'Van ons pikken ze dat, wij kennen elkaar'

Sinds de rellen tussen Marokkaanse jongeren en de politie in Amsterdam-West, mogen de jongens zelf activiteiten kiezen en organiseren. Parachute-springen , bunjee-jumpen en een survivalweekend, graag. “Wij worden nu serieus genomen.”

AMSTERDAM, 30 JUNI. Zestig Marokkaanse jongens uit Amsterdam Overtoomse Veld juichen en schreeuwen als Edgar Davids het winnende doelpunt voor Nederland scoort. Nog geen minuut na het laatste fluitsignaal worden ze door hun oudere vrienden de scholengemeenschap Esprit uitgestuurd. “Okay, genoeg, oprotten nu”, zegt Hicham Darif (24). Samen met het stadsdeelkantoor Slotervaart/Overtoomse Veld organiseerde hij gisteravond voor de zevende keer een voetbalavond. Bij wedstrijden van Marokko kwamen er wel driehonderd jongens kijken en werd er gedanst, getrommeld en gezongen. Het Nederlands elftal roept minder emoties op.

De voetbalavonden zijn een onderdeel van een serie 'zomeractiviteiten' die georganiseerd worden voor de Marokkaanse jongens uit de buurt Overtoomse Veld. Het stadsdeel maakte direct na de rellen onlangs tussen de politie en de jongens dertigduizend gulden vrij voor allerlei uitjes en evenementen. Wekelijks voetbaltoernooitjes en voetbal kijken, maar ook spannendere dingen als bungeejumpen, karten, lasergamen en paintballen. “Wij dachten aan manifestaties op straat, muziek en optredens enzo, maar dat vonden de jongens niets. Wat er nu gedaan wordt, hebben ze zelf bedacht”, zegt S. van der Horst, beleidsmedewerker Welzijn van het stadsdeel.

Ondanks de activiteiten is de irritatie tussen de jongens en de politie nog niet geluwd. In de nacht van vrijdag op zaterdag probeerden twintig jongens in de buurt de arrestatie van twee vrienden te voorkomen. Volgens de politie maakten de twee “beledigende opmerkingen”.

Toch vinden Van der Horst, Darif en de jongens zelf, de nieuwe aanpak succesvol. De jongens bedenken niet alleen alles, ze organiseren het ook zelf. Tijdens de voetbalavonden staan er bij de deur 'portiers' uit de buurt. Ze innen het entreegeld (één gulden), staan achter de bar in de kantine en lopen stoer met zaklampjes door de aula. Als er een paar enthousiaste jochies voor de projector staan te juichen bij het eerste doelpunt van Nederland worden ze direct door drie zaklampen naar hun plaats gedirigeerd. “Van ons pikken ze dat, want wij kennen elkaar”, zegt Darif. Als voorman van een jongerenvereniging in oprichting is hij het aanspreekpunt van het stadsdeel. Voor de organisatie van de zomeractiviteiten werkt hij nauw samen met de door het stadsdeel aangestelde Nederlandse coördinator.

“Na de rellen in de buurt drong bij het stadsdeel de ernst van de situatie pas goed door”, meent Van der Horst. Er werd direct een inventarisatie gemaakt van het jongerenbeleid. In de rapportage van het dagelijks bestuur die twee weken later voltooid was, staat dat de voorzieningen voor de ongeveer tienduizend jongeren in de buurt “intensief en omvangrijk” zijn. In totaal trekt het stadsdeel ruim 1,1 miljoen gulden uit voor het jongerencentrum Atlas, een sport- en spelteam, een bouwspeelplaats en verschillende kleinschalige activiteiten. Het probleem is echter dat deze activiteiten zich vooral richten op jongeren onder de 18 jaar. De oudere jongens voelen zich buitengesloten - letterlijk, ze mogen het centrum Atlas niet in - en klagen steen en been over de welzijnsinstelling Impuls die door het stadsdeel is ingehuurd om de activiteiten de organiseren. Uit boosheid vernielden ze twee keer Atlas en met Impuls willen ze niks meer te maken hebben.

Nu mogen ze alles dus grotendeels zelf organiseren. De jongerenvereniging moet fungeren als katalysator en initiator, het stadsdeel als geldschieter en de Nederlandse coördinator als regelaar. De jongens zelf kunnen meedoen als vrijwilliger. “Het werkt perfect”, zegt Darif. “Eigen verantwoordelijk geven, dat is het idee”, meent Van der Horst. Ook M. Snel van de Stichting Impuls vindt het een goed initiatief om de jongens zelf te betrekken bij de opzet en uitvoering van de activiteiten. Volgens hem was de relatie met Impuls “beladen” en kan deze formule goed werken, als er maar wel iemand van buiten bij betrokken blijft. De jongens zelf lijken enthousiast. “We worden nu serieus genomen”, zegt een groep jongens van rond de twintig jaar die aanwezig is bij Nederland-Joegoslavië.

In de rust van de wedstrijd onstaat een discussie over 'een eigen plek', een lang gekoesterde wens van de jongens nadat het centrum Atlas volgens hen “een soort bewaakte gevangenis” was geworden. Darif: “We krijgen twee dagen Atlas.” Khalid: “Nee nee nee, geen Atlas meer.” Darif: “Jawél, Impuls gaat weg, we gaan het zelf doen. Geen mensen van buiten.” Khalid: “We kunnen toch beter een nieuw gebouw hebben.” Darif: “Dat gaat niet zo snel, man. Dat snap je toch wel. We moeten laten zien dat we het goed doen, dan krijgen we misschien in oktober een eigen plek.”

Ook over de verschillende activiteiten wordt driftig gediscussieerd. Khalids naamgenoot (24) komt met wilde plannen om te gaan parachutespringen en autoracen in Zandvoort. Te duur, volgens Darif. Begrijpelijk, vindt Khalid, maar dan wil hij tenminste kopje onder in het IJ bij het bungeejumpen. En als ze naar de Ardennen gaan voor een survival-weekend, moeten ze minimaal een heel weekend gaan. “Bij overleven hoort kamperen”, zegt Khalid. Hij wil wel busjes regelen.

Darif wil de “moeilijke jongens” in het bestuur van de vereniging opnemen. “Als zij de baas zijn, wordt er niets gesloopt en doen de andere jongens ook mee”, zegt hij. Volgens Van der Horst wordt met de activiteiten een grote groep probleemjongeren bereikt. “Ze trekken elkaar aan, maar we pretenderen natuurlijk niet dat we iedereen kunnen bereiken.” Farid (17) vindt het goed dat er nu meer georganiseerd wordt, en het is nog leuk ook. “Dit soort dingen deden ze vroeger nooit”, zegt hij.

Het beeld dat de media schetsen van de situatie in de buurt is zwaar overtrokken, vindt Darif. Alsof er een permanente straatoorlog zou zijn. Khalid: “Ze doen alsof het hier de Bronx is. Grote onzin.”