Pensioenstelsel vervoer/havens op heel andere voet

ROTTERDAM, 30 JUNI. Na vijftig jaar uitvoering van collectieve pensioenen voor de werknemers in de haven, heeft het gelijknamige bedrijfspensioenfonds zichzelf vandaag opgeheven en zijn pensioenregeling geïntegreerd met zijn eigen verzekeringsmaatschappij, genaamd Optas.

De verplichte deelneming van werkgevers in het Bedrijfspensioenfonds Vervoer- en Havenbedrijven, een van de kenmerken van het Nederlandse pensioensysteem, verdwijnt. Met de gedaanteverandering, die in de Nederlandse pensioenwereld op deze schaal uniek is, schakelt het fonds (ruim 5,9 miljard gulden beleggingen, zo'n 14.000 actieve medewerkers) over op een nieuwe manier van pensioentoezeggingen, die in Amerika razend populair is, maar in Nederland in de praktijk weinig aantrekkingskracht heeft.

In dit pensioenstelsel geeft de werkgever zijn personeel niet langer een toezegging voor de hoogte van het pensioen, zoals de norm is in Nederland, bijvoorbeeld 70 procent van het laatst verdiende loon (eindloon) of van het gemiddelde loon tijdens een carrière (middelloon). De werknemer krijgt in het vervolg een vastgestelde pensioenpremie die hij binnen zekere beperkingen naar eigen voorkeur kan beleggen.

Al zijn er relatief weinig Nederlandse bedrijven die op dit moment al zo'n beschikbaar premiesysteem hanteren, onder adviseurs en beleidsmakers, zoals het Centraal Planbureau is het stelsel sinds enkele jaren een wenkend perspectief.

“Sinds 1995 hebben wij het beschikbaar premiesysteem in ons palet pensioenregelingen”, zegt adjunct-directeur A. Nieuwenhuizen van Pensioenfonds De Eendragt, die de pensioenregeling voor een aantal bedrijven in de papier- en verpakkingsindustrie uitvoert. “Wij wilden een modern systeem”, vertelt Nieuwenhuizen, “en een aantal ondernemingen voor wie wij werken heeft een Amerikaanse moeder, die zelf dit pensioensysteem gebruiken.”

Drie ondernemingen die bij De Eendragt zijn aangesloten gebruiken inmiddels het beschikbaar premiestsel, al is de reikwijdte vooralsnog tamelijk elitair: alleen werknemers die meer dan 130.000 gulden verdienen kunnen er gebruik van maken. De werknemer mag dan zelf beslissen of hij de pensioenpremie die op een afzonderlijke rekening wordt gestort, bij zijn inkomen wil optellen of voor zijn pensioen gebruikt en welke beleggingen hij wil. Bij die keuze zijn er twee smaken: meedoen met de verdeling die het pensioenfonds voor zijn eigen vermogen kiest (inclusief aandelenbeleggingen) of alleen beleggingen met een vaste rente, die traditioneel minder in koers fluctueren.

Voor de werkgever is het grote voordeel van een beschikbaar premiesysteem, dat de pensioenpremie bij voorbaat wordt gefixeerd, zodat dit deel van de bedrijfskosten beter beheersbaar is. “Maar je kunt ook nooit profiteren van gunstige beleggingstijden zoals de afgelopen jaren, waarin sommige pensioenfondsen een premie van nul kunnen heffen. De pensioenpot moet altijd gevuld worden”, zegt Nieuwenhuizen. Verschillende grote concerns (Unilever, Philips, NS) hebben de afgelopen jaren de hoge beleggingsopbrengsten van het pensioenfonds aangegrepen om hun pensioenbijdrage op nul te zetten, een zogeheten premie holiday.

De beheersbare kosten voor de werkgever en de individuele flexibiliteit en keuzevrijheid van het systeem voor de werknemer, hebben ervoor gezorgd dat pensioenvorming op basis van beschikbare premies in Amerika een hoge vlucht heeft genomen. In Nederland probeert bijvoorbeeld ABN Amro al enige tijd een vergelijkbaar systeem op te zetten, waarbij werknemers voor hun pensioentoezegging boven een salarisbasis van bijna 80.000 gulden meer vrijheid krijgen.

Afgelopen week pleitte ABN Amro bij de Europese Commissie impliciet voor een vergelijkbaar systeem in Europa. De bank wil geen keuze maken tussen verschillende pensioenstelsels, maar zegt dat trends als individualering en grotere individuele verantwoordelijkheid stelsel steeds attractiever maken.

Een kenmerk van het premiesysteem is dat werknemers bij verandering van baan hun pensioen kunnen meenemen naar hun nieuwe baas. Binnen Nederland zijn de laatste tien jaar bij het oplossen van pensioenbreuken al aanzienlijke verbeteringen bereikt, maar binnen de Economische en Monetaire Unie (EMU) niet.