Bruikleengevers zijn tegen; Fusie Friese musea stuit op bezwaren

ROTTERDAM, 30 JUNI. De twee belangrijkste bruikleengevers van het Friese keramiekmuseum Het Princessehof in Leeuwarden zijn tegen de fusie van dat museum met het Friese Museum in Leeuwarden, die op 1 januari volgend jaar moet plaatsvinden.

Verzamelaar J. van Achterbergh liet in een brief aan de gemeente Leeuwarden en het bestuur van Het Princessehof weten zijn collectie terug te trekken als de fusie doorgaat. De Van Achterbergh-verzameling beslaat een achtste van de collectie van het Princessehof. De verzameling bestaat uit modern keramiek en tegels uit de zestiende tot de achttiende eeuw. Volgens experts herbergt de collectie 'kwalitatief het mooiste en beste dat Het Princessehof te bieden heeft'.

De Ottema-Kingma Stichting, die eigenaar is van 85 procent van de stukken in Het Princessehof, verzet zich ook tegen de fusieplannen. Voorzitter R. Wegener Sleeswijk acht dreigen met het terugtrekken van de collectie 'onrealistisch'. De Ottema-Kingma collectie, die bestaat uit enkele tienduizenden objecten, is volgens hem gewoonweg te groot om haar weg te halen uit Het Princessehof. Bovendien zegt hij dat “de stichting een 100 procent Friese organisatie is en zich niet snel uit Friesland zal terugtrekken”. Een alternatieve expositieruimte binnen de provincie is niet voorhanden.

De beide bruikleengevers vrezen dat een samenvoegen van Het Princessehof met het Friese Museum ten koste zal gaan van het specialistische en wetenschappelijke karakter van het museum. Wegener Sleeswijk vergelijkt de fusie met het samengaan van een LTS en een universiteit. Het samengaan van “twee totaal verschillende musea” zou leiden tot “veralgemenisering van de expositie in Het Princessehof”. Hij ziet wel voordelen in een samenwerkingsverband met het grotere Friese Museum om personeels- en facilitaire kosten te drukken.

Directeur W. van Krimpen, directeur van het Friese Museum en de Kunsthal in Rotterdam, zou het 'rampzalig' vinden als de bruikleengevers zich zouden terugtrekken. Hij kwalificeert hun bedenkingen tegen de fusie als 'onterechte angst'. Van Krimpen: “Voor Het Princessehof geldt: fuseren of verdwijnen. Ik denk bovendien dat de fusie een verbetering van het museum zal betekenen. Nu heeft het museum nog een jaren zestig-opstelling waarin alles door elkaar in vintrines staat. Wij willen de afzonderlijke collecties in hun eigen omgeving tonen, bijvoorbeeld de Japanse keramiek in een Japanse inrichting.”