De enige kenner

We beginnen de waanzin alweer aardig dicht te naderen.

Gisteren betrapte ik me erop dat ik mijn bezigheden overdag regelmatig onderbrak met de gemompelde verwensing: “Seedorf, jezusmina.” Het scenario voor die avond trok in wilde flitsen aan het geestesoog voorbij. Balverlies Seedorf, doelpunt Joegoslavië, compensatiedrang Seedorf, gemiste strafschop Seedorf.

Hoe kon Hiddink hem in vredesnaam in zo'n belangrijke wedstrijd opstellen na alles wat er gebeurd is?

Mijn pessimisme verhardde zich 's ochtends na lezing van de sportverslaggevers in de Volkskrant. Op het leiderschap van Hiddink is veel aan te merken, schreven ze, want hij 'wijkt de laatste tijd voortdurend van de rechte lijn af'. Hij zou zelfs 'een verwarde indruk' maken: “Soms is hij zomaar midden in een zin de draad kwijt.”

Wéér zag ik Hiddink voor me tijdens de dramatische 4-1 nederlaag tegen Engeland op het Europese Kampioenschap van twee jaar geleden: lijkbleek, willoos, verlamd - een man in paniek.

Ook andere voortekenen waren uiterst ongunstig. 's Middags won Duitsland weer eens op een manier die de spot dreef met elk gevoel voor voetbalesthetiek. Slecht, fantasieloos voetbal, maar wél twee doelpunten uit twee kansen. Tv-commentator Frans Snoeks bleek niets van het Duitse geheim te begrijpen. Bij de 1-0 voorsprong van Mexico begon hij zich al af te vragen 'hoe lang het geleden is dat Duitsland zo vroeg tijdens een WK werd uitgeschakeld'.

Duitsers laten zich niet uitschakelen in achtste finales. Een voetbalcommentator hoort dat te weten.

Zo begonnen we, vervuld van noodlotsgedachten, aan de avond. Gelukkig verscheen nog net op tijd Johan Cruijff in beeld, de enige die ons op zulke momenten moed kan inspreken. Cruijff noemde de kritiek van de schrijvende pers op Hiddink 'volledige onzin'. Hij vond het elftal op papier 'goed uitgebalanceerd' en gaf eveneens de voorkeur aan het duo Bergkamp-Cocu boven Bergkamp-Kluivert.

Als voetbalcommentator is Cruijff even uniek als hij als voetballer was. Als de hele wereld zegt dat er zus moet worden gespeeld, zegt Cruijff dat er beter zo kan worden gespeeld. En hij krijgt nog gelijk ook. Alle commentatoren waren het gisteren met hem oneens. Kieft vond dat Hiddink wél met een vaste opstelling moet werken, Jan Mulder pleitte hartstochtelijk voor Jonk in plaats van Seedorf en ook René Eijkelkamp had liever Jonk gezien.

Cruijff veegde alle argumenten van tafel en zei dat Nederland zich geen zorgen hoefde te maken zolang men zich maar aan zijn richtlijnen hield. Hij bleef er uiteraard wél scherp op toezien dat een en ander naar behoren werd uitgevoerd.

Het gedrag van Cruijff na zo'n wedstrijd is een nadere studie waard. Hij doet nooit mee aan de uitgelatenheid om hem heen, hij lijkt zich er eerder ongemakkelijk onder te voelen. Cruijff staat boven de euforie, als een verloskundige bij een bevalling. Hij gunt ieder zijn blijdschap, maar daarna gaat hij zo snel mogelijk over tot de orde van de dag.

“Hoe vond je het, Johan”, kraaide Tom Egbers, kort nadat Davids de Nederlandse natie een van de gelukkigste momenten uit haar bestaan had geschonken.

“De tweede helft was zeer slecht”, zei Cruijff.

“Ik heb je goed verstaan?” vroeg Egbers.

Cruijff knikte niet eens. Hij begon aan een uitleg die ons aller voetbalverstand volledig te boven ging. Het had te maken met 'het spelen van één op één', maar dat is dan ook alles wat ik ervan heb begrepen. Egbers kon het evenmin volgen. Hij wilde de doelpunten laten zien, maar Cruijff was niet geïnteresseerd 'in de gevolgen, maar in de oorzaken'.

Als we Hiddink nog bijtijds vervangen door Cruijff, kunnen we ditmaal misschien wél in de finale van de Duitsers winnen.

    • Frits Abrahams