Uniek debat toont vooruitgang

Voor het oog van de camera's hielden de Amerikaanse president Clinton en zijn Chinese gastheer Jiang zaterdag een openhartig debat.

PEKING, 29 JUNI. De persconferentie die de Amerikaanse president Bill Clinton en zijn Chinese ambtgenoot Jiang Zemin afgelopen zaterdag gaven in de Grote Hal van het Volk in Peking, grenzend aan het Plein van de Hemelse Vrede, is een gebeurtenis geworden die wellicht later in retroperspectief het predikaat 'historisch' zal krijgen.

Niet alleen namen de presidenten van 's werelds machtigste en 's werelds volkrijkste land - de één de zelf uitgeroepen boodschapper van democratie, de ander de aangewezen leider van de communistische partijstaat - geen blad voor de mond bij het formuleren van hun opvattingen, ze deden dat ook in alle openheid. Het debat over onder andere Tibet en de gebeurtenissen in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede - twee van China's belangrijkste taboe-onderwerpen - was te volgen op buitenlandse tv-zenders én, veelzeggender nog, ook in China zelf.

President Clinton lijkt daarmee een belangrijk punt te hebben gescoord tegenover de critici in eigen land, die zich verzetten tegen zijn staatsbezoek aan China. In de rechtstreeks op de Chinese staatstelevisie uitgezonden persconferentie liet Clinton weten wat 'constructieve samenwerking' met China in zijn ogen betekent. In een zorgvuldig en evenwichtig betoog nodigde hij zijn gastheer uit een openlijke dialoog te beginnen over een breed scala van onderwerpen, inclusief het heikele thema van mensenrechten en het opsluiten van politieke gevangenen.

Jiang Zemin nam die uitnodiging aan, en bood een naar Chinese begrippen opmerkelijk weerwoord. Hoewel in de reactie van Jiang ook veel bekende retoriek was verweven, toonde het feit dat hier op Chinees grondgebied twee van 's werelds machtigste politieke leiders openlijk stonden te discussiëren in een sfeer van directe hartelijkheid aan dat op het terrein van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen fundamenteel vooruitgang is geboekt.

De top heeft in China duidelijk gemaakt - volgens niet te verifiëren officiële schattingen zouden zeshonderd miljoen Chinezen de uitzending hebben gezien - wat één van de fundamentele uitgangspunten is van democratie: dat het verwoorden van een mening en het geven van kritiek in het openbaar ergens toe leidt en veel minder bedreigend en ondermijnend is dan het autoritaire leiderschap in China placht te denken.

Clinton bezong Amerika's individuele vrijheden, erkende ruiterlijk dat ook de Verenigde Staten op veel punten verbetering behoeven - een punt waarop in de Chinese media herhaaldelijk is gewezen - en zei dat hij en het Amerikaanse volk van mening zijn dat het met geweld neerslaan van de studentenprotesten op en rond het Plein van de Hemelse Vrede in het voorjaar van 1989, verkeerd was.

Jiang antwoordde dat het optreden destijds noodzakelijk was voor het behoud van China's stabiliteit en dat wanneer niets was gedaan, de Chinese samenleving nooit in de fase van ontwikkelingen had kunnen belanden, waarin zij zich nu bevindt. Dat was een standaardantwoord, maar Jiang ging de opmerkingen van Clinton en de vragen van de pers niet uit de weg. En het Chinese televisiepubliek had inmiddels begrepen dat over een gevoelig onderwerp als de demonstraties op het Plein, meer opvattingen bestaan dan de enige die in China is toegestaan, zoals verwoord door Jiang.

Datzelfde gold voor de status van de Dalai Lama, de geestelijk leider in ballingschap van China's autonome regio Tibet. Clinton nodigde Jiang uit voor een dialoog met de man die in China uitsluitend en alleen het doelwit is van scheldkanonnades in de media. “Ik heb de Dalai Lama een aantal keren ontmoet. Ik geloof dat hij een integer mens is, en ik geloof dat wanneer hij een gesprek zou hebben met president Jiang, beiden het goed met elkaar zouden kunnen vinden.” Jiang gooide zijn hoofd naar achter in een lach en zei dat dialoog mogelijk zou zijn wanneer de Dalai Lama Tibet en Taiwan zou erkennen als deel van China. Hij onthield zich van de gangbare negatieve retoriek.

Hoewel de persconferentie naar Chinese begrippen revolutionair verliep, is het waarschijnlijk dat het effect ervan groter is in de VS dan in China. Clinton is, voorafgaand aan zijn bezoek, bekogeld met een lading kritiek. In het Amerikaanse Congres is het bezoek, en vooral de ceremonie op het Plein, zelfs beschreven als een concessie aan de fundamentele waarden waarvoor de VS staan. Dat Clinton in staat is geweest het tegendeel te bewijzen is een nederlaag voor het kamp van China-bashers in de VS.

Wat het effect van de topontmoeting op de lange duur in China zal zijn, is onzeker. Geen van China's televisienetwerken herhaalde de persconferentie en de geschreven media stelden het (on-)nieuws over Taiwan voorop. Jiang zei dat de kwestie-Taiwan het centrale struikelblok is in de Chinees-Amerikaanse betrekkingen en dat de VS zich dienen te houden aan de drie Chinees-Amerikaanse communiqués over Taiwan. Alle controversiële opmerkingen uit de persconferentie werden niet gepubliceerd, en in de verslaggeving over de discussie rond Tibet werd alleen melding gemaakt van Clintons erkenning van het feit dat Tibet een deel van China is en dat die erkenning een voorwaarde is voor een dialoog.

Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat Jiang een belangrijke historische opgave ziet in het verbeteren van de Chinese betrekkingen met de VS, waarvoor hij politiek risico's wenst te nemen. Zijn besef van het belang voor China van een stabiele relatie met de VS, lijkt even zo groot als dat van Clinton. Jiang liet zich zaterdag van zijn beste kant zien en ontpopte zich als een bedreven leider, die zich beter raad weet met zijn houding onder de aanwezigheid van 's werelds belangrijkste leiders en onder toeziend oog van de wereldpers dan enig ander Chinees staatshoofd voor hem. En hoewel weinig concrete resultaten zijn geboekt - het besluit geen nucleaire wapens op elkaar te richten was verreweg de belangrijkste overeenkomst op de veertien pagina's lange lijst van moeizaam bijeen geschraapte successen - is gebleken dat symboliek minstens zoveel waarde kan hebben als concrete afspraken, en dat de Chinees-Amerikaanse betrekkingen niet fundamenteel draaien om geld, maar om het behoud van regionale stabiliteit en daarmee de wereldvrede.

    • Floris-Jan van Luyn