Beeldend kunstenaar Moshekwa Langa exposeert in Museum Boijmans; 'Ik wil de kijker in verwarring brengen'

“Mensen hebben hun oordeel over een kunstwerk vaak al klaar voordat ze het gezien hebben”, zegt beeldend kunstenaar Moshekwa Langa. Hij is Zuid-Afrikaan, maar wil niet het etiket 'Afrikaans' opgeplakt krijgen. In museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam is nu werk van hem te zien.

Dor is te zien in Boijmans Van Beuningen t/m 7 okt.

AMSTERDAM, 30 JUNI. Wie het werk van de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar Moshekwa Langa (1975) gaat bekijken moet geen traditionele maskers, voodoobeeldjes met spijkers of kleurige schilderingen verwachten. Langa's werk omvat onder andere homo-erotische video's, reusachtige installaties met wol, speelgoedauto's en wegwerpflessen, roestige stukken bewerkt metaal die er uitzien als vlekken uit een Rorsach-test en levensgrote foto's van de kunstenaar in seksuele interactie met zijn meubilair.

Ondanks zijn jeugdige leeftijd heeft Langa al een groot aantal exposities op zijn naam staan, waaronder deelnames aan de biënnales van Johannesburg (1997-1998), Havana (1997) en Istanbul (1997). In 1995 kwam hij naar Nederland om te studeren aan de Rijksacademie voor de Beeldende Kunsten in Amsterdam. Museum Boijmans Van Beuningen toont nu werk van hem.

“Het was gewoon absurd”, zegt hij. “Ik werd uitgenodigd door de directeur van Boijmans Van Beuningen om mee te doen aan een tentoonstelling, maar toen ze me een plek toewezen kon ik niets kwijt.” Langa's zangerige stem slaat om van frustratie als hij de brief toont die het Rotterdamse museum hem toestuurde. “Ik kreeg weinig ruimte en ik mocht niets veranderen aan het interieur of de tuin. Dat was echt bull shit. Omdat ik toch de gelegenheid wilde gebruiken om iets te laten zien van mijn werk, heb ik geprobeerd iets van die bull shit te maken.”

Het resultaat is te zien onder de naam Dor. Grote, blauwe vlaggen met daarop mestkevers en zonnen wapperen vanaf de torens van het museum. De scarabeeën, de oud-Egyptische symbolen voor permanente vernieuwing, rollen mestballetjes in de richting van een zon. Deze beschijnt de verborgen aardse schoonheid, die verbeeld wordt door klompjes goud in de strontballetjes.

Aan de wand van zijn studio in de Rijksacademie hangt Langa's nieuwste werk, getiteld True Confessions: My Life as a Disco Queen. Op de drie foto's staat de kunstenaar met een in overdreven poses verwrongen, ontbloot bovenlijf, de lippen zijn getuit voor een microfoon. Langa: “Ik heb tot nu toe nooit mezelf afgebeeld omdat mensen het werk dan al snel een etnische autobiografie noemen. Ik denk dat deze foto's niet een typisch Afrikaanse interpretatie oproepen. De kijker zal niet meteen denken aan een aanklacht tegen racistische uitbuiting maar eerder verleidt worden tot associaties met jaren zeventig-disco en homoseksualiteit.”

Centraal in Langa's werk staat het doorbreken van verwachtingspatronen. “Mensen hebben vaak al een oordeel klaar voordat ze een kunstwerk gezien hebben. Door niet te refereren aan Afrikaanse artistieke tradities en titels te bedenken die betrekkelijk los staan van de werken, wil ik de kijkers in verwarring brengen, zodat ze dat oordeel loslaten”, legt hij uit. “In plaats van het werk meteen in een hokje te stoppen op grond van verwachtingen moet de kijker opnieuw nadenken. De kijker moet zijn oordeel uitstellen.”

Langa is zich bewust van het feit dat zijn Afrikaans klinkende naam bepaalde verwachtingen wekt. “Ik heb een paar jaar geleden de proef op de som genomen door onder twee namen te adverteren voor penvrienden. Moshekwa Langa kreeg totaal andere antwoorden dan mijn alter-ego Steven Lillywhite.” Zijn bijdrage aan de Biënnale van São Paulo, aankomend najaar, zal hij presenteren als een co-productie van hemzelf en John Raskin. “Door toevoeging van die tweede, Westerse naam zal het publiek mijn werk niet meteen het etiket 'Afrikaans' of 'exotisch' opplakken.”

Uit ervaring weet Langa dat het gevaar ingelijfd te worden bij een bepaalde stroming of stijl altijd groot is. Op grond van zijn vroegste exposities in Zuid-Afrika werd zijn werk al snel in de categorie 'politiek en sociaal geëngageerde kunst' ondergebracht. Op de tentoonstelling Faultlines in 1996 in Kaapstad toonde hij reusachtige proppen papier gedrenkt in siroop, suiker, benzine en dettol. Zij verbeeldden de rottende lijken van de slachtoffers van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Een jaar later op de tentoonstelling Atlas Mapping in Linz bekritiseerde de kunstenaar blanke boeren die zwarte landarbeiders van hun land verjoegen. Bewerkte landkaarten met foto's van zwarte slachtoffers waren geplakt op vuilniszakken om te onderstrepen dat Langa het gedrag van de boeren 'rubbish' vond. Titels als 'Trespassers will be shot. Survivors will be shot in the foot' en 'Fuck off' zetten deze mening kracht bij.

“Toch waren dat geen uitgesproken politieke werken”, meent Langa. “Ze becommentarieerden de situatie, maar ze waren niet bedoeld om mensen en situaties te veranderen. Ze stonden op zichzelf. Het probleem met deze stukken is dat ze gemaakt zijn in opdracht van exposities met een duidelijk politiek thema.”

Wat dat betreft ziet Langa zijn expositie op de Biënnale van Johannesburg van 1997-1998 als een keerpunt. Op subtiele wijze omzeilde hij het voorgeschreven thema, 'geschiedenis en geografie'. “Op het eerste gezicht paste mijn inzending bij het thema. Ik had een installatie gemaakt met kluwen wol, flessen en speelgoedauto's. De curator en de bezoekers konden daar een urbaan landschap in zien. Zelf zag ik de installatie meer als het in kaart brengen van mijn eigen achtergrond.

“Het direkt reageren op basis van een vooroordeel is een Pavlov-reactie, die moet worden afgeleerd. Een werk als geheel refereert niet aan mijn Afrikaanse, politieke, sociale of religeuze achtergrond. Het refereert alleen aan zichzelf.”

    • Edo Dijksterhuis