Gelijkheid

Lachen konden ze als de beste, maar met de waarheid hadden de mannen en vrouwen van Paars een moeilijke verhouding. Minister Sorgdrager mocht blij zijn dat ze tijdens de zittingen van de Commissie Van Traa niet wegens meineed werd aangeklaagd en het 'Ik herinner het me anders' werd haar wapenspreuk. Minister Wijers gaf de Kamer verkeerde cijfers over de technolease-constructie voor Philips.

Minister Zalms optreden in dezelfde zaak werd verdedigd door een hoge ambtenaar die zei dat de minister wel gedwongen was geweest om de Kamer voor te liegen, omdat Brusselse commissies meeluisterden. Dat een leugentje om bestwil niet alleen voor de Kamer heilzaam werd geacht maar ook voor de kiezers, bewees minister Wijers toen hij voor de verkiezingen de indruk wekte dat hij nog wel vier jaar voor de politiek beschikbaar zou zijn. Staatssecretaris Schmitz vertelde de Kamer in strijd met de waarheid dat teruggestuurde asielzoekers in Irak en Iran door Nederlandse diplomaten nauwlettend gevolgd en daardoor beschermd werden. Minister Ritzen gaf misleidende informatie over zijn contacten met de Marokkaanse regering in verband met de plannen om een islamitisch studiecentrum op te richten. Premier Kok stookte het vuurtje op over de zogenaamde muiterij van Docters van Leeuwen en zijn makkers, waar later weinig van waar bleek te zijn.

De tijd dat zulke al of niet opzettelijke onwaarheden ernstige consequenties voor de bewindslieden hadden, was voorbij. Voor de politieke moraal is Paars I in ieder geval geen zegen geweest.

Aflevering twee zou socialer moeten worden, zei Kok voor de verkiezingen. Wie het geloofde bedacht zich wel twee keer voor hij zijn stem weggooide naar een extreem-linkse partij.

Er dringt weinig tot de buitenwereld door uit de formatiebunker. Een van die weinige dingen was de aankondiging dat het toptarief van de inkomstenbelasting met ongeveer tien procent verlaagd zou worden. Het zijn praktische mensen bij Paars. Wat heeft het voor zin om hoge belastingtarieven te hebben als die met allerlei constructies toch ontweken worden? Rechtvaardigheid is een mooi maar onhanteerbaar begrip. Het gaat tegenwoordig om 'inbaarheid'. Hoe lager de belastingen voor de rijken zijn, hoe beter ze binnengehaald kunnen worden. Er zit wat in, maar een sociaal gezicht stel je je anders voor.

Het is een vreemd ideaal, de gelijkheid. Het ruikt naar afgunst en dwingelandij. Waarom zouden we gelijkgemaakt moeten worden als we het niet zijn? Zo spreekt de liberaal. De ongelijkheid wordt voorgesteld als een natuurlijke toestand waaraan door naïeve moralisten vruchteloos gemorreld wordt. Maar zo is het niet helemaal. Ook de ongelijkheid wordt door regels en wetten gemaakt. De genetische verschillen tussen mens en bakkersgist zijn kleiner dan de sociale verschillen tussen arm en rijk.

In het laatste nummer van The New York Review of Books staat een artikel van Helen Epstein, Life & Death on the Social Ladder. Het gaat over het verband tussen maatschappelijke gelijkheid en volksgezondheid.

Het is onbestreden dat arme mensen minder lang leven dan rijke mensen en door vrijwel alle ziekten zwaarder getroffen worden. In welvarende landen waar ook armen een goede toegang tot de gezondheidszorg hebben, wordt dit verschil meestal toegeschreven aan de ongezondere levenswijze van de armen. Voor een deel is dat ongetwijfeld waar. Maar de onderzoeken die in het artikel van Epstein ter sprake komen, wijzen erop dat het niet het belangrijkste deel van de waarheid is. Als je groepen armen en rijken vergelijkt die dezelfde levensstijl hebben, even dik zijn, evenveel sporten, even weinig roken en drinken, dan is het verschil in levensverwachting en gezondheid nog steeds heel groot.

In de jaren zestig en zeventig werd door epidemiologen van de Universiteit van Londen een groot onderzoek gehouden onder de ambtenaren van het regeringscentrum Whitehall. Die leken zo op elkaar, dat ze konden dienen als de fruitvliegjes van het gezondheidsonderzoek. Er bleek dat de plaats op de maatschappelijke ladder die de ambtenaar innam de belangrijkste voorspeller van zijn levensverwachting was.

Het valt moeilijk in te zien waarom iemand die een huis met vier slaapkamers heeft, gezonder zou zijn dan iemand met drie slaapkamers. Toch was het zo. Het gaat om de relatieve positie op de ladder. Een kleine statusverhoging leidde altijd tot een duidelijk hogere levensverwachting. De hoogste ambtenaren, die het beleid bepaalden dat door anderen uitgevoerd moest worden, lijken op een toegevoegd grafiekje vrijwel onkwetsbaar voor hart-en vaatziekten, de moderne doders bij uitstek. Een Brits econoom, Richard Wilkinson, schreef naar aanleiding van dit onderzoek dat als een virus of gifstoffen in het water evenveel ambtenaren zouden doden als de professionele hiërarchie het deed, de gebouwen van Whitehall onmiddellijk geëvacueerd en vervolgens gesloten zouden worden.

Diezelfde Wilkinson is van mening dat in industriële samenlevingen de economische ongelijkheid de grootste bron van sociale stress en de grootste bedreiging van de volksgezondheid is. Alweer gaat het niet om de absolute rijkdom, maar om de verschillen. In de visie van Wilkinson kan je, om het grof te zeggen, de armen gezonder maken door de rijken hun bezittingen af te pakken en die vervolgens te vernietigen. Dit geeft geen prettig beeld van de menselijke natuur.

Wilkinson vergeleek verschillende landen en verschillende Amerikaanse staten en meent dat hij aangetoond heeft dat een grotere sociale en economische gelijkheid tot een betere algemene volksgezondheid leidt. Deze conclusie wordt door andere onderzoekers bestreden.

Het zijn moeilijke kwesties. Een land en zijn economie is geen populatie van fruitvliegjes, waarin één factor geïsoleerd kan worden. En een statistische samenhang is nog geen causaal verband. Toch geeft het artikel van Epstein al met al de indruk dat een politiek van sociale denivellering mensen doodt.