'Wandelaar' zoeft fietsers voorbij

Ik was drie toen ik voor het eerst ging langlaufen. Dat kwam door mijn vader, een fanatiek sporter. Hij wilde ook weleens langlaufen. We gingen naar Frankrijk. Ik vond het meteen leuk. Lekker buiten in de sneeuw en zo, een mooie omgeving - het had gewoon iets machtigs.

Omdat je voor langlaufen naar het buitenland moet, deed ik het in het begin hooguit twee, drie keer per jaar. Dat vond ik wel jammer. Op m'n zevende ben ik daarom in clubverband begonnen met rolskiën. Gewoon, op fietspaden.

Tot een paar jaar terug was ik zowel fanatiek met langlaufen als met rolskiën. Ik nam deel aan wedstrijden en zo. Nu ligt het accent op rolski. Dat komt deels door mijn prestaties. Bij langlaufen kan ik het voor mijn doen nog zó goed doen, internationaal tel je als Nederlander niet mee. Ik was ooit 58ste bij het wereldkampioenschap voor junioren. Bij rolski werd ik vorig jaar vijfde op het WK. Maar het is ook wel een maatschappelijke- en een geldkwestie dat de nadruk op rolski is komen te liggen. Dat kan namelijk gewoon hier in Nederland. Om te langlaufen moet je veel en lang in het buitenland zijn.

Ik train op het nationaal parcours in Rotterdam. Officieel is dat gewoon een fietspad, maar er mogen ook wedstrijden worden gehouden. Wat mijn status op dat fietspad als rolskiër is, weet ik eigenlijk niet precies. Wandelaar, geloof ik, maar ik haal wel altijd de fietsers in hoor.

Vroeger kreeg ik vaak reacties van fietsers. Zo van: 'Er ligt hier geen sneeuw.' Dan riep ik iets terug als: 'Shit, je hebt gelijk!' Omdat er tegenwoordig veel meer rolskiërs zijn, krijg ik dat soort opmerkingen nu bijna niet meer.

    • Paul de Lange