Fotocentrum

Het hoofdcommentaar in NRC Handelsblad van 25 juni vraagt om een reactie.

Na de aanvaarding van de Wertheimer-erfenis is door het Prins Bernhard Fonds (PBF) een aantal belangrijke organisaties op het terrein van de professionele- en amateurfotografie op informele wijze geraadpleegd. Uit dit overleg kwam vrijwel unaniem de wens naar voren een onderzoek te laten verrichten door het Instituut Collectie Nederland naar de meest optimale besteding. Het ICN heeft uitvoerig gesproken met de belangrijkste organisaties, de rijksoverheid en de gemeenten Amsterdam en Rotterdam.

Op 4 juni zijn de voorlopige bevindingen aan alle gesprekspartners voorgelegd en tijdens een plenaire bijeenkomst bediscussieerd. Op basis van met name deze discussie is het eindadvies aan het PBF uitgebracht: besteed het geld aan de oprichting van een Nederlands Centrum voor de fotografie in Amsterdam. Het PBF heeft dit advies in grote lijnen overgenomen. Advies en besluit berusten dus op brede steun uit het veld en niet, zoals het commentaar suggereert, op een ongepaste gril van het PBF-bestuur of de politieke vooringenomenheid van de voorzitter.

Uw mening dat het geld gebruikt zou moeten worden om de bestaande instellingen te versterken is, op grond van de bepalingen van het testament en de uitdrukkelijke wens van Wertheimer om één fotomuseum op te richten of te ondersteunen, niet mogelijk. Zij is ook in strijd met de van meet af aan geuite wens van de betrokkenen het geld niet te versnipperen.

Het aantal in Amsterdam gevestigde fotografen is niet 'de doorslaggevende factor' geweest om te besluiten het fotocentrum in Amsterdam te vestigen. Doorslaggevend is de brede overtuiging dat een dergelijk centrum in Amsterdam beter tot bloei kan geraken dan in Rotterdam, vanwege de vele in de hoofdstad gevestigde fotografen, opdrachtgevers, instituten met fotocollecties, studenten, kunsttoeristen en galeriebezoekers.