I Like it Like That

I Like it Like That, (VS, Darnell Martin, 1994), morgen, Belg.1, 21.50-23.40u.

“Elk jaar is er in Cannes wel een Assepoester-verhaal”, zo stond in de persmap bij de Europese première van I Like it Like That (Darnell Martin, 1994).

De producent, de grote Hollywood-studio Columbia, wilde de wereld laten geloven dat scenarioschrijfster en regisseuse Martin als arme werkster in South-Bronx gevonden was door 'prins' Columbia, die haar had omgetoverd in een succesvolle filmmaakster: naar verluidt de eerste American-African woman die een film voor een Hollywood-major realiseerde.

In werkelijkheid had Martin de uitzichtloosheid van het getto al lang achter zich gelaten: afgestudeerd aan de New York University, verdiende de jetsetter de kost als videoclipmaker die even vaak in Europa als in New York vertoefde.

Toch heeft I Like it Like That het hart op de goede plaats zitten. De dramatische komedie voorziet bovendien in veel authentiek ogende Puerto-Ricaanse personages uit de barrio rond 167th Street, al lijken de problemen er beperkt tot geldgebrek en de gevaren van drugs.

De in alle opzichten luidruchtige film draait om de pogingen van het jonge stel Lisette en Chino (Lauren Velez en Jon Seda) 'to do the right thing'. Nog erg jong, maar wel al met drie kinderen, gaat het mis op het moment dat de stereoinstallatie kapot is gemaakt door de kids, en de stroom in de buurt uitvalt.

De macho Chino, in zijn hart geen slechte huisvader, besluit mee te doen met opportunistische plunderaars, maar belandt in de gevangenis. Om de borgtocht te kunnen betalen, zal Lisette werk moeten vinden.

Dat klinkt als een Spike Lee-film, maar Martin maakte er vooral een hoopvolle 'comedy of errors' van. Lisette vindt werk als assistent van een hippe, blanke platenproducent, wat in de buurt verkeerd wordt uitgelegd.

In de bijrollen als een Grieks koor in een noodlotsdrama met een happy end zien we onder andere een misprijzende schoonmoeder, een broer in travestie en een zwangere buurvrouw met een oogje op Chino.

Het meest overtuigend is de manier waarop Martin duidelijk maakt hoe moeilijk het is om in een getto kinderen zonder ongelukken groot te brengen. Maar in veel scènes probeert de filmmaakster meer uit een grap te halen dan er in zit, en lijkt alle inzet en talent niet meer dan een verpakking van een Lach-of-ik-schiet-show.

    • Gerwin Tamsma