de voertuigen met al hun voorzieningen daarvoor toch bij uitstek geschikt zijn.

Zakenreis

Kwispelend springt een klein hondje uit de Holiday Rambler van Don en Betty Morton, die tien meter lang is en ook nog een Jeep Cherokee aan de trekhaak heeft. De Mortons, hij 63 en zij 69 jaar oud, komen uit Birmingham, Alabama. Ze staan op een kampeerterrein bij Natural Bridge, in Virginia, en zijn op zakenreis. Ze horen bij een kleine maar groeiende groep: de RV'er die niet alleen on the road is voor ontspanning, maar ook voor zijn werk. Het is een type zakenman dat de Wall Street Journal onlangs aanduidde als the corporate Kerouac.

“Ik heb klanten in bijna elke deelstaat”, vertelt Don Morton, die directeur en eigenaar is van een fabriek die rubberen strips voor deuren en ramen maakt. “Ik ken ze alleen via de telefoon, maar ik geloof dat het belangrijk is dat ze mij ook eens te zien krijgen. Daarom zoek ik ze op. We maken tochten van zes weken, en mijn vrouw en Samantha, de hond, gaan mee: de ene keer doen we Florida, de volgende keer Texas en nu gaan we naar Virginia, Maryland en New Jersey. Met mijn mobiele telefoon bel ik elke dag met de zaak. Als ik een contract moet tekenen, sturen ze het per koerier op naar het kampeerterrein. We leven in een moderne wereld, ook hier in de rimboe.”

Even verderop staan Joan en John Price (66 en 67) uit de staat New York, die hun hele leven voor de klas hebben gestaan. Na hun pensionering zijn ze een kwekerijtje voor kerstrozen en geraniums begonnen. Maar een paar maanden per jaar sluiten ze de zaak en trekken ze erop uit. “We nemen een souvenir mee uit elke staat waar we komen”, zegt John, die in korte broek en bloot bovenlijf voor zijn RV staat. “We hebben een mobiele telefoon bij ons voor het contact met de kinderen. Ach, echt kamperen is het natuurlijk niet. Maar wij Amerikanen hebben nu eenmaal altijd een zekere Wanderlust.”