Betere toets pensioen en sociale zekerheid

AMSTERDAM, 1 AUG. De toezichthouders op pensioenfondsen en sociale verzekeraars moeten meer instrumenten krijgen om de betrokken instellingen te controleren. Dat concludeert een interdepartementale werkgroep (Financiën, Sociale Zaken, Volksgezondheid) na bestudering van de manier waarop het toezicht is georganiseerd op particuliere financiële instelingen (banken, verzekeraars), pensioenfondsen en sociale verzekeraars (ziekenfondsen, uitvoerders van werknemersverzekeringen).

De studie is een uitvloeisel van onder meer het onderzoek van een werkgroep van de Tweede Kamer naar de ondergang van verzekeraar Vie d'Or in 1993. De conclusies komen op een moment dat de Nederlandse financiële wereld in een nieuw proces van samenklontering verkeert waarin voor het eerst ook de uitvoerders van de geprivatiseerde sociale verzekeringen worden betrokken. Drie weken geleden kondigde de Rabobank, de grootste bank in Nederland, een fusie aan met bank en verzekeraar Achmea, die op zijn beurt weer wil fuseren met Gak, de marktleider in de uitvoering van sociale verzekeringen.

De werkgroep noemt drie terreinen voor uitbreiding van toezichtsinstrumenten. Het gaat om toetsing van bekwaamheid en betrouwbaarheid van bestuurders of andere leidinggevenden en controle op de administratieve organisatie van de instellingen. Ook een informatieplicht over zakelijke relaties met andere ondernemingen die tot dezelfde financiële groep behoren zou onderdeel van verbeterd toezicht kunnen zijn. Met name pensioenfondsen, ziekenfondsen en uitvoeringsinstellingen in de sociale zekerheid (Gak), kennen deze controle instrumenten niet, al is wel een wetsvoorstel bij de Kamer ingediend om toetsing op deskundigheid bij pensioenfondsbestuurders in te voeren.