In deze chaos is elk beleid gedoemd zinloos te zijn; Onderwijs verdient een beter lot

Het tijdperk Ritzen nadert zijn einde. Dat is maar goed ook, vindt Ton van Haperen. Veel beloftes zijn niet nagekomen en met de onderwijskundige vernieuwingen is het al niet veel beter gesteld. Het wachten is op iemand met verstand van zaken.

Als de schijn niet bedriegt komt er snel een tweede paars kabinet. Kleine conflicten tussen de onderhandelende partijen worden door de media opgeblazen, maar laten zich eenvoudig wegmasseren. De enige vraag die eigenlijk nog rest is, wie gaat wat doen? Een nieuw kabinet betekent voor het ministerie van Onderwijs in ieder geval een wisseling van de wacht. Het is zeker dat Ritzen na negen jaar niet nog een keer terugkomt en dat is maar goed ook.

Onder zijn bewind is de positie van de leraar sneller gedevalueerd dan alle Aziatische munten bij elkaar, iets wat onlangs bevestigd werd door de Onderwijsraad. Docenten hebben volgens dit instituut recht op een hoger loon en meer tijd. Aanvullend zouden prikkels ontwikkeld moeten worden om de opgelopen professionele achterstand in te halen. OESO-cijfers werden erbij gehaald en daaruit blijkt dat ook vergeleken met andere landen de werkomstandigheden van de Nederlandse onderwijsgevende slecht zijn.

De verdiensten gaan nog wel, maar de klassen zijn te groot en het aantal lessen per week is absurd hoog. Natuurlijk, het betreft hier opgewarmde kost, maar een nieuwe bewindspersoon dient zich er wel terdege van bewust te zijn. De situatie begint namelijk iets onhandigs te krijgen. De arbeidsmarkt is momenteel zo krap dat elke beroepswerkloze vreselijk zijn best moet doen om dat te blijven. Een naderend docententekort opvullen is in deze omstandigheden onmogelijk. Er is werk genoeg en niemand wil het onderwijs in. Het leraarschap wordt steeds meer een negatieve keuze. Iemand die in elk segment van de samenleving faalt, kan altijd nog voor de klas.

Dit impliceert dat de jeugd straks les krijgt van mensen die alleen door het leeftijdsverschil meer weten en kunnen. Dit is kwalijk, want onderwijsbeleid is bij een slechte uitvoering zinloos. De bovenbouw van het VWO kan nog zo mooi geherstructureerd worden, als de lessen verzorgd worden door mensen die nog nooit een universiteit van binnen gezien hebben zal de doelstelling - verbetering van de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs - niet bereikt worden. De Onderwijsraad doet prachtige voorstellen om de teruggang in kwaliteit te stoppen. Prima, maar helaas onuitvoerbaar.

Bijscholing voor zittend personeel, verdere professionalisering, het betekent lesuitval. Gezien de omvang van de huidige arbeidsreserve kan dit niet want er is geen vervanger te vinden. De ruimte voor nieuwe plannen in de personele sfeer is dan ook nul.

Een vervelende constatering, maar het is niet anders. Wat echter veel erger is, is dat eerder gedane beloftes op dit gebied niet nagekomen zijn. Zo moesten de bonden driekwart jaar geleden de minister herinneren aan een door hem vergeten koopkrachtgarantie. Na aarzelende acties was hij bereid 0,7 procent te betalen. De rest van Nederland praat inmiddels over een tienvoudige loonsverhoging. Een paar maanden later haalden leraren opnieuw de krant met acties voor arbeidstijdverkorting. Bestuurders, rectoren en politici, allen reageerden zij met sympathie. Het resultaat werd dan ook opvallend snel binnengehaald: twee lessen arbeidstijdverkorting. Momenteel worden de sommetjes voor het volgend jaar gemaakt en alles is weer anders.

Een CAO geldt niet meer voor het hele land. Een bestuur mag zelf onderhandelen met de bonden. Ons middelbaar onderwijs in Brabant maakte van die mogelijkheid gebruik en heeft een eigen overeenkomst afgesloten. Hierin is geen maximum lessenaantal vastgelegd. Ons middelbaar onderwijs laat vervolgens de concrete invulling over aan de directies van de vijftig aangesloten scholen. Zij worden op deze manier in staat gesteld om vanuit de eigen unieke positie personeelsbeleid te ontwikkelen. Hiermee is collectieve bescherming ingeruild voor flexibiliteit. Het resultaat laat zich raden. De schoolbudgetten zijn niet groot, dus verzorgen zo weinig mogelijk leraren zoveel mogelijk lessen en dat zijn er vaak meer dan de landelijk afgesproken 26. Gezien het belang dat gehecht wordt aan decentralisatie valt te verwachten dat dit Brabantse model massaal wordt overgenomen. Het breekt de macht van de bonden, is goedkoop, maar het frustreert wel de werknemer.

Qua werktijden wordt de leraar dus niet meer door de overheid beschermd. Wat nog rest zijn de lonen. Aan dat laatste schijnt ook gemorreld te worden. Vlak voor de aankondiging van zijn vertrek liet Ritzen, gesteund door organisatie-adviesbureau Berenschot, de proefballon prestatieloon maar weer eens op, waarmee hij de deur naar nog meer rechtsongelijkheid in de arbeidsverhoudingen heeft geopend.

De arbeidsvoorwaarden in het onderwijs zijn slecht geregeld, met plannen in de sfeer van aanschaf van materieel en onderwijskundige vernieuwing is het nog beroerder gesteld. Zij dragen in de voorbereiding al een chaotisch karakter met zich mee. Het formatiewerkgroepje onderwijs schijnt het aloude ICT-plan van Ritzen bekrachtigd te hebben. De bedoeling hiervan is dat straks elke tien leerlingen kunnen beschikken over een computer. Kosten: anderhalf miljard, een jaar geleden was dit nog de helft. Los van de vraag of het geld nu juist hieraan besteed moet worden, is het in ieder geval duidelijk dat meer van dit soort prijsexplosies elke vorm van begrotingsbeleid onmogelijk maken. Enige twijfel omtrent het tijdstip van levering van de apparatuur lijkt dan ook op zijn plaats.

Met de onderwijskundige vernieuwingen is het al niet veel beter gesteld. Zo zijn de onderwijsspecialisten in de Tweede Kamer er eigenlijk allang achter dat de afsluiting van de basisvorming ongeveer een zelfde status geniet als de vernieuwing zelf: namelijk geen. VVD-Kamerlid Cornielje wil dan ook voorstellen met dat toetsen maar op te houden. De inspectie liet enige tijd geleden al weten dat de basisvorming niet functioneert.

De Tweede Fase, de veel beschreven herstructurering van de bovenbouw Havo/VWO, lijkt een zelfde lot ten deel te vallen. Sommige scholen beginnen hier al direct na de zomervakantie mee. Dit getuigt van weinig wijsheid. Veel leerboeken zijn nog niet verschenen en een gedegen voorbereiding van personeel heeft amper plaatsgehad. Dat wordt wat: een nieuw programma, ander onderwijs en geen materiaal - alle ingrediënten voor nog meer onzekerheid zijn volop aanwezig. Het valt dan ook te verwachten dat van oorsprong traditionele scholen na een paar jaar aanmodderen met een studiehuis weer terug zullen vallen op wat ze wel kunnen, leerlingen klassikaal voorbereiden op het examen.

Toen dit jaar de Chicago Bulls voor de zesde keer kampioen werden in de Amerikaanse basketbalcompetitie, werd superster Michael Jordan gevraagd hoe ze dat toch elke keer weer flikten. Iedere ploeg heeft goede spelers, maar toch winnen de Bulls altijd. Jordan keek zelfverzekerd in de camera en liet de woorden strong leadership en determination vallen. Dat zijn nu precies de zaken waar het in het onderwijs aan ontbreekt.

Demissionair minister Ritzen beklaagt zich in de pers geregeld over de zeurcultuur op scholen. Helaas, helemaal ongelijk heeft hij niet. Wat hij er bij vergeet te vertellen is dat zijn zuinigheid en de niet te stuiten ambitie van zijn staatssecretaris de belangrijkste oorzaken zijn van het geklaag. Veel willen en geen cent geven zorgen ervoor dat te mooi geformuleerde doelstellingen in de weerbarstige praktijk onbereikbaar zijn. Als daarbij gedane beloftes ook nog eens niet nagekomen worden, zijn de rapen gaar. Leraren zijn niet meer vastberaden. Zelfs een oeroude onderwijsterm als orde kunnen ze geen eenduidige inhoud meer geven.

In deze chaos is elk beleid zinloos. Dus liever niet een minister die strak staat van de pretentie, zich laat sturen door de waan van de dag en bij de uitvoering aan het relativeren slaat, maar een bescheiden iemand met verstand van zaken. Pas dan heeft meer geld zin.

    • Ton van Haperen