Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

De bloeiende parallelhandel; Bij de gratie van ondoorzichtigheid

Luxeparfums tegen dumpprijzen in de schappen van het Kruidvat. Fabrikanten zien tandenknarsend toe, de betere parfumerie ziet haar winstmarge krimpen, de drogisterijketens varen er wel bij. Want zonder dat de fabrikanten dat willen, levert de parallelhandel hun alles wat ze hebben willen. Het mag niet altijd, zo bevestigde het Europese Hof vorige week nog maar eens in een uitspraak, maar het gebeurt op grote schaal.

Spijkerbroeken van Levi's, rugzakken van Kipling, sportschoenen van Nike en parfums van Dior. Maar ook potentiepillen van Viagra en het nieuwste model Volkswagen. Producten die in het buitenland goedkoper zijn dan hier of die in Europa nog niet, maar elders wel te krijgen zijn. Ze vinden in groten getale hun weg naar de Nederlandse markt via het grijze circuit, de parallelhandel.

Parallelhandel is handel die buiten de regie valt van fabrikanten of merkhouders en de bij hen aangesloten importeurs en distributeurs. Normaal krijgen alleen luxeparfumerieën die door de Parijse parfumfabrikant Dior zorgvuldig 'gescreend' worden op exclusieve uitstraling de flesjes Tendre Poison en Eau Sauvage van de Nederlandse Dior-importeur geleverd. Maar via de parallelhandel kan het gebeuren dat dezelfde geurtjes ook in de schappen van het Kruidvat liggen.

Het Kruidvat, maar ook Etos, Trekpleister en tal van andere drogisterijketens betrekken hun luxeparfums van parallelhandelaren. Waar ze die vandaan halen? “Overal en nergens”, aldus een van die handelaren, die voor de fabrikanten “onzichtbaar” wil blijven en daarom niet met name genoemd wil worden. “Wie goed om zich heen kijkt, vindt altijd wel ergens een parfumerie, een groothandel of een importeur uit het reguliere circuit die wat spullen 'over' heeft. Of die gewoon wat meer bestelt dan hij zelf nodig heeft en dat vervolgens met een kleine marge doorverkoopt aan een parallelhandelaar.”

Het gaat daarbij niet om kleine hoeveelheden. In parfums gaat jaarlijks zo'n 400 miljoen gulden in de parallelhandel om, schat de handelaar. Hij toont zijn magazijn, waar duizenden parfums - “zowat alle merken die je maar kunt bedenken” - opgeslagen liggen. Hij zegt jaarlijks tientallen miljoenen aan merkparfums te verkopen, vooral aan de grote drogisterijketens. “En geen namaak, allemaal origineel spul, recht uit de fabrieken van Cacharel, Nina Ricci, Dior en noem maar op. Ik verkoop soms al nieuwe geurlijnen voordat de officiële importeur ze kan leveren.”

Parallelhandel is in Nederland - en ook daarbuiten - een factor van betekenis. Jaarlijks gaat er zo'n vier miljard gulden in om, stelt het Economische Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (EIM) in zijn rapport 'De betekenis van parallelhandel voor Nederland'. Tal van sectoren hebben er mee te maken. Het EIM noemt kleding, sportartikelen, cosmetica, schoeisel, alcoholische dranken, sigaretten, horloges, meubelen, consumentenelektronica, medicijnen, computers, compactdiscs, cd-roms, software, auto-onderdelen en zelfs koffie, thee en voedingsmiddelen.

“Parallelhandel komt overal voor waar een merk een rol speelt voor de afnemer”, stelt het instituut vast. Inherent aan merkartikelen is immers dat je voor een deel betaalt voor het imago dat een product uitstraalt. Aangezien de markt overal verschillend verdeeld is tussen aanbieders van producten zorgt marktwerking voor prijsverschillen tussen landen, zeker bij modegevoelige artikelen die afhankelijk zijn van de grillen van de consument.

Maar tal van andere factoren veroorzaken eveneens prijsverschillen. Zo kan een importeur die een product van de fabrikant als enige in Nederland mag leveren de prijzen kunstmatig hoog houden, terwijl het elders goedkoper te krijgen is. Of in een land kan door een overschot aan een bepaald product de prijs kelderen, terwijl die hier op peil blijft. Andersom kan ook: een product dat schaars is kan in de parallelhandel wel verkrijgbaar zijn, maar tegen een wat hogere prijs. In al die gevallen, en duizend-en-een andere, is het lucratief om zulke goederen, buiten de fabrikant om, te importeren en in Nederland op de markt te brengen. Alleen, dat mag maar in beperkte mate. Binnen Europa geldt een vrij verkeer van goederen en is parallelhandel dus gewoon toegestaan. Fabrikanten kunnen hooguit trachten hun distributienetwerk gesloten te houden voor parallelhandelaren, door importeurs en winkeliers die producten doorverkopen op te sporen en niet meer te beleveren. Parallelhandel is dus geen zwarte handel; de handelaren staan gewoon ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en dragen keurig BTW af over de producten die ze verkopen.

Handel die de grenzen van de Europese Unie overschrijdt is echter wel aan regels gebonden. Europese richtlijnen beschermen merkhouders en fabrikanten tegen 'uitputting' van hun merkrecht. Binnen Europa kan een merkhouder die zijn product op de markt heeft gebracht niet verhinderen dat het wordt (door)verkocht, bijvoorbeeld door parallelhandelaren. Dat recht is 'uitgeput'. Voor het importeren van producten die buiten de Europese Unie op de markt zijn gebracht geldt die uitputting niet. Een handelaar heeft daarom toestemming van de merkhouder nodig om diens producten Europa binnen te brengen.

In de Verenigde Staten geproduceerde onderbroeken van Calvin Klein mogen dus niet worden ingevoerd zonder toestemming van de fabrikant. Maar dat geldt ook voor parfum van Dior die in Parijs is geproduceerd en vervolgens geëxporteerd naar een land buiten de Europese Unie. Een handelaar mag die parfum niet terughalen naar Europa zonder toestemming van Dior. Europa is immers niet de markt waar de parfums voor waren bestemd en waar de prijs van het product op was afgestemd.

Parallelimport van goederen van buiten de Europese Unie wordt hiermee volledig aan banden gelegd. Deze uitleg van de Europese richtlijn is vorige week nog eens bekrachtigd door het Europese Hof van Justitie, in de zaak van Silhouette, een Oostenrijkse fabrikant van exclusieve zonnebrillen, tegen de winkelketen Hartlauer, die een partij zonnebrillen in Bulgarije had opgekocht en in Oostenrijk tegen een bodemprijs verkocht. De rechter oordeelde dat dergelijke parallelhandel in strijd is met de Europese richtlijn.

Het EIM-onderzoek toont aan dat de consumentenprijzen in Europa door deze regelgeving kunstmatig hoog zijn. Geneesmiddelen zouden 10 tot 20 procent in prijs omlaag kunnen, merkkleding en schoenen 10 tot 15 procent goedkoper en cosmetica, variërend per merk, enige tientallen procenten.

Volgens N. Schouten, secretaris van de Dutch Merchants Association, belangenbehartiger van parallelhandelaren, zijn de prijzen in Nederland nu al lager dankzij parallelhandel, die ondanks het verbod nog welig tiert. “Neem nou die luxeparfums. Sinds het Kruidvat die fors onder de adviesprijs verkoopt, zijn ze bij duurdere parfumerieën ook een stuk goedkoper geworden.” De consument vaart dus wel bij parallelhandel, zo oordeelt Schouten.

Mr. Ch. Gielen van advocatenkantoor Nauta Dutilh, die namens Dior rechtszaken voert tegen drogisterijketens die parallelgeïmporteerde parfum verkopen, betwijfelt dat. “De consument die een flesje Dior koopt, koopt iets exclusiefs en wil daar ook best voor betalen. Maar als datzelfde flesje ook bij het Kruidvat te koop is, is de exclusiviteit verdwenen.” Dat is een domper voor die consument en rampzalig voor Dior, dat zijn imago naar de vaantjes ziet gaan.

Volgens Gielen is evenmin sprake van kunstmatig hoge prijzen. “Dior geeft miljoenen uit aan marketing en reclame, om het imago van het merk Dior in stand te houden. Die kosten heeft de parallelhandel niet, maar die profiteert wel van de vraag naar Dior-producten die erdoor ontstaat.” Om parallelhandel tegen te gaan, drukt Dior op alle verpakkingen van parfums voor de consument onzichtbare codes, die alleen te lezen zijn met een ultravioletlamp. Aan de hand van die code kan Dior in zijn administratie nagaan waar de parfum op de markt is gebracht. Als zo'n flesje opduikt bij een drogist of parfumerie die geen deel uitmaakt van het besloten verkoopcircuit, kan Dior onmiddellijk zien waar het vandaan komt. Op die manier kan Dior ook traceren wie van zijn afnemers parfums aan parallelhandelaren heeft doorverkocht.

Als de parfum van buiten Europa afkomstig is, kan Dior bovendien de detailhandelaar aanpakken. Zo heeft Dior recent een proces achter de rug tegen Etos, dat parfums uit Zuid-Amerika in de schappen had staan. Etos kon echter met een accountantsverklaring aantonen dat de spullen in Nederland gekocht waren, van een parallelhandelaar. Daarmee pleitte Etos zichzelf vrij.

Om de parallelhandelaar niet in gevaar te brengen - en daarmee Dior de kans te geven de aanvoer van luxeparfums te dwarsbomen - weigert Etos de identiteit van zijn leverancier prijs te geven. “Als we niet weten wie hij is, kunnen we hem ook niet aanpakken”, aldus Gielen.

De parallelhandelaar die, onder andere, Etos belevert: “De parallelhandel bestaat bij de gratie van zijn ondoorzichtigheid. Zodra de spelers bekend zijn, droogt de handel op. Leverancier, parallelhandelaar en de detailhandel nemen elkaar daarom in bescherming.”

In zijn magazijn toont hij een voorbeeld van hoe hij dat doet. Een groepje werknemers is daar parfumdoosjes aan het “decoderen”. Met een ultravioletlamp kijken ze waar de codes staan en vervolgens strijken ze daar onzichtbare lak overheen, zodat de codes onleesbaar worden. “Zo kan de fabrikant het land van herkomst niet zien èn hij weet niet wie van zijn klanten het spul aan mij geleverd heeft.”

Gielen hoopt dat een rechter een keer de uitspraak doet dat detailhandelaren niet van zulke gedecodeerde artikelen mogen verkopen. Tot dusver is dat nog niet gebeurd. Volgens de parallelhandelaar is decoderen van artikelen overigens vaak helemaal niet nodig. “Fabrikanten hebben vaak zelf alle belang bij het bestaan van parallelhandel. Dat is een handige manier om snel van overproductie af te komen. Zij pakken de parallelhandel dus nauwelijks aan.”

Mr K. Stöpetie van advocatenkantoor Stibbe Simont Monahan Duhot, die Etos verdedigde in de zaak tegen Dior, meent dat dit ook voor Dior geldt. “De indruk dringt zich op dat Dior overschotten van zijn productie langs een achterdeur op de markt zet. Zij weten dat sommige afnemers veel meer Dior bestellen dan ze voor hun thuismarkt nodig hebben.”

Dior kan, zegt Stöpetie, op zijn klompen aanvoelen dat die spullen rechtstreeks afvloeien naar de parallelhandel, maar “knijpt graag een oogje toe”. Hij doet de rechtszaken die Dior tegen de drogisterijketens voert af als een “goedmakertje” voor de luxeparfumerieën, die met lede ogen toezien hoe de parfums die zij exclusief mogen verkopen elders ook gewoon verkrijgbaar zijn, nog wel tegen een lagere prijs. “Maar intussen laat Dior de aanvoer van al die parfums, via de eigen importeurs en tussenhandelaren, ongemoeid.” Dat ligt ook voor de hand, stelt Stöpetie: het aandeel in de omzet van Dior dat door de (indirecte) verkoop aan parallelhandelaren opgebracht wordt, is te groot geworden. De parallelhandelaar in parfums meent dat het vaak niet eens meer nodig is om spullen van buiten Europa te importeren. “Ook binnen de EU zitten genoeg lekken in het distributienetwerk van Dior.” Hij zegt als gevolg van de steeds striktere Europese regelgeving volledig gestopt te zijn met import uit landen buiten de EU.

“Onzin”, zegt Gielen. “De overgrote meerderheid van Dior-parfum die via parallelhandel in de winkel belandt, komt van buiten de EU. Dior ziet er zeer streng op toe dat het besloten distributienetwerk ook besloten blijft. Een importeur die betrapt wordt op het doorverkopen van spullen, wordt onmiddellijk aangepakt. Dat is ook al regelmatig gebeurd.”

Steekproeven bij drogisterijen als Etos en Kruidvat wijzen onomstotelijk uit dat de parfums van buiten Europa afkomstig zijn, zegt Gielen. “Het code-systeem is waterdicht, als de codes tenminste niet verwijderd zijn.”

De parallelhandelaar heeft zijn twijfels. “Dior kan codes herkennen, ik niet. Dus ik kan niet controleren of het klopt, als Dior zegt dat de spullen niet uit Europa komen.” Dior weigert het codesysteem inzichtelijk te maken voor de buitenwereld. Dat is ondoenlijk, volgens Gielen.

Volgens Schouten van de Dutch Merchants Association zijn fabrikanten niet eenduidig in hun opstelling ten opzichte van parallelhandel. Daaruit blijkt volgens hem wel dat ze er zelf belang bij hebben. “Er is sprake van door de fabrikant soms gewenste en dus bevorderde, dan wel gedoogde parallelhandel.” Parallelhandel werkt nu eenmaal omzetverhogend, ook voor de fabrikant: een deel van de consumenten die de producten bij de reguliere verkoopkanalen te duur vinden koopt ze wel tegen de lagere prijs bij de door de parallelhandel beleverde winkel.

Een sector waar dit duidelijk aantoonbaar is is volgens Schouten de auto- en motorindustrie. Een parallelhandelaar in die branche: “Bij een auto of motor is aan het chassisnummer, dat in het kentekenbewijs staat, in één oogopslag te zien waar het voertuig vandaan komt. Het is geen enkel probleem om een parallelhandelaar aan te pakken. Maar het gebeurt niet, omdat het aandeel van de parallelhandel in de totale omzet veel te groot is.”

In de auto- en motorbranche is zelfs naast het reguliere circuit van officiële dealers een omvangrijk circuit van niet-officiële dealers ontstaan, die volledig leunen op parallelimport van buiten de EU. “Die adverteren zelfs met auto's en motoren die hier helemaal nog niet op de markt zijn gebracht, zoals nu het nieuwe type Volkswagen. Gewone dealers kunnen die niet leveren, de parallelhandel wel.” Volkswagen heeft overigens al gezegd niet van plan te zijn stappen tegen deze, kleinschalige, parallelimport te ondernemen.

Parallelhandel aanpakken is helemaal niet zo moeilijk, vervolgt de autohandelaar. “Je kunt er vrij eenvoudig voor zorgen dat je verkoopnetwerk gesloten blijft. Een BMW zul je bijvoorbeeld nauwelijks in de parallelhandel tegenkomen, omdat BMW heel strikt toeziet op zijn dealers. Wie ook maar één BMW doorverkoopt aan een parallelhandelaar is zijn dealerschap kwijt.” Andere autofabrikanten zouden dat ook kunnen doen, maar de meeste doen dat niet. “Zij vinden die parallelhandel alleen maar gemakkelijk. Die houdt de markt flexibel, ze kunnen gemakkelijk overschotten dumpen en het levert gewoon meer omzet op.”

De parallelhandelaar in parfum onderschrijft deze werkwijze. “Dior produceert gewoon te veel en moet dus regelmatig grote partijen parfum dumpen via de parallelhandel. Maar het kan ook anders. Merken als Chanel en Estee Lauder houden hun productie binnen de perken en zorgen er zo voor dat er bijna niks in de parallelhandel terecht komt. Zij zijn wèl echt exclusief.”