Illegalen moeilijker bereikbaar voor medici; Illegalen worden medisch gevaar voor samenleving

De 40.000 tot 100.000 illegalen in Nederland komen steeds meer in de marge van de samenleving terecht en verdwijnen 'ondergronds'. Dat blijkt uit een recent onderzoek van de Erasmus-universiteit. Wat betekenen die nieuwe cijfers voor de volksgezondheid?

AMSTERDAM, 30 JUNI.Artsen en verpleegkundigen van de Amsterdamse gemeentelijke dienst voor volksgezondheid (GG en GD) zijn van mening dat illegalen tot nu toe op creatieve wijze een beroep doen op medische zorg. Medisch noodzakelijke zorg, ambulance-vervoer, spoedeisende operaties, wordt hen nooit geweigerd.

Dat blijft zo, maar nu op 1 juli de koppelingswet ingaat, waarbij het gebruik van voorzieningen moeilijker wordt gemaakt omdat bestanden van verschillende overheids-en zorginstellingen gekoppeld worden, zullen illegalen minder vaak gebruik durven maken van medische hulp uit angst ontdekt te worden.

Medisch directeur R. Vrenken van de Amsterdamse GG en GD vreest dat de drieduizend illegalen die nu in Amsterdam geregeld medische hulp krijgen moeilijker bereikbaar zullen zijn.

“En illegalen die slechter in hun vel zitten door hun medische verleden en het ontbreken van adequate zorg van vóór hun komst worden dan een groter gevaar voor de gemeenschap ondermeer door overdraagbare infectieziekten. De infectie-druk op de samenleving zie je dan toenemen. Voor ons wordt het steeds lastiger om de bron van die infectie op te sporen of om preventief te werk te kunnen gaan.”

“Kijk, onder bezoekers van een disco in Brabant kan je vlug nagaan wie in aanraking is gekomen met een patient met tbc, maar roep hier maar eens café-klanten op voor een onderzoek. Soms lukt het nog met het aanbieden van een of twee consumpties maar als ze hier illegaal verblijven komen ze al helemaal niet. Je krijgt nauwelijks hun medewerking omdat zij steeds verder aan de rand van de samenleving terecht komen.”

Vrenken ziet door het ingaan van de koppelingswet nog een tweede gevaar. Het ministerie van Volksgezondheid heeft voor het gehele land elf miljoen gulden beschikbaar gesteld voor medische hulp aan illegalen. Alleen de Amsterdamse GG en GD heeft al 800.000 gulden nodig voor opvang.

“Als je alles optelt van Roodeschool tot Vaals dan kom je met dat bedrag niet uit. Het gevaar is dat huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten, beheerders van laboratoria en andere diagnostische centra 'narrig' worden van al die onbetaalde rekeningen. Zelf weten zij de weg niet om op een deel van die reserve-pot een beroep te doen. De regels zijn zo ingewikkeld dat alleen instanties met ervaring geld kunnen loskrijgen van het ministerie. Bovendien duurt zo'n aanvraag voor extra voorzieningen meer dan een jaar!”

Illegalen dreigen verder weg te zakken en artsen en verpleegkundigen zien hen pas veel later, waardoor het lastiger wordt ze te behandelen. In Nederland is de drempel voor toegang tot medische voorzieningen heel laag.

De GG en GD is er in de loop der jaren in geslaagd vrij snel en effectief en vaak anoniem onderzoek te doen naar overdraagbare infectieziekten maar als de 'haarden' niet te vinden zijn of er wordt geen medewerking verleend aan verder onderzoek dan voorzien artsen en verpleegkundigen van de GG en GD meer moeilijkheden.

Evenals de onderzoekers van de Erasmus-univeristeit in hun rapport 'De ongekende stad' zijn zij van mening dat je het probleem van de illegaliteit niet kan en mag ontkennen, zeker niet als het in de grote steden zulke grote vormen heeft aangenomen (tussen de 40.000 en 80.000 in Utrecht, Den Haag, Amsterdam en Rotterdam).

Het gedoogbeleid heeft zo zijn eigen regels. Ga je daar als overheid mee akkoord dan schept dat ook verplichtingen. Overdraagbare ziekten dienen bestreden te worden. Ook de GG en GD verwacht dat de anonimiteit van illegalen nog groter zal worden en dat de lokale gemeenschappen, die duidelijk betrokken zijn bij de komst van illegale landgenoten, niet alle lasten voor hun opvang kunnen dragen.

Vrenken bepleit een beperkte registratie van illegalen die geen gevolgen heeft voor een eventuele uitzetting.

“Pas als we weten met hoeveel personen wij te maken hebben en waar ze zitten kunnen we beter aan de slag. En daarnaast gaat het om de kwaliteit. Je moet erachter komen met wie je te maken hebt, wat de achtergrond is, welke spanningen er in het verleden waren en op dit moment. Daar komen we nauwelijks aan toe. Pas op een moment dat hulpverlening echt acuut wordt weten ze ons te vinden. Dat verhoogt het lijden en brengt adequate hulp in gevaar.”

    • Willebrord Nieuwenhuis