Voor de Letse identiteit is de taal een zaak van erop of eronder; Letland verdient begrip voor taalpolitiek

Eindelijk doet Letland pogingen om zijn reputatie te verbeteren. Op 23 juni heeft het Letse parlement het staatsburgerschap voor de Russische minderheid iets bereikbaarder gemaakt. Daarmee antwoordt het landje op de zware kritiek van de Europese Unie en op de economische druk van Rusland.

Deze kolossale staat heeft de uitvoer van zijn producten via de haven van Ventpils beperkt, een maatregel die overigens vooral de Russische arbeiders van die stad dupeerde. Aanleiding voor de economische straf waren de gebeurtenissen in maart. Toen paradeerden veteranen uit de Tweede Wereldoorlog door Riga. Bij die gelegenheid werden ze door de Letse president aangeduid als patriotten, maar voor de Russen waren ze fascisten _ Moskou kan de bolsjewistische scheldwoorden van vroeger blijkbaar moeilijk afleren.

Het is voor Letland, de Calimero onder de staten, erg moeilijk om zijn inburgeringsbeleid aan de wereld uit te leggen. Het land is te arm en te onervaren om een doelmatige internationale politiek te bedrijven. Toch heeft dat tragische volk recht op begrip en sympathie.

Bij mij is de liefde voor Letland al vroeg ontstaan. Als jongetje zocht ik het land steeds weer op in de atlas van mijn vader. De uitgave van Kompas moet in de eerste maanden van 1940 zijn geproduceerd: op de kaart van het nieuwe Europa is Polen al gereduceerd tot 'Gouvernement-Generaal', maar de veldtocht in het westen heeft nog niet Elzas-Lotharingen heim ins Reich gebracht. Een bestaande kaart kon blijkbaar niet worden veranderd. Wel was de titel aangepast: Het voormalige Polen en de Oostzeelanden. Ik hield van dat kaartblad. Letland zag er een beetje als Nederland uit: waar bij ons het IJsselmeer lag, hadden de Letten hun Golf van Riga. Als historisch begrip leefden de Letten alleen nog voort in kruiswoordpuzzels: de 'Europeaan van drie letters' kon alleen een Est of een Let zijn. Wie had tien jaar geleden nog kunnen denken dat de Baltische landen ooit weer op de kaart van Europa zouden staan?

Mijn vaders atlas is opeens weer actueel, maar het kaartbeeld is bedrieglijk. De drie landen hebben hun tol aan het communisme betaald, Letland wel de zwaarste.

Bij het terugvinden van het eigen culturele verleden speel ik als classicus een heel klein rolletje. In de Sovjet-Unie waren de klassieke studiën beperkt tot vier universiteiten. Maar sinds 1992 is het weer mogelijk aan de Latvijas Universitate in Riga Grieks en Latijn te studeren.

In 1996 gaf ik in Riga een cursus over moderne onderwijsmethoden - zoals overal in Midden- en Oost-Europa herstelt het gymnasiale onderwijs zich ook in Letland. Bij mijn bezoek raakte ik verbijsterd door de erbarmelijke uitrusting van de studenten: sommigen moesten de hele Griekse grammatica in hun schrift overschrijven. Het Latijnse leerboek uit de jaren zestig waarover enkele geluksvogels beschikten, zet de Letten al in de eerste zinnen op hun plaats - en nog in aanvechtbaar Latijn ook: “Quid est patria nostra? Terra Sovietica patria nostra est. Terra Sovietica: utrum magna an parva? Terra Sovietica non parva, sed magna et valida est. Utrum Latvia magna an parva est? Latvia parva est.” (Wat is ons vaderland? De Sovjet-Unie is ons vaderland. De Sovjet-Unie: is zij groot of klein? De Sovjet-Unie is niet klein, maar groot en sterk. Of Letland groot of klein is? Letland is klein). Dankzij hulp van Nederlandse collega's heeft nu menig student klassieken in Riga een complete Homeros en Herodotos.

Natuurlijk heb ik verder gekeken dan mijn klassieke neus lang is. Letland is een leeg land. Op een gebied twee keer zo groot als Nederland wonen twee miljoen mensen, van wie de helft in Riga. Op het platteland maak je iets ongehoords mee: absolute stilte. Veel land ligt braak. Hier en daar scharrelt een koe rond, het enige stuk vee van de enkele boer die een eigen bedrijfje begonnen is. De buitenwijken van Riga zijn een industrieel Pompeii. Bij de communistische taakverdeling was aan Letland de productie van spoorwagons voor het hele Oostblok toegewezen. Door het wegvallen van die bedrijvigheid en door de verminderde doorvoer van goederen uit Rusland is de economie ineengestort. Anders dan Estland, dat krachtig door Finland wordt gesteund, heeft Letland geen internationale sponsors. Het heeft na Bulgarije het laagste geboortecijfer van Europa, maar behoort bij de treurige kopgroep van landen met het hoogste percentage zelfmoorden en gevangenen.

Wat stelt Letland nog voor? Een cultuur, die zich vooral uitdrukt in muziek en literatuur. Volgens een folkloristisch onderzoek zijn er evenveel Letse liedjes als Letten. Het is op basis van die krachtige muziektraditie dat iemand als Peteris Vasks (1946) tot een componist van wereldformaat is geworden. In Boodschap van 1982 spoorde deze 'droeve optimist' zijn volk aan te geloven in een nieuw leven.

De herleving, die toen ondenkbaar scheen, is gekomen. Op 23 augustus 1989, precies vijftig jaar na het Molotov-Von Ribbentroppact, vormden twee miljoen Balten een ononderbroken menselijke keten van Vilnius via Riga naar Tallinn. Nadat gewelddadige Russische en communistische pogingen tot onderdrukking in januari 1991 waren afgeketst op de massale vastberadenheid, verklaarde Letland zich op 21 augustus onafhankelijk. Free at last, maar pas in de herwonnen vrijheid werd zichtbaar hoe diep de wonden zijn die de geschiedenis sinds 1939 heeft geslagen.

Er wonen nu minder etnische Letten in het land dan in 1935. Toen de Russen in juni 1940 het land bezetten, begonnen al spoedig de massadeportaties. Geen wonder dat de Duitsers in juli 1941 als bevrijders werden begroet. Ook niet vreemd is dat vele Letten zich graag lieten mobiliseren door de Duitsers - menig Nederlander meldde zich als vrijwilliger voor de kruistocht tegen het goddeloze Rusland. Bij hun terugkeer namen de Russen gruwelijk wraak. In 1953 waren ongeveer 120.000 Letten vermoord, gevangen of gedeporteerd.

Parallel aan de terreur werden 750.000 Russen geïmporteerd. Natuurlijk waren ook zij niet meer dan de speelbal van de stalinistische dictatuur. Het gevolg was een russificatie, vooral in de steden. Volgens de officiële, waarschijnlijk geflatteerde telling maken de Russen 35 procent uit van de bevolking. Waarschijnlijk vormen etnische Russen in de Letse hoofdstad de meerderheid. Ondanks de economische problemen hebben zij geen zin om weg te gaan. Natuurlijk niet, want de meesten zijn er geboren. Ze beseffen ook dat ze er per slot van rekening in Letland beter aan toe zijn dan in het oude vaderland. Heel wat Russische intellectuelen hebben trouwens het Letse streven naar onafhankelijkheid gesteund, maar jammer genoeg vermeien zij zich nu in hun Russische ziel en doen mee aan het collectieve zelfbeklag. Daarbij worden ze gesteund door politici in Moskou die het 'verlies' van de Baltische landen niet kunnen verkroppen.

Natuurlijk is het voor de Russen in Letland een hele overgang. Vroeger voelden zij zich heer en meester in dat land: iedere Let had Russisch geleerd op school. De Letten die ik ken, spreken nog steeds graag Russisch en ze hebben een grote liefde voor de Russische literatuur: ze gaan graag naar de Russische schouwburg in Riga.

Is het echt te veel gevraagd van de Russen om als voorwaarde voor inburgering kennis van de landstaal te eisen? Voor de Letse identiteit is de taal een zaak van erop of eronder.

In maart zagen wij op de televisie Russische leraressen krokodillentranen vergieten omdat zij Lets moeten leren. Hun leed is wel het kleinste deel van de ellende, die het tragische land waarin zij wonen heeft ondergaan als slachtoffer van de geschiedenis.

    • Anton van Hooff