Column

Mijn neef & ik

Mijn neef en ik kennen de wet: op de perstribune wordt niet gejuicht. We respecteren die wet ook, maar hebben er soms lak aan. We stonden in de negenentachtigste minuut dus met de armen omhoog. Ik ben geen kenner, maar mijmer bij een potje breien vaak: 'Er staat toch geen straf op schieten?' En inderdaad: hij schoot. En nog raak ook. Mooie explosie. Een minuut voor tijd een ronde verder. Dat is een WK. Nederland was drie keer beter, maar met beter zijn win je nog niet. De lat trilt nog van de op zijn Neeskens genomen penalty door Mijatovic en was hij twee centimeter lager geweest dan...

'Dan zaten we nu in een vliegtuig de andere kant uit', legde ik mijn vliegangstige neef uit.

Over Bergkamp gesproken: rare actie. Op die buik van die gozer gaan staan was al veel, maar met die andere voet die schop tegen zijn hoofd was zeker rood. Hij had al mazzel bij die grabbelgoal, maar mazzel is een van de vaste onderdelen van het spelletje. Alle theoriën van alle Cruijffen, Van Gaalen en Hiddinken ten spijt. Zonder geluk vaart niemand verder. Dat is voetbal. Gary Lineker zei het eigenlijk het mooist: 'Voetbal is een spel van elf tegen elf, duurt twee keer drie kwartier en de Duitsers winnen altijd.' Of zoals Louis Davids al in De voetbalmatch zong: 'En wie de meeste goaltjes maakt die wint de pot.'