Eén jaar vrije telecommunicatiemarkt; Een moeizame liberalisering

De voordelen van de liberalisering van de telecommunicatie zijn voor de consument in het jaar na het openstellen van de markt nog niet zichtbaar geworden. Binnenlands telefoneren is niet goedkoper, en veel keuzemogelijkheden naast de voormalige monopolist KPN Telecom zijn er evenmin. Wat is er in dat ene jaar tot stand gebracht, en wat zijn de verwachtingen?

Vraag een ondernemer in Nederland naar de veranderingen in de telecommunicatie en superlatieven schieten hem snel tekort. “Wat gaat het toch razendsnel”, zei kandidaat ondernemer en demissionair minister H. Wijers (Economische Zaken) twee weken geleden op een congres over telecommunicatie waar werd teruggekeken op de (bijna) twaalf maanden sinds de liberalisering van 1 juli 1997. In de spreekbeurten die volgden viel de crême de la crême van de Nederlandse telecommunicatie hem bij.

Het gáát ook snel in de telecommunicatie. Het aantal aanbieders in de branche is in 12 maanden gegroeid van 180 naar 300. De tarieven voor internationale telefonie zijn enorm gekelderd. Een minuut bellen naar de Verenigde Staten kost vanaf 1 juli 60 cent per minuut (standaardtarief), de prijs was 12 maanden geleden nog 1,75 gulden. Het percentage Nederlanders met een zaktelefoon is in dezelfde periode gegroeid van minder dan 9 naar bijna 14.

Een kleine revolutie, en toch is er veel onveranderd gebleven. De voormalige monopolist KPN Telecom behaalt in het binnenlandse telefoonverkeer - veruit de belangrijkste deelmarkt - een netto marge (netto winst als percentage van de omzet) van meer dan 20 procent. Wie binnen Nederland belt, of het leeuwendeel van zijn telefoonrekening besteedt aan het surfen op Internet, heeft van de liberalisering nog nauwelijks geprofiteerd.

De consumentenbond sloeg enkele weken geleden alarm, omdat telefoonabonnees die weinig bellen met een hogere rekening worden geconfronteerd. Collegevoorzitter J. Arnbak van toezichthouder Opta (Onafhankelijke Toezichthouder Post en Telecommunicatie) moest erkennen dat de ruim tien jaar geleden door hem bedachte 'weduwe in Appelscha', model voor de beller met de kleine beurs, voorlopig maandelijks enkele guldens duurder uit is.

En ook het bedrijfsleven, steevast afgeschilderd als de categorie afnemers die het eerst zou kunnen profiteren van de liberalisering heeft nog weinig reden tot juichen. Voorzitter J. van der Meulen van de stichting Telecomgebruikers, die kleine afnemers vertegenwoordigt, introduceerde naar analogie van de weduwe in Appelscha de doperwtenfabriek in Wolvega die als kleine zakelijke gebruiker nog evenmin veel te kiezen heeft op de nationale telecommarkt.

Op het eerste oog lijkt de klacht over een gebrek aan keuzemogelijkheden ongegrond. Nieuwe bedrijven en bedrijfjes zijn als paddestoelen uit de grond geschoten en bieden hun produkten aan onder Angelsakische woordvondsten als logicall, phones 4U (overgenomen door Libertel) of ecophone. Vindingrijke nieuwkomers als De Gratis Beller (gratis telefoneren in ruil voor het aanhoren van een reclameboodschap) hebben vernieuwende ideeën geïntroduceerd.

Eén telefoontje naar de klantenservice van bijvoorbeeld het Zweedse Tele2 is sinds oktober vorig jaar voldoende om binnen 48 uur te kunnen bellen via deze concurrent van KPN Telecom. Door voorafgaand aan het reguliere telefoonnummer een viercijferige code in te toetsen wordt het telefoongesprek doorgestuurd naar de eigen telefooncentrale (en de debiteurenadministratie) van Tele2.

Directeur T. Aurik van Tele2 zegt sinds de start in oktober 60.000 klanten te hebben geworven. De particulieren onder hen (80 procent) verbellen maandelijks tussen vijftig en honderd gulden. Aurik schat dat in Nederland zo'n 150.000 mensen gebruik maken van het zogeheten carrier select; het kiezen van een alternatieve aanbieder door het intoetsen van een viercijferige code. Daarmee zou één op de duizend Nederlanders PTT Telecom voor het afhandelen van een deel van zijn telefoonverkeer de rug hebben toegekeerd.

De aantallen zijn vooralsnog bescheiden en dat ligt voor de hand, meent Aurik van Tele2. “De markt voor telecommunicatie is voor de gemiddelde consument nog veel te ingewikkeld”, zegt zij. Aurik wacht met smart op de komst van een systeem waarin telefoontoestellen permanent kunnen overschakelen naar een concurrent van KPN.

“Een selecte groep denkt dat Nederlanders dagelijks praat over liberalisering van de telecommunicatie”, zegt Aurik, “maar de markt is onwetend, de massa laat zich aanspreken door reclames en advertenties. Daarvan hebben we nog niet erg veel gezien.”

Onwetendheid is niet de enige drempel die de consument ervan weerhoudt de deur plat te lopen bij nieuwe aanbieders van telecommunicatie. Er is eenvoudig nog niet zo veel te halen. Tele2 biedt 35 procent korting op interlokaal bellen. Dat lijkt heel wat, maar de hoge korting van het bedrijf is het tijdelijke gevolg van veranderingen in de prijzen van KPN Telecom. Als de tarieven van de marktleider vanaf 1 juli zijn bijgesteld (abonnementen omhoog, kosten per minuut omlaag) resteert bij Tele2 een korting van tien procent. “Sommige aanbieders bieden vijftig procent korting”, zegt Aurik, “maar alleen als ik lig te slapen en naar een land waar ik nog nooit van gehoord heb”.

Buiten het piepkleine stukje door de centrale van Tele2 verlopen gesprekken van klanten van het bedrijf 'gewoon' over het netwerk van KPN Telecom. Tele2 heeft geen eigen netwerk en is ook niet van plan dat aan te leggen. KPN Telecom brengt Tele2 voor het ophalen van een telefoongesprek van bijvoorbeeld een inwoner van Rotterdam gemiddeld iets meer dan 4,5 cent per minuut in rekening. Voor het afleveren van het telefoontje aan een Amsterdammer komt daar nog eens 4,2 cent bovenop. Per minuut 8,7 cent aan kosten dus.

KPN zèlf vraagt voor zo'n telefoongesprek tussen Amsterdam en Rotterdam vanaf 1 juli 14,5 cent per minuut. Tele2 duikt daar zo'n 9 procent onder met een tarief van 13,2 cent per minuut. Van de kleine stuiver die resteert moet het bedrijf personeel, telecommunicatieapparatuur en reklamekosten betalen. Dat kan nog niet winstgevend, Tele2 verwacht over twee tot drie jaar uit de verliezen te zijn. Binnen de regio is concurreren met KPN voor Tele2 geen haalbare kaart. Het ophalen en afleveren van een lokaal telefoongesprek kost de concurrentie meer dan het tarief dat KPN zijn klanten zelf in rekening brengt.

Al met al is het voor de concurrentie niet eenvoudig klanten af te snoepen van KPN. Omdat het bedrijf vooralsnog als enige beschikt over een fijnvertakt netwerk van telefoonlijnen tot achter de voordeur van de consument zijn de prijzen die hiervoor gerekend mogen worden aan regels gebonden.

Sinds kort financiert KPN zijn zogenoemde aansluitnet geheel uit de opbrengsten van telefoonabonnementen. De jaarlijkse opbrengsten daarvan kunnen ruw geschat worden op ruim 3,3 miljard gulden. De totale Nederlandse telecommunicatiemarkt heeft een waarde van tussen 15 en 16 miljard.

Toezichthouder Opta besluit morgen of hij zijn goedkeuring hecht aan de manier waarop KPN tarieven berekent die andere aanbieders moeten betalen voor het gebruik van zijn netwerk. Algemeen directeur J. Kooij van KPN in Nederland stelde onlangs dat het bedrijf als eerste aanbieder op het continent een goedgekeurd model van kostenberekeningen heeft. Die stelling is grotendeels juist. Op de cruciale vraag welke cijfers in dit model moeten worden verwerkt moet Opta echter nog een definitief antwoord geven.

Daarvoor moeten vragen worden beantwoord zoals: Mag KPN op zijn fijn vertakte netwerk van ruim acht miljoen aansluitingen een rendement behalen van 20 procent? Of 15? Of is 12 procent redelijker?

De raad van bestuur van KPN Telecom heeft een sterk hart nodig want de beslissing over de de tarieven - twee dagen na de spanning rond het tot stand komen van de zelfstandige beursnotering - kan een zware stempel drukken op de financiën. “Het geld vliegt met honderden miljoenen het raam uit”, klaagde financieel bestuurder C. Griffioen van KPN anderhalf jaar geleden al eens, toen minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) nog besluiten voor haar rekening nam die inhakten op de KPN-tarieven. Aanleiding voor de opmerking van Griffioen was een ingreep in de prijs van huurlijnen, in vergelijking met binnenlandse telefonie over het openbare netwerk een kleine markt.

Vanaf het eerste moment dat de toezichthouder Opta serieus dreigde te gaan ingrijpen in de telefoontarieven heeft KPN moord en brand geschreeuwd. “Wij vechten met één hand op de rug en de voeten in het beton”, klaagde bestuursvoorzitter W. Dik. En algemeen directeur J. Kooij dreigde onlangs nog: “Als je gedwongen wordt je infrastructuur tegen rock bottom prijzen beschikbaar te stellen heb je niet de neiging daarin enorm te investeren.”

“KPN heeft natuurlijk belang bij ruimte in zijn tariefstelling”, zegt hoogleraar ondernemingsfinanciering A. Boot die in opdracht van KPN een onderzoek uitvoerde naar de gevolgen van de ingreep van Opta in de tarieven voor het aansluitnet. Toch huilt KPN zijns inziens niet uitsluitend krokodillentranen.

Boot is van mening dat KPN niet gebonden moet worden aan een gefixeerd rendement op zijn fijnvertakte netwerk van telefoonlijnen. “Daar stuurt Opta duidelijk op aan”, zegt hij. Boot vreest dat KPN, verzekerd van de opbrengsten, zijn bestaande netwerk zal verwaarlozen. “KPN zal zijn investeringen verplaatsen naar activiteiten die niet onder de regelgeving vallen”, zegt hij.

Boot pleit voor een model waarin Opta tariefwijzigingen van KPN op argumenten goedkeurt. “Rendementsregulering is geschikt voor een statische bedrijfstak met weinig innovatie”, zegt hij. “De telecommunicatie is te zeer in beweging.”

De meest ingrijpende verandering die de telecommunicatie op dit moment ondergaat is de opkomst van alternatieve netwerken. In plaats van via de traditionele koperlijn kan telefoon- en dataverkeer via alternatieve netwerken (mobiel, via de televisiekabel, de satelliet of het electriciteitsnet) worden afgehandeld. Boot vreest dat de ontwikkeling van een nieuwe technologie als telefonie via de kabel jaren vertraging op zal lopen als nieuwe aanbieders op dit gebied door zware ingrepen van Opta moeten concurreren met een bestaand en te laag geprijsd netwerk van KPN.

De ontwikkeling van alternatieve infrastructuur verliep in de afgelopen jaren niet al te snel. De overheid heeft aan twee bedrijven (de alliantie Enertel van energie- en kabelbedrijven en de joint venture Telfort van British Telecom en de Nederlandse Spoorwegen) een vergunning verstrekt voor de aanleg van een landelijk dekkende infrastructuur. Telfort zal de consument echter pas serieus gaan bedienen via zijn mobiele netwerk, waarvan de eerste diensten (waarschijnlijk aan bedrijven) dit najaar van start zullen gaan. “Voor nationaal verkeer is onze prijsstelling van ongeveer hetzelfde niveau als die van KPN”, erkent algemeen directeur K. van der Meulen.

Consumenten kunnen via een viercijferige code bij Telfort bellen, maar ze worden nog niet actief benaderd. Van der Meulen: “Consumenten die lokaal bellen leveren me verlies op, op interlokaal verkeer verdien ik niets.” Omdat concurrenten zonder een officiële licentie bij het aanleggen van een netwerk geen strobreed in de weg wordt gelegd acht Van der Meulen Telfort niet al te zeer gebonden aan de aangegane verplichting een landelijk dekkend netwerk van telefoonlijnen aan te leggen.

Enertel is intussen in handen gevallen van Worldport. De strategie van dit Amerikaanse bedrijf is er in de eerste plaats op gericht de capaciteit op zijn mondiale netwerk ter beschikking te stellen aan andere aanbieders van telecommunicatie. De op consumenten gerichte benadering van Enertel is Worldport vreemd. “Van het idee van Enertel als consumentenbedrijf dat KPN met een alternatieve infrastructuur had moeten gaan beconcurreren is niets overgebleven”, zegt P. Jelgersma, zelfstandig adviseur in de kabelbranche. Grootschalige investeringen in infrastructuur worden op dit moment ondernomen door bedrijven als Worldcom en Versatel, die zich richten op zakelijke klanten.

Naast de komst van nieuwe aanbieders van mobiele telefonie, binnen een jaar worden er twee of drie verwacht, timmeren kabelbedrijven in buitenlandse handen op dit moment nog het meest serieus aan de weg met de opbouw van een alternatief voor de KPN-lijnen in de grond voor dienstverlening aan de consument. Eén van de weinige kabelbedrijven die al enige tijd op de markt is met Internet en telefonie is het Amsterdamse A2000. Directeur telecommunicatie S. Hunt verwacht dat A2000 op zijn netwerk van 525.000 kabelabonnees (per eind 1997) binnenkort de tienduizendste telefoonabonnee zal aansluiten. Het aantal Internetabonnees van A2000 ligt op naar schatting 3.500.

A2000, een gezamenlijke onderneming van de Amerikaanse bedrijven Medi One en United Telekabel (Nuon en UPC) investeert volgens Hunt de komende twee jaar 300 miljoen gulden om zijn netwerk geschikt te maken voor het tweerichtingsverkeer dat nodig is voor Internet of telefonie. Op dit moment is ongeveer een derde van de aansluitingen daarvoor geschikt.

De vraag is hoe het net zich zal houden als steeds meer gebruikers daarop worden aangesloten. Sommige gebruikers ondervinden nu al problemen. Hunt wil niet zeggen welk percentage van zijn aansluitingen A2000 maximaal zou kunnen voorzien van Internet en telefonie, maar laat wel doorschemeren dat honderd procent lang niet haalbaar is. Anders dan op het telefoonnet heeft op het kabelnet niet iedereeen zijn eigen telefoon- of Internetlijntje, meerdere gebruikers zijn via vertakkingen aangesloten op één kabel.

France Telecom-dochter Casema heeft de 'zware' gebruikers van zijn omstreeks vijfduizend Internetaansluitingen schriftelijk verzocht niet al te veel grote bestanden van het net te halen. Volgens een woordvoerder is het capaciteitsprobleem van de kabelaar wel oplosbaar, maar daarvoor moet het netwerk worden uitgebreid. Casema beraadt zich nog over een oplossing waarmee Internetgebruik in de hand kan worden gehouden.

Casema is met zijn aanbod voor telefonie de experimentele fase nog niet ontgroeid. Daarmee sluit het kabelbedrijf zich aan bij een reeks anderen die nog niet hebben voldaan aan de hooggespannen verwachtingen voor telecommunicatie via de kabel. Technologisch is het goed mogelijk de televisiekabel te gebruiken voor telefoongesprekken, maar een verwaarloosbaar klein percentage van de ruim 6,5 miljoen Nederlandse huishoudens heeft daartoe daadwerkelijk de mogelijkheid.

Op het gebied van Internet zijn iets meer mogelijkheden, maar adviseur in de kabelbranche Jelgersma oordeelt: “Het gaat allemaal veel te langzaam. Er is nog te weinig samenwerking en veel te veel wrijving tussen de heren [in de top van de kabelbedrijven] onderling. Ze hebben geen geld en missen de moed hiervoor.”

    • Michiel van Nieuwstadt