Sjarel Ex maakt Domtoren tot middelpunt van ambitieuze expositie; De stad als enorme wijzerplaat

Julian Opie wil een kerk inpakken met stof en Wim T. Schippers stelt voor de Domtoren in negatief uit te voeren. De voorstellen voor het Utrechtse project Panorama 2000 grenzen aan het onwaarschijnlijke. Maar directeur Sjarel Ex van het Centraal Museum heeft goede hoop dat 25 ideeën uitgevoerd kunnen worden.

UTRECHT, 7 JULI. Utrecht als één groot kunstwerk met de Domtoren als middelpunt. Dat is de visie van Sjarel Ex (1957), directeur van het Centraal Museum in Utrecht, op Panorama 2000. Bezoekers aan de expositie die hij ter ere van het nieuwe millennium wil maken, zullen vanaf de Domtoren de werken kunnen zien van circa 25 kunstenaars uit binnen- en buitenland. De kunstwerken zullen verspreid staan door heel Utrecht, van de volkswijk Lombok tot op het Domplein.

Ex laat enthousiast één van de ingezonden ontwerpen zien: “Paul Ramirez Jonas wil van de stad een klok rondom de Dom maken. In plaats van dat mensen naar de klok op de toren kijken om te zien hoe laat het is, kijken ze vanaf de toren naar een reusachtige wijzerplaat, die hen de tijd laat zien.”

De kunstenaar heeft vanuit de Domtoren de stad in twaalf taartpunten verdeeld. Kloksgewijs zullen in de segmenten de cijfers 1 tot en met 12 worden aangebracht. De ontwerpschets toont een op het wegdek gekalkte, uitgerekte drie, een levensgrote negen op een gebouw en een kolosale vier die op een wal is aangebracht. Een draai-orgeltje zal op ieder heel uur een andere compositie ten gehore brengen vanuit het stadssegment met het overeenkomstige cijfer.

“De Domtoren is al bijna duizend jaar het middelpunt van Utrecht”, zegt Ex. “Hij is vanaf grote afstand al te zien en is gezichtsbepalend voor de stad. Op vele tientallen schilderijen in de collectie van het Centraal Museum staat de Dom afgebeeld.” Uitgangspunt voor Panorama 2000 is dat de kijkrichting van het publiek eens wordt omgedraaid. De bezoekers zullen niet vanuit de stad opkijken naar het karakteristieke beeldmerk van Utrecht, maar vanaf de toren kijken naar de stad.

De Britse beeldend kunstenaar Julian Opie stelt voor de Janskerk of stadskasteel Oudaen geheel te voorzien van een 'tweede stoffen huid'. Ex: “Door het gebouw strak in te pakken ontstaat een schematische weergave van het origineel. Het zal bezien vanaf de Domtoren als een 'enorm stuk lego' afsteken bij de rest van de stad.”

Ex verwacht dat 100.000 bezoekers de Domtoren zullen beklimmen om vanaf balkons en plateaus op 25, 40 en 70 meter hoogte de door de stad verspreide kunstwerken te observeren. “Vanaf de toren zullen mensen de werken scherp en vanuit één perspectief kunnen zien, maar als ze dan lopend door de stad op zoek gaan naar de werken zullen ze een totaal andere ervaring hebben”, zegt hij. Ex trekt een parallel met het kijken naar een impressionistisch schilderij: “Van veraf zie je duidelijk wat er afgebeeld is, maar als je dichtbij komt zie je alleen maar strepen en stippen. Je ervaart dan veel meer de aard van het materiaal en de afmeting van het werk dan het plaatje. Het is een stuk fysieker.”

“Als het werk dominant, indrukwekkend of fantasierijk genoeg is, dan maakt het een onuitwisbare indruk op de toeschouwer”, denkt Ex. “Die kijker kan daarna nooit meer die plek zien zonder herinnerd te worden aan het kunstwerk dat er ooit tijdelijk stond. Op die manier verander je met een tijdelijke tentoonstelling permanent de ruimtelijke beleving van mensen.”

De museumdirecteur beschouwt Panorama 2000 als het sluitstuk van een trilogie over exposeren in de publieke ruimte. In 1987 plaatste hij in het kader van Amsterdam Culturele Hoofdstad 25 kunstwerken op publieke en historische locaties, die varieerden van een bordeel op de Wallen tot de burgerzaal van het Paleis op de Dam. Vier jaar later, nadat hij tot directeur van het Centraal Museum was benoemd, organiseerde Ex de expositie Nachtregels. Vijfentwintig lichtsculpturen waren vier maanden lang tussen zonsondergang en zonsopgang in Utrecht te bewonderen. Vijf werken hebben een permanente plaats in het stadsbeeld gekregen.

“Exposeren in de openbare ruimte is niet vanzelfsprekend en gemakkelijk”, vertelt Ex. “Je hebt geen controle over de omgeving zoals in een museum. Bovendien moeten heel wat mensen bereid zijn mee te werken aan het project.” Dat zal zeker ook het geval zijn bij Panorama 2000. Projectvoorstellen als dat van Opie grenzen aan het onwaarschijnlijke en zullen het stadsaanzicht sterk beïnvloeden.

Of Opie en de andere kunstenaars met wie Ex in contact staat daadwerkelijk hun plannen ten uitvoer kunnen brengen, hangt af van de Utrechtse gemeenteraad, die in september over het wel of niet doorgaan van Panorama 2000 beslist. De 4,5 miljoen gulden, die het project gaat kosten, is al voor tweederde veilig gesteld. De stad Utrecht, het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Mondriaan Stichting en een aantal grote bedrijven waaronder de NS hebben financiële ondersteuning toegezegd. Ex denkt dat het geen probleem is de laatste anderhalf miljoen bij elkaar te krijgen.

Ex maakt de voorlopige inventaris op: “Als we toestemming krijgen en de rest van het geld is binnen, dan is de enige zorg nog dat we een aantal realiseerbare ontwerpen overhouden. We hebben een paar fantastische plannen binnengekregen, die helaas onuitvoerbaar zullen zijn. Zo heeft Marc Ruygrok bedacht samen met een wolkenfabrikant uit Hollywood 'wolken op bestelling' te maken. Een wolk van iedere denkbare vorm en afmeting zou op een gewenste locatie en bepaald tijdstip boven de stad geplaatst kunnen worden. Dit project is echter zo duur dat het het budget voor de hele expositie zou opslokken.”

Het meest radicale ontwerp dat Ex tot nu toe heeft ontvangen is afkomstig van Wim T. Schippers. Hij wil de Domtoren uitvoeren in negatief. Ex: “Dat zou dus een 112 meter diep gat worden in de vorm van de Dom. We onderzoeken het plan serieus, maar ik denk niet dat we dát aankunnen.”

    • Edo Dijksterhuis