'Vastleggen van tarieven telecom hindert innovatie'

ROTTERDAM, 30 JUNI. KPN Telecom moet niet gebonden worden aan een vast rendement op zijn fijn vertakte netwerk van telefoonlijnen. Opta, het college dat toezicht houdt op de Nederlandse telecommunicatie dreigt rendementen vast te stellen die te laag zijn. Daardoor zou de ontwikkeling van nieuwe netwerken voor telecommunicatie jaren vertraging kunnen oplopen.

Dat stelt A. Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering aan de Universiteit van Amsterdam op basis van een onderzoek in opdracht van KPN. “KPN heeft natuurlijk belang bij ruimte in zijn tariefstelling”, zegt Boot. “Maar het fixeren van de kosten en rendementen die KPN mag behalen is evenmin in het belang van de ontwikkeling van de telecommunicatiemarkt.”

De Onafhankelijke Toezichthouder voor Post en Telecommunicatie (Opta) neemt uiterlijk morgen een besluit over de tarieven die KPN in rekening mag brengen voor het zogeheten aansluitnet. Voor die tijd wil een woordvoerder van het college niet op de kwestie ingaan. “Na 1 juli zal duidelijk worden hoe wij hierover denken”, zegt zij.

Concurrenten kunnen tegen betaling gebruik maken van het net van KPN. Het aansluitnet is het laatste fijnmazige stukje van het KPN-net dat loopt tot aan de voordeur van consumenten en bedrijven. De tarieven die KPN in rekening brengt voor dit aansluitnet komen sinds kort geheel tot uitdrukking in de prijzen van het telefoonabonnement. De abonnementstarieven zijn hierdoor iets omhoog gegaan, de gesprekstarieven omlaag.

Omdat KPN voor bijna alle huishoudens in Nederland de enige mogelijke aanbieder is van een vaste telefoonlijn, moeten de tarieven die KPN in daarvoor in rekening brengt worden gecontroleerd. Boot erkent dat. Hij pleit echter voor een model waarin Opta tariefwijzigingen van KPN op argumenten goedkeurt. “Rendementsregulering is geschikt voor een statische bedrijfstak met weinig innovatie”, zegt Boot. “De telecommunicatie is te zeer in beweging.”

De belangrijkste verandering die zich aandient, is in zijn ogen de komst van alternatieve netwerken voor telefoon en bijvoorbeeld Internetverkeer. Boot vreest dat een nieuwe technologie als telefonie via de kabel jaren vertraging op zal lopen als bouwers van een nieuw net moeten concurreren met een bestaand en te laag geprijsd netwerk van KPN. Bovendien acht hij het dreigement van KPN reëel dat het terughoudend zal zijn met investeringen in zijn netwerk als het gebonden wordt aan een te laag rendement.

“Als je het net van KPN stringent reguleert, zal dat netwerk snel verouderen”, zegt Boot. “KPN zal zijn investeringen verplaatsen naar activiteiten die niet onder de regelgeving vallen.”

Ofschoon Opta niet op het onderzoek wil reageren blijkt uit recente publikaties wel hoe de toezichthouder over de kwestie denkt. “Het verlagen van drempels [voor] gebruik van de infrastructuur van KPN Telecom roept de vraag op wat het effect zou zijn op de concurrentiepositie van aanbieders van een alternatieve infrastructuur, zoals bijvoorbeeld kabelexploitanten”, schrijft Opta op 4 juni 1998 in een zogeheten consultatiedocument over de wenselijkheid van geavanceerde aansluitingsmogelijkheden op het net van KPN. Een van die nieuwe mogelijkheden is het zogeheten ADSL, (techniek met een hoge capaciteit).

“De vraag naar gebruik van hun infrastructuur zou kunnen verminderen”, schrijft Opta. “Dit aspect [kan] echter niet doorslaggevend zijn om van drempelverlagende maatregelen af te zien. Daarvoor is een laagdrempelige en vooral snelle toegang tot de infrastructuur van de dominante aanbieder te belangrijk voor de totstandkoming van concurrerende dienstverlening.”