Verdriet

Van nature hebben beeldend kunstenaars een fijne neus voor hetgeen de brave burger kan behappen. Allegorische en mythologische taferelen waren in vroeger eeuwen de traditionele methoden om de grenzen der betamelijkheid te verkennen en, eenmaal gedetermineerd, vastberaden te overschrijden. De kunstgeschiedenis wemelt van de tantalische verzoekingen, wulpse Susanna's en Venussen, weelderige Diana's en wellustige Oordelen van Paris.

De Deense schilder C.W. Eckersberg (1783-1853) verzette zich tegen de klassieke omweg. Hij schilderde eenvoudig wat hij wilde. Niet voor niets klaagde zijn eerste biograaf, Emil Hannover, over des kunstenaars slechte smaak (= naaktstudies van jonge meisjes en jongens) en Eckersbergs vrijmoedige genre-portretten (= halfblote vrouwen voor een spiegel). Pudeur lijkt de schilder inderdaad wezensvreemd. Maar schijn bedriegt, zoals gewoonlijk. Hij maakte weliswaar een schilderij van een bloot elfjarig meisje (Modelstudie af en 11-arige pige, 1837) en schilderde een bloot achtjarig meisje, maar hij zond de doeken niet in voor de jaarlijkse tentoonstelling in de Kopenhaagse Academie voor Schone Kunsten waaraan hij als docent was verbonden. Liever verkocht hij de naaktstudies aan bevriende verzamelaars of ruilde ze met collega's.

Tussen 5 en 10 september 1840 schilderde Eckersberg het omstreden meesterwerkje Kvindelig model. Florentine met olieverf op koper. Eerder dat jaar stierf zijn echtgenote, z'n tweede. 'About suffering they were never wrong,/ The Old Masters: how well they understood/ It's human position', dichtte W.H. Auden - inmiddels zelf een dode oude meester. Ook wie geen weet heeft van het recente verlies van de schilder wordt, dankzij de sensuele penseelstreek, getroffen door de lichamelijke expressie van verdriet. Herkent ongeweten de Aandoening van Lijden zoals Spinoza het noemde. Het model treuzelt, aarzelt, reikt, peinst... Florentine is er even wel en niet.

Toen ik het ronde kleinood twee jaar geleden zag, reciteerde ik onwillekeurig het gedicht Afsluitdijk, in mijn geheugen gegrift omdat ik het ooit met de hand heb gezet en gedrukt: 'Als je aan zee staat, en je ziet de kim niet/ van al dat licht -/ alleen een bleke zon, en klein,/ glijdt haastig door de wolken heen -// Zo, in die vorm, schildert men verdriet:/ Een open oog dat niets meer ziet.' Telefonische navraag bij de dichter Gerrit Krol leert dat hij het gedicht uitdacht in 1980. 'Inderdaad op de Afsluitdijk. Een beenstrekpauze tijdens een dienstreis. Overigens keek ik landinwaarts.'

Wie verdriet heeft lijdt, is verbijsterd, ervaart existentiële pijn. Drank en drugs helpen niet, absorberen slechts de almaar minderende energie. Verdriet is in tegenstelling tot rouw, spijt of boosheid, helaas allerminst tijdelijk. Romantiek heeft er niets mee te maken, en zeker niet het negentiende-eeuwse spleen. Langdurig verdriet veroorzaakt fundamentele onzekerheid, zet de realiteit op losse schroeven, ontwricht de werkelijkheid.

Spinoza heeft gelijk, het is een door anderen veroorzaakte aandoening van lijden. Ook Gerrit Krol heeft gelijk vanwege het verneukeratieve 'men': ánderen symboliseerden verdriet immers in portretten, landschappen, zeegezichten, poëzie en muziek (Schuberts Streichquintett C-dur). Verdriet trekt een wade, een doodskleed over de zintuigen - het open oog dat niets meer ziet. Verdwaasd dool je door de dagen en peinst tot je een ons weegt. Je bent bereid alles op te geven, ogenschijnlijk onbekommerd, ondertussen loop je wel met je ziel onder de arm. 'De kracht waarmee de mens in zijn bestaan volhardt is beperkt en wordt door de macht van uitwendige oorzaken oneindig overtroffen' (Spinoza). Het geringste besef brengt je uit je wankele balans, kan je de dampen aandoen, je over de drempel duwen.

Gelukkig bloeien in mijn ateliertuin momenteel enorme bossen Brandende liefde, via mijn broekzak uit Ierland geïmporteerde en overdonderend geurende Lathyrus, de speciaal voor de geliefde uit het bos ontvreemde Kamperfoelie en en natuurlijk mijn hartelapje, het ondergeschoven kind: de wonderbaarlijke Bolderik. Overdag blijkt verdriet niet bestand tegen zoveel zintuiglijk plezier. Helaas klapwiekt elke nacht de waan: het geestesoog dat alles ziet.

    • Peter Yvon de Vries