Wetenschappers: PvdA brokkelt als partij verder af

DEN HAAG, 29 JUNI. De PvdA brokkelt af als partijorganisatie en centrum van politiek debat. De vernieuwingspogingen, enkele jaren geleden, van het toenmalige voorzittersduo Rottenberg en Vreeman hebben de afbrokkeling niet tot staan gebracht, en op sommige terreinen zelfs versterkt. Ook de huidige partijvoorzitter, Adelmund, slaagt er niet in de partij als centrum van politieke discussie nieuw leven in te blazen tegenover de Haagse besluitvormers.

Dit schrijven F. Becker, adjunct-directeur van de Wiardi Beckman Stichting (het wetenschappelijk instituut van de PvdA), en R. Vermeij, verbonden aan het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA, in het laatste nummer van Socialisme en Democratie, het blad van de Wiardi Beckmanstichting.

Met name de kritiek op Rottenberg en Vreeman is opmerkelijk. Tot nog toe werden de twee voornamelijk geprezen als degenen die de vernieuwing een nieuwe impuls gaven. De beide PvdA-wetenschappers constateren nu echter dat hun pogingen tot vernieuwing innerlijk tegenstrijdig waren. Enerzijds zagen zij de partijorganisatie als “het centrale vehikel voor maatschappijverandering”. Anderzijds zetten Rottenberg en Vreeman die partij juist buiten spel door het beleid over te laten aan “een kleine kern van uitnemende professionals”.

Resultaat was dat controle van de partij op de machthebbers binnen de PvdA verder verzwakte, aldus de twee auteurs. “Eén van de belangrijkste schaduwzijden van de aanpak van Rottenberg en Vreeman was [...] de genoemde informalisering van de macht: het vervangen van formele kanalen voor menings- en besluitvorming door informele relaties en netwerken.” Becker en Vermeij concluderen: “Uiteindelijk leidde deze ontwikkeling tot een verdere verzwakking van de PvdA als countervailing power tegen de bestuurlijk ingestelde 'Haagse machten'.”

Ook Adelmund komt er niet aan toe de partijorganisatie nieuw leven in te blazen, stellen Becker en Vermeij. De twee wijten dat onder meer aan haar dubbelfunctie als partijvoorzitter en Tweede-Kamerlid. Adelmund krijgt bovendien het verwijt dat onder haar leiding de voorbereidingen van het verkiezingsprogramma “volstrekt ondoorzichtig” verliepen, en de besluiten in de kleine kring van ministers en fractietop zijn genomen.

Ook beseft Adelmund niet dat het kader dat nog actief is in de PvdA voornamelijk lokaal kader van burgemeesters en wethouders is. De dominantie van deze bestuurders zal “het a-politieke karakter van de menings- en besluitvorming doen toenemen”, verwachten de twee auteurs.