Hoofddirecteur Járai wordt minister van Financiën; ABN Amro wortelt in Hongarije

Hoofddirecteur Zsigmond Járai van ABN Amro in Hongarije wordt 's lands nieuwe minister van Financiën. “Het is een bewijs dat de bank goede mensen in huis heeft.” ABN Amro wil de derde bank in het land worden.

BOEDAPEST, 30 JUNI. Het zal weinig Hongaren ontgaan zijn dat ABN Amro flink wortel heeft geschoten in het land. Bij de formatie van een nieuwe Hongaarse centrum-rechtse regering zijn twee topfunctionarissen van de bank regelmatig in het nieuws geweest: Zsigmond Járai en Lászlo Urbán, respectievelijk hoofddirecteur en hoofdeconoom van de bank.

De verkiezingsuitslag van 24 mei leidde aanvankelijk tot onrust op de financiële markt van Boedapest. Het verlies van de zittende centrum-linkse regering onder leiding van de Hongaarse socialisten deed het vertrouwen in de Hongaarse economie geen goed. Daags na de verkiezingen kelderde de beurs in Boedapest met tien procent.

De socialisten hadden sinds 1995 de monetaire teugels flink aangehaald en de inflatie en het begrotingstekort scherp aangepakt. Om geld binnen te krijgen was bijna alles geprivatiseerd wat te privatiseren viel, van banken tot en met nutsbedrijven. Hongarije was uitgegroeid tot de lieveling in de regio van de buitenlandse investeerders. De jeugdige nieuwe premier Viktor Orbán, leider van de Hongaarse Burgerpartij Fidesz die de verkiezingen overtuigend won, voerde daarentegen juist campagne tegen verdere 'verkwanseling' van het Hongaarse bezit. Om de financiële klappen op te vangen die de bevolking door het bezuinigingsbeleid had opgelopen beloofde hij onder meer belastingverlaging en hogere overheidsuitgaven. Ook stelde hij een economische groei van 7 procent in het vooruitzicht. De gestaffelde devaluatie van 1 procent per maand, die de socialisten in de zomer van 1995 invoerden, zou worden afgeschaft.

Reden tot zorg dus voor financiële experts die in het Fidesz-beleid het begin van een nieuwe inflatiespiraal zagen. Maar nog voordat de coalitiebesprekingen op gang kwamen, begonnen de namen van Járai en Urbán te circuleren als mogelijke ministers van Financiële Zaken. Zelf traden ze in de openbaarheid alsof ze al benoemd waren. Hun boodschap was eenduidig: de regering-Orbán gaat geen gekke dingen doen. Die boodschap kwam over. De beurs in Boedapest heeft zich inmiddels hersteld en niemand maakt zich meer echt zorgen over de economische koers van de regering.

De benoeming van Urbán ging uiteindelijk niet door omdat hij wat al te openhartig te kennen had gegeven dat verkiezingsbeloftes en regeringsbeleid niet in alle opzichten overeen hoeven te komen. “Ik ken nou eenmaal geen enkele partij die voor de verkiezingen zegt dat zij de belastingen zal verhogen en de overheidsuitgaven verlagen.” De nieuwe man op Financiën wordt dus Zsigmond Járai, hoofddirecteur van de ABN Amro in Hongarije.

Kruipt de bank daarmee niet een beetje te veel naar de politiek toe? “Absoluut niet”, vindt Michiel Helfrich die Járai inmiddels is opgevolgd als hoofddirecteur. “Het is juist een bewijs dat de bank goede mensen in huis heeft.”

Járai is volgens de Nederlander een man die alle financiële instellingen in Hongarije op hun 'shortlist' hebben staan. Als hij geen minister was geworden, was hij naar de nationale bank gegaan. Zijn werk bij de ABN Amro zat erop. Járai, al eind jaren tachtig staatssecretaris van Financiën en later gepokt en gemazeld in de bankwereld van Londen, werd in 1994 naar de Magyar Hitel Bank gehaald, een bank die voor 87 procent staatseigendom was. In 1987 was de MHB opgericht als min of meer zelfstandige poot van de Hongaarse Nationale Bank, speciaal belast met industriële kredieten. De bank kreeg een 'negatieve erfenis' mee en moest met overheidsgelden in leven worden gehouden.

Járai kreeg een duidelijke opdracht mee: de bijna failliete bank saneren en gereedmaken voor verkoop aan de hoogste bieder.

Twee jaar na diens aantreden was de bank rijp voor verkoop. ABN Amro, op zoek naar uitbreiding in Hongarije, kocht haar. Járai had inmiddels driekwart van het management ontslagen, bijna de helft van het personeel naar huis gestuurd en het kredietbeleid van de bank drastisch aangepakt. Hij werd hoofddirecteur van de nieuwe ABN Amro, Michiel Helfrich tweede man.

Samen hebben ze een nieuwe strategie ontwikkeld voor de bank. Jaarlijks investeren ze 60 tot 80 miljoen gulden in modernisering en automatisering. De bank richt zich zowel op zakelijke en particuliere bankdiensten als verzekeringen. “Een universele bank met een breed scala aan diensten”, aldus Helfrich. De Hongaarse ABN Amro moet binnen vier jaar één van de drie grootste banken van het land zijn. Nu staat ze op de vijfde plaats.

Helfrich omschrijft de nieuwe minister van Financiën als een bewezen zeer vakbekwaam en politiek redelijk neutraal mens. Hij verwacht dat de nieuwe Hongaarse regering - die zich nog aan het parlement moet presenteren - het strakke monetaire beleid van de afgelopen jaren voortzet. “Anders had hij geen post geaccepteerd.” De nieuwe regering zal dus geen Sinterklaas gaan spelen.

De eersten die dat zullen ondervinden zijn de managers van de Postabank, de laatste grote staatsbank in Hongarije. De vertrekkende centrum-linkse regering heeft de bank met enorme kapitaalinjecties op de been gehouden, hetgeen de nieuwe regering zich moeilijk zal kunnen permitteren. Algemeen wordt daarom verwacht dat de Postabank snel van de hand zal worden gedaan. Al zal het nog niet makkelijk zijn een koper te vinden.

De bank is een voorbeeld van onduidelijke boekhouding en ondoorzichtige banden tussen economie en politiek (met name de socialistische partij). Bovendien is de bank nauw verweven met de posterijen, en dus met het Hongaarse nationale gevoel. Aanstaand premier Viktor Orbán vindt dat de bank niet in buitenlandse handen mag komen. Maar Hongaren zelf hebben geen geld voor de overname. Een lastige klus dus voor de nieuwe regering en met name voor Járai.

Maar meer dan een korte rimpeling zal ook de privatisering van de Postabank niet veroorzaken. Helfrich stelt vast dat de leidende politici elkaar niet zoveel ontlopen als het gaat om het financiële beleid van het land. “Zij houden zich allemaal in het midden op.”

Het tempo van de economische ontwikkelingen verloopt net als in de andere 'emerging markets' soms schoksgewijs - ook Hongarije heeft de afgelopen jaren dieptepunten gekend. Op de langere termijn heeft de nieuwe hoofddirecteur niettemin het volste vertrouwen in de Hongaarse economie. Michiel Helfrich is er vast van overtuigd dat Hongarije snel het niveau zal bereiken van een West-Europese economie.

    • Renée Postma