Strijdend voor een gedoemde natie

“Laat de sport voor één keer zegevieren als we tegen Nederland spelen”, smeekt de Joegoslavische voetballer Zeljko Petrovic. Maar de oud-speler van PSV vreest dat hij een gedoemde natie vertegenwoordigt. “Na het WK vallen de eerste bommen op ons land.”

Vier veldwachters van de plaatselijke gendarmerie bewaken het hotel in Seilh, een dorpje buiten Toulouse, waar de Joegoslavische voetballers zich voorbereiden op de wedstrijd tegen Nederland. Een Nederlandse tv-ploeg wordt aanvankelijk de toegang ontzegd. Maar Zeljko Petrovic (32) weigert zich af te zonderen. “Dan ga ik dood.” Daarom fungeert de oud-PSV'er als gids in het Joegoslavische kamp. Petro heeft niets te verbergen. “Als ik niet mag praten, word ik gek. Ik zie je morgen bij het ontbijt. Bel me wakker als het te laat wordt.”

Dat is niet nodig. Terwijl Petrovic de slaap uit zijn ogen wrijft, heeft hij in gedachten al afgetrapt voor het cruciale duel in de achtste finales. “Die tweede helft van Nederland tegen Mexico zegt ons niets. Ik weet zeker dat het Nederlands elftal tegen ons zijn ware gezicht laat zien. Ik zal tegen Ronald de Boer komen te spelen. Ik kan me voorstellen dat de Nederlanders het vreemd vinden mij bij Joegoslavië als linksback te zien spelen, omdat ik bij FC Den Bosch, RKC en PSV altijd op het middenveld stond. Maar het WK komt eigenlijk te laat voor mij. Ik kan op mijn 32ste niet meer concurreren met de ploeggenoten die in ons elftal de cruciale posities bezetten.”

Ook als linksback voetbalt Petrovic met de passie van een debuterende junior, hij kan niet anders. En laten zijn vrienden bij PSV niet beweren dat de Joegoslaven mentaal zo kwetsbaar zijn, want Zeljko zal het tegendeel bewijzen. “Ik probeer Jaap Stam en Arthur Numan al dagenlang te bereiken, maar ze hebben hun mobiele telefoons blijkbaar afgezet”, zegt Petrovic lachend. Hij is altijd bereikbaar en dus wordt het gesprek even onderbroken, voor een telefoontje uit Nederland.

Petrovic, na enkele minuten: “Dat was een Joegoslavische vriend die me vertelde dat Hans Kraay Nederland adviseert over rechts aan te vallen, omdat ik daar speel. Gelukkig is Kraay een supporter van mij. Ik voorspel hem dat over mijn kant geen Nederlands doelpunt zal worden voorbereid. Ik zal Ronald de Boer niet voortdurend kunnen tegenhouden, maar hij zal me niet gek maken. Denken al die Nederlanders dat wij de moed opgeven als we met 1-0 achter komen? Doe vooral de hartelijke groeten aan de spelers van PSV. Ze merken nog wel hoe labiel wij zijn.”

Niet langer bestaat Joegoslavië uit hooghartige vedetten die weigeren voor elkaar de mouwen op te stropen, legt Petrovic uit. Of het nu zijn bloedgabber Mijatovic is, de peetvader van zijn kinderen, regisseurs als Stojkovic en Savicevic of de aanvallende middenvelder Jugovic; allemaal hebben ze op het WK hun ego opzij gezet. “We hebben het afgelopen jaar geen conflict gekend”, bezweert hij. “We staan als één grote familie op het veld. Maar we zijn te vaak het slachtoffer van onze typische Balkan-mentaliteit. Wij hebben nu eenmaal niet het onderkoelde karakter van de Noren of de Denen. In duels met landen als Iran gooien we er met de pet naar. Wij raken pas geïnspireerd als we tegen toplanden als Duitsland en Nederland moeten spelen.”

Aandachtig bekijkt Petrovic de herhaling van een Braziliaans doelpunt tegen Chili. “Sempaio speelt ook in Japan”, zegt hij, met een blik alsof we hem ervan verdenken slechts bij PSV te zijn vertrokken om voor veel geld 'uit te buiken' bij Red Diamonds Uwara, de club van het Mitsubishi-concern. Zijn argument: “De J-League staat op een veel hoger niveau dan iedereen denkt. Het Japanse elftal heeft veel pech gehad op dit WK. Maar ik voorspel dat ze over vier jaar een serieuze tegenstander zijn als ze het WK zelf organiseren.”

Maar het Japanse leven is een kwelling voor de emotionele Petrovic. “Ik heb gelukkig contact met enkele Nederlanders in Tokio, anders zou ik het niet kunnen uithouden. Zeker niet nu mijn Nederlandse teamgenoot Alfred Nijhuis naar Borussia Dortmund vertrekt. Mijn Japanse ploeggenoten zijn heerlijke mensen, maar ik heb nog geen woord met ze kunnen wisselen. Af en toe ram ik een speler door elkaar om maar iets los te krijgen. Dan lachen ze en maken een buiging. Maar echt tot ze doordringen, nee, dat krijg ik niet voor elkaar.”

Ooit zal het hem lukken, want Petrovic is van iedereen. De nieuwe, demografische grenzen in de voormalige Joegoslavische republiek hebben zijn vrienden geen andere status gegeven. “Ik maak geen onderscheid tussen Patrick Kluivert en Dennis van der Pennen van RKC”, zegt hij. “Het is typisch Nederlands mensen eerst op hun uiterlijk te beoordelen. Nederlanders zeuren over een prachtvent als Glenn Helder, omdat hij in een dure BMW rijdt. Laat die jongen toch! Moeten we dan allemaal in een spijkerbroek lopen om geaccepteerd te worden? Ik heb moeten wennen aan de Nederlandse cultuur.”

Petrovic kent alleen goede en slechte mensen. “Ik heb vrienden onder de katholieken, moslims, Kroaten en Bosniërs. Ik weiger ze anders te behandelen, omdat de politieke situatie daar wellicht om vraagt. Davor Suker behoort tot mijn beste vrienden en dat blijft hij zijn leven lang, ook nu hij voor Kroatië speelt. Suker en Mijatovic hebben ook een innige relatie met elkaar. Die kan door de politici gelukkig niet kapot worden gemaakt.”

Petrovic koestert die wetenschap als een morele overwinning, zij het met gemengde gevoelens. Want hij ervaart dagelijks dat de sport juist een gewillig voertuig is geworden voor politieke doeleinden. Zijn mening: “Ook op het WK voetbal wordt de sport ondergeschikt gemaakt aan de commerciële belangen van de grote landen. De uitschakeling van Kameroen en Marokko is volgens mij geen toeval. Waarom krijgt Italië tegen Chili een dubieuze penalty mee en wordt juist van Kameroen een glaszuiver doelpunt afgekeurd? Ook al word ik door de FIFA voor 20 jaar geschorst vanwege mijn uitspraken, ik durf te beweren dat ook ons de nek wordt omgedraaid als we een bedreiging vormen voor de gevestigde orde.”

De Joegoslaven merkten volgens Petrovic al tijdens de groepswedstrijd tegen Amerika dat de uitslag werd gemanipuleerd. “Enkele spelers riepen al lachend naar de scheidsrechter dat hij weer normaal kon fluiten, omdat Duitsland met 2-0 voor stond tegen Iran en dus eerste in de groep zou worden. Een Spanjaard fluit het duel met Nederland. Ik houd mijn hart vast. Ik hoop vurig dat de sport wint. Toch weet ik zeker dat we worden afgerekend op wat momenteel in Kosovo gebeurt. Ik wil het niet goed praten. Maar zijn Mijatovic, Savicevic of Jugovic verantwoordelijk voor het leed van de Albanese bevolking?”

Petrovic moest zich inhouden om zijn verbittering over de politiek van de Verenigde Staten niet bot te vieren op de Amerikaanse voetballers. “Ik zou kunnen pissen op hun volkslied, maar ik toon wél respect voor de mening van anderen”, klinkt het fel. “Die Amerikaanse klootzakken denken de hele wereld naar hun hand te kunnen zetten. Ik durf te wedden dat nog geen tien procent van de Amerikaanse bevolking weet waar Kosovo ligt. Maar de regering moet weer laten zien hoe sterk ze is. Nu dragen de voetballers van Joegoslavië nog bij aan een beter imago van hun land. Maar let maar op, na het WK gaat snel iets gebeuren. Dan vallen de eerste bommen weer op Joegoslavië of moet de bevolking lijden onder een embargo.”

En waarom worden alleen de Serviërs nagewezen als de melaatsen van Europa? De in Montenegro geboren Petrovic weet het antwoord niet. “Werd Rusland geboycot, toen Jeltsin tanks stuurde naar het parlement? Moest Frankrijk vrezen voor een internationale boycot, toen de hele wereld protesteerde tegen hun kernproeven in Mururoa? Wij worden telkens als terroristen afgeschilderd. Maar niemand weet hoeveel Joegoslavische kinderen zijn gestorven, omdat we vanwege dat vervloekte embargo vijf jaar lang geen medicijnen konden krijgen. Niemand heeft de oorlog gewonnen in Joegoslavië. Wij kennen alleen maar verliezers, want de doden keren nooit meer terug.”

    • Robèrt Misset