Tim de Wolf over Antilliaanse platen

Tim de Wolf: Dalweg 58, 3762 AL Soest.

SOEST, 29 JUNI. “Als ik oude musici interview op Aruba of Curaçao en ze horen dat ik een discografie maak van platen die tussen 1930 en 1960 op de Nederlandse Antillen zijn opgenomen, is de reactie meestal: dat is typisch iets voor een Nederlander, om dat allemaal uit te zoeken - wij hebben alleen maar die muziek gemaakt, en wat weg is, is weg.

Ze kregen er ook zelden geld voor, maar er was lekker eten tijdens de opnamen en er was altijd wel een borreltje. Ik weet niet eens of die platenmaatschappijtjes ooit een goede administratie hebben gehad; in elk geval is die nú niet meer te vinden.''

Tim de Wolf (37) is economisch-sociaal historicus te Soest. In de discografie, die eind dit jaar moet verschijnen, verenigt hij diverse interessegebieden: al vroeg spraken de exotische rijksdelen tot zijn verbeelding (“ik hoorde erover op school en dacht: goh, daar zou ik wel eens heen willen”) en bovendien is hij verzamelaar van oude platen en bijbehorende apparatuur. Toen hij vijftien jaar geleden op een Nederlandse rommelmarkt een 78 toeren-plaat uit Curaçao vond, vroeg hij zich dan ook prompt af of daar wellicht opnamestudiootjes hebben bestaan.

“Ik ben het onderzoek begonnen in mijn vrije tijd; eerst was ik aio en later heb ik verkeerseconomisch werk gedaan bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Maar zo schoot het niet op. Door een subsidie van het Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling kan ik er nu fulltime aan werken. Mijn proefschrift - over de economische effecten van de spoorwegen - moet maar even wachten. Komende maand ga ik nog één keer naar Curaçao en Aruba, in de hoop een paar laatste vragen beantwoord te krijgen. En dan sluit ik het onderzoek af. Eind september moet de discografie klaar zijn voor de drukker.

“Alles bij elkaar kom ik op zo'n vierhonderd platen uit die periode. Vooral van twee studiootjes op Curaçao, alletwee opgezet door winkeliers in sportartikelen, en een maatschappijtje op Aruba dat door twee pianisten werd gerund. De hele culturele smeltkroes zie je erin weerspiegeld: Antilliaanse walsjes die duidelijk onder Europese invloed staan, veel salsa-achtige dingen en merengues, maar ook volksliedjes en puur Afrikaans werk. Nee, geen steelbands, die komen uit Trinidad, en worden nu alleen maar voor de toeristen opgevoerd.

“Hoe authentiek het allemaal is, moeten de musicologen maar uitzoeken - die kunnen straks op mijn werk voortborduren. Ik maak cd-compilaties voor een paar instellingen en waarschijnlijk ook een bloemlezing in een grotere oplage; er is al een maatschappij in die cd geïnteresseerd.

“Heel sporadisch zijn er ook Nederlandstalige platen opgenomen. Zo is er een aanhankelijk walsje, Leve Nederland! door Padu Lampe, en verder vond ik een plaat van een amateur-operettegezelschapje in het Nederlands, onder leiding van B.A.M. Elias. Ik kwam erachter dat zijn dochter getrouwd is met Theo Olof, en omdat mijn vader een kennis van Theo Olof is, kwam ik op zijn spoor. Hij bleek nu 92 te zijn en woont in Doorn; de opname was uit 1952, toen hij als tandarts in de Antillen werkte.

“Op allerlei manieren heb ik de platen, globaal op jaar, kunnen dateren. Ze komen overal vandaan, soms totaal kromgetrokken. Het klimaat leent zich daar nu eenmaal niet zo erg voor bewaren. Bovendien: wie kan tegenwoordig nog een 78 toeren-plaat draaien? De oplaagjes zijn ook nooit groter geweest dan een paar honderd. Maar ergens heb ik nog een hele winkelvoorraad ontdekt en bij het Amsterdams conservatorium was een flinke collectie, dankzij de bekende gitarist Julian Coco die daar ooit heeft gestudeerd. Verder blijf ik zoeken, naar platen èn naar nadere gegevens. Dat is ook de reden waarom ik nu al met het project naar buiten wil treden. Wie nog iets weet, is van harte welkom.”