Wel akkoord met strekking; Senaat blijft kritisch over stroomwet

DEN HAAG, 30 JUNI.Minister Wijers (Economische Zaken) heeft gisteravond in het laatste debat dat hij voor zijn vertrek uit de Haagse politiek met de Eerste Kamer voerde forse kritiek gekregen op onderdelen van zijn voorstel voor een nieuwe Elektriciteitswet.

Toch kreeg de strekking van het wetsvoorstel, dat marktwerking in de productie en distributie van stroom beoogt, instemming van alle fracties, behalve die van GroenLinks.

CDA-woordvoerder C. Van Dijk zei dat zijn fractie het proces van vrijmaking van de stroommarkt niet wil blokkeren door tegen de wet te stemmen, hoewel Wijers naar zijn mening “een slordige erfenis achterlaat”. Van Dijk doelde vooral op het mislukken van de fusie van de vier stroomproductiebedrijven en de voorhoedepositie in de Europese Unie die de minister bij de liberalisering wilde innemen.

De christen-democratische oppositie wil het proces van marktopening en voldoende bescherming van de kleinverbruikers van elektriciteit van stap tot stap mede bepalen en had daarover graag met Wijers afspraken willen maken. Nu de minister binnenkort de politieke arena verlaat, wees Van Dijk op de afspraken met de Tweede en Eerste Kamer dat de uitwerking van de nieuwe wet telkens in nauw overleg met het parlement moet plaatsvinden.

De VVD-fractie steunde het wetsvoorstel bij monde van A. Loudon als een bijdrage “aan de dynamisering van de Europese economie waarvan het potentieel niet mag worden afgeremd door onnodige regelgeving en gebrek aan concurrentie”. Loudon meent dat een chaotische overgangssituatie dreigt nu de fusie van de productiebedrijven is mislukt en partijen niet bereid zijn hun verantwoordelijkheden en plichten die nog voortvloeien uit de bestaande overeenkomst tot samenwerking (OVS) samen te dragen. “Een krachtig optredende overheid die waar nodig corrigerend kan optreden is noodzakelijk voor een geordende overgang naar een vrije markt”, hield de VVD-woordvoerder minister Wijers voor.

Met zijn collega's van PvdA en D66 bepleitte hij verlenging met twee jaar van de werkingsduur van de OVS die de stroomproducenten verplicht alle kosten te delen. Ook vroeg hij welke instrumenten de minister heeft om de stroomsector op haar verantwoordelijkheden te wijzen. Loudon wees erop dat de productiebedrijven, nu ze niet samengaan, een gemakkelijke prooi worden voor buitenlandse concurrenten en dat ze kwetsbaar zijn door een te hoog kostennniveau. De VVD'er wil ook maatregelen om te voorkomen dat Nederland in de vrije stroommarkt wordt overstroomd met goedkope elektriciteit van afgeschreven bruinkoolcentrales in oostelijk Duitsland.

Ook PvdA-fractiewoordvoerder K. Zijlstra vreest dat buitenlands aanbod van elektriciteit veel sneller kansen krijgt nu de fusie, schaalvergroting en kostenverlaging in de productiesector niet doorgaan. Hij wil het “zwarte scenario” blokkeren dat de vier Nederlandse producenten zich uit de markt prijzen. Die bedrijven moeten meebetalen aan niet-rendabele investeringen uit het verleden, zoals stadsverwarmingsprojecten en de kolenvergasser Demkolec in het Limburgse Buggenum. Buitenlandse concurrenten die stroom exporteren naar Nederland zijn daartoe niet verplicht, tenzij in Nederland een heffing op het transport van stroom wordt gelegd.

De PvdA vindt dat het Rijk mede verantwoordelijk is voor de investeringen. De overeenkomst van samenwerking moet daarom worden verlengd, evenals een aantal afspraken die in het kader van de mislukte fusie waren vastgelegd. Een van die afspraken is dat de Nederlandse distributiebedrijven de eerste drie jaar het leeuwendeel van hun elektriciteit alleen bij de Nederlandse productiesector zullen inkopen. Door de verlenging van deze afspraken zou deze alsnog de tijd krijgen zich zonder ongelukken op de vrije markt voor te bereiden.