Mijn Romeinse hospita's (1)

Op mijn eerste adres in Rome werd ik opgewacht door een kleine, donkere vrouw, jong nog, naar later bleek een Braziliaanse danseres. Ze heette Rosa en woonde aan de Via delle Fornaci, vijf minuten van de Sint Pieter. Haar etage was klein en vol; behalve Rosa en haar dochter woonden er nog een vriendin van die dochter, de vriend van die vriendin en een vriend van de vriend, bakker Marco. Alles op twee kamertjes. De meisjes lagen op het grote bed, dicht tegen elkaar aan en keken televisie. Of ze dansten in de kamer op Braziliaanse muziek. Bakker Marco bracht elke avond brood mee. Hij was Rosa's favoriet, misschien hadden ze iets; ik kon daar natuurlijk niet naar vragen.

Ik deelde mijn zijkamertje met een Noors meisje dat snurkte en alleen over Noorwegen kon praten, het mooiste land van de wereld. Ze vertelde me over haar stad, Bergen geloof ik, haar school, het Noorse eten en de Noorse koning, Knut of Harald, en de Noorse vakanties en de Noorse taal, eigenlijk een soort dialect van het Zweeds, alleen schreven de Noren een ö waar de Zweden /o schreven. Oh, als ik haar eens kon zien op de Noorse nationale dag, nou! En ja hoor, alle Noren zijn nationalistisch, natuurlijk, Noorwegen is fantastisch.

In die eerste weken leerde ik meer over Noorwegen dan over Italië en ik begreep ook al gauw waarom mijn kamergenote niet in haar vaderland was gebleven. Noorwegen had namelijk één groot nadeel en dat was dat de drank er onbetaalbaar was en bovendien moeilijk te krijgen.

Aha. Hoe was het dan in godsnaam mogelijk dat dit Noorse meisje kon drinken als een volwassen vent? Voor ze uitging, leegde ze eerst een halve fles wodka om in de stemming te komen, en daarna nam ze nog een halve fles op straat, en vervolgens liet ze zich met wijn vollopen in de Romeinse wijnbars, die gek genoeg helemaal niet voor dat doel bestemd zijn; iedereen keek haar dus een beetje vreemd aan als ze om half drie 's nachts de bar uit wankelde en ik haar op weg naar de bus moest vasthouden.

Het kwam voor dat ze thuis haar eigen bed niet meer kon vinden en in het mijne belandde; vriendelijk pakte ik haar dan bij haar spekkige Noorse arm en stopte haar in haar eigen bed, blij dat ze niet zoals vorige keer op mijn kussen kotste. We hadden het gezellig samen.

Maar na een maand deelde Rosa ons mee dat we niet langer bij haar konden wonen; ze wilde weer haar oude beroep opnemen en had onze kamer nodig als danszaal.