Behoeftigen en hebberigen

Verzekeraars en hun tussenpersonen schreeuwen moord en brand, omdat het beoogde nieuwe belastingstelsel de aftrek van premies voor lijfrenteverzekeringen, waaronder koopsompolissen, dreigt te beperken.

De redactie van Het Verzekeringsblad beschuldigde vorig najaar de politieke geestelijke vaders van het stelsel - Zalm en Vermeend - 'levensverzekerend Nederland om zeep te helpen'. En: 'Nederland verspeelt zijn gidsfunctie en dreigt af te zakken naar een derdewereldpensioenland waar de oudedag alleen en uitsluitend is veiliggesteld door een gezond en sterk nageslacht. De solidariteit van jong met oud bestaat in de hooggeïndustrialiseerde westerse landen niet meer. Zou het de bedoeling van de regering zijn een toekomstige generatie ouderen te kweken aan wie alle verantwoordelijkheid voor de toekomst in handen is gegeven, zonder een toereikend fiscaal instrumentarium?'

Wat een wereldvreemde beschuldiging! De Nederlandse pensioenfondsen horen tot de rijkste ter wereld. Hun welvaartsvaste eindloonregelingen bieden werknemers en pensioentrekkers een unieke en veelzijdige solidariteit, die lijkt op een baan voor het leven. Wie daarmee nog niet tevreden is, kan een lijfrenteverzekering sluiten en de periodieke premies of eenmalige koopsommen aftrekken van zijn inkomen. Wat een belastingvoordeel oplevert.

In advertenties en brochures worden die voordelen breed uitgemeten. De omvang van de toekomstige lijfrenten, de belasting die daarop wordt ingehouden, en het ingewikkelde vervolg van zo'n polis, komen zelden aan bod. De lijfrentepolis, en met name de koopsompolis, is een constructie die teert op belastingvoordelen. Daar wil de overheid op beknibbelen: alleen mensen met een aantoonbaar pensioentekort mogen premies aftrekken. Het voordeel blijft dus bestaan voor de behoeftigen, zoals de vele niet-werknemers. De hebberigen moet hun heil elders zoeken. Het zal moeilijk worden om de grens tussen die twee duidelijk te trekken.

Nu Zalm en Vermeend hun contract met coach Kok voor vier jaar verlengd hebben, Louis van Gaal niets ziet in Zalm en Vermeend als vervangers van de Boertjes, en de contouren van de belastingherziening in het regeeraccoord staan, zit het er in dat er fiscale verzekeringsvoordelen gaan verdwijnen. Is dat een ramp?

Volgens Het Verzekeringsblad wel. Wanneer de koopsompolissen verdwijnen, scheelt dat bemiddelaars ruim 150 miljoen gulden per jaar aan provisie. 'Dat gaat banen kosten. Uiteraard! Alleen al bij de levensverzekeraars spreken we dan toch al gauw over duizenden arbeidsplaatsen. En naar wij vrezen en voorzichtig schatten ook nog eens een handjevol duizend arbeidsplaatsen binnen het zo door de bewindslieden geprezen en bejubelde midden- en kleinbedrijf, in casu de tot op heden florerende en heel veel werkgelegenheid scheppende assurantiekantoren.'

Beleggers delen die sombere mening niet, want de koersen van bedrijven met een levensverzekeringstak staan zelfs in Europees verband op recordhoogte - Aegon voorop. Toch zijn verzekeraars niet gerust op een gunstige afloop, want onlangs hebben zij staatssecretaris Vermeend erop gewezen dat de schatkist in de toekomst honderden miljoenen guldens misloopt als mensen minder lijfrenteverzekeringen gaan sluiten. Die opbrengst komt uit de heffing op de ingegane lijfrenten. De regel is immers zo: premie aftrekbaar, dan uitkering belast. Dus staat tegenover de lagere heffing (op lijfrenten) een lager belastingnadeel op de premie- en koopsomaftrek.

De argumentatie van de verzekeraars is interessant. Je kan er uit opmaken, hoewel ze dat niet zeggen, dat de fiscus per saldo verdient aan deze verzekeringen: de toekomstige opbrengsten overtreffen de oorspronkelijke premieaftrek. Terwijl de verzekeraars ons juist voorhouden dat wíj er van profiteren: nu aftrek in een hoog belastingtarief (50 of 60 procent) en straks (10, 20, 30 jaar later) belasting in een lager tarief.

Voor mensen met AOW en een flink pensioen ligt het lagere tarief voor 65-plussers niet voor de hand, omdat de twee uitkeringen samen het fiscale voordeel opslokken. Gaat het om een beleggingsverzekering, dan betaalt de verzekerde zelfs belasting op de behaalde koerswinsten, via zijn lijfrente-uitkeringen. Voor een belegger zijn die winsten nu nog belastingvrij, en straks waarschijnlijk onderhevig aan een fictief rendement.

Is er voor verzekerden nog hoop als de fiscale voordelen worden ingeperkt? Jazeker, met zelf beleggen kan je een eind komen, in alle vrijheid. Die biedt een lijfrentepolis niet. Dat is een fiscaal korset voor het leven, omdat de fiscus de verleende aftrek via de uitkeringen terug wil verdienen en verzekerden en de verzekeraars allerlei ingewikkelde regelingen oplegt.

    • Adriaan Hiele