'Rugova blijft dè gesprekspartner'; EU voorzichtig over rol VS in Kosovo

LUXEMBURG, 30 JUNI. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie hebben gisteren voorzichtig gereageerd op de contacten van Amerikaanse diplomaten met het separatistische Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK).

De Britse minister Cook en zijn Oostenrijkse collega Schüssel zeiden namens het gaande en het komende voorzitterschap van de EU dat de pacifist Ibrahim Rugova de gesprekspartner blijft die niet tegen de UÇK wordt ingeruild. Maar anders dan eerder deze maand werd Rugova's naam niet meer in de slotverklaring van de EU-ministers genoemd.

In dat document worden “allen die een leidende rol hebben in de Albanese gemeenschap in Kosovo” opgeroepen om door middel van dialoog een vreedzame oplossing voor de problemen te bereiken. Volgens diplomaten sluit de EU contacten met de UÇK niet uit. Maar de EU-ministers herhaalden wel dat zij van een onafhankelijk Kosovo niets willen weten.

Minister Van Mierlo zei dat “hier en daar” de gedachte leeft om de eis van onafhankelijkheid te gebruiken om de Joegoslavische president Miloševic onder druk te zetten. Het doel zou zijn om hem er toe te bewegen om uiteindelijk in te stemmen met een grote mate van autonomie voor Kosovo binnen Servië. Volgens Van Mierlo neigt ook Rugova ertoe om te veronderstellen dat onafhankelijkheid gevraagd moet worden om autonomie te kunnen bereiken. Hij waarschuwde echter dat onafhankelijkheid een eis is die men later niet laat vallen. “Onafhankelijkheid is onhaalbaar, die kan niet bereikt worden zonder een gruwelijke oorlog”, aldus Van Mierlo.

De EU-ministers besloten de reeds bestaande sancties tegen Joegoslavië aan te vullen met een verbod voor Joegoslavische vliegtuigen om in EU-lidstaten te landen. In de praktijk betekent dit verbod voorlopig echter weinig. Omdat aan het verbod geen resolutie van de Verenigde Naties ten grondslag ligt, duurt het in de meeste EU-lidstaten een jaar voordat het officieel van kracht wordt. De ministers besloten verder het aantal waarnemers in Kosovo uit te breiden door de staven van de EU-ambassades in Belgrado uit te breiden met diplomaten die speciaal het waarnemerschap in Kosovo tot taak hebben. Tot zover onze correspondent

De Servische troepen in Kosovo zijn er gisteren in Kosovo in geslaagd het mijnstadje Belacevac voor een deel te heroveren op de leden van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) die het vorige week bezetten. Na bombardementen vanuit de lucht werden de Albanezen van de UÇK met traangas en artillerie bestookt en volgens de Serviërs teruggedrongen in een gebarricadeerd deel van de mijn. Van Albanese kant is dit overigens niet bevestigd.

Bij de gevechten is in Belacevac - tien kilometer van de hoofdstad Priština - een nog onbekend aantal doden en gewonden gevallen. In het naburige dorp Hade vielen vier doden onder de Albanese burgerbevolking. Naar schatting achtduizend inwoners van Belacevac en Hade namen voor de strijd de wijk. De meesten vluchtten de bossen in de buurt in.

De mijn van Belacevac is van groot belang voor de economie van Kosovo. De mijn levert kolen aan de centrale van Obilic, die heel Kosovo en een deel van het naburige Macedonië van stroom voorziet.

De Contactgroep voor ex-Joegoslavië stelde gisteren voor de tweede keer een bijeenkomst over Kosovo uit. Pas volgende week, op 8 juli, wordt op het niveau van hoge diplomaten in Bonn over Kosovo gepraat. De bijeenkomst van de Contactgroep - waarvan de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Italië deel uitmaken - zou al vorige week worden gehouden. Toen werd tot uitstel besloten om de Joegoslavische president Miloševic de tijd te geven zijn tijdens een bezoek aan Moskou gedane beloften over het herstel van de dialoog in Kosovo uit te voeren. Een reden voor het nieuwe uitstel is niet gegeven, maar volgens diplomaten bestaan er binnen de internationale gemeenschap twijfels over de wijsheid van de Amerikaanse onderhandelaars om de UÇK te accepteren als formele onderhandelingspartner. (Reuters, AFP, AP)