De herkenbare mores van De Luizenmoeder

Op het schoolplein

Noem de tv-serie op het schoolplein en je hoort anekdotes zoals over uitsloofouders. En van ‘juf Ank’ „lopen er zo veel rond”.

Scènes uit ‘De Luizenmoeder’. Directeur Anton (foto hierboven, rechts) en juf Ank (midden) worden gespeeld door Diederik Ebbinge en Ilse Warringa, die ook het scenario van de serie schreven (samen met Eva Aben).

Nóóit veterschoenen kopen voor gym, dan moet de juf steeds veters strikken. Uitnodigingen voor kinderfeestjes deel je niet uit in de klas – dat is zielig voor kinderen die niet zijn uitgenodigd. Niet een appel én een banaan meegeven in de broodtrommel: veel te veel fruitsuikers.

De mores uit De Luizenmoeder zijn voor veel ouders herkenbaar. Noem de tv-serie op een schoolplein en je hoort anekdotes over uitsloofouders, uitzwaairegels en verjaardagsverdriet. Goed, de slome directeur Anton en overijverige juf Ank zijn uitvergrote stereotypen, maar, zeggen ouders, er zit een hoop waarheid in de serie. Ze kijken dan ook massaal. De laatste aflevering vestigde een record: een kleine 2,6 miljoen kijkers, waarvan 1,2 miljoen via uitzendinggemist – het hoogste aantal terugkijkers ooit gemeten.

Maar met naam en toenaam over die herkenbaarheid praten – dat ligt gevoelig. NRC benaderde meerdere scholen voor dit artikel, maar uit angst voor negatieve stereotyperingen willen ze niet meewerken. Veel ouders willen niet met naam in de krant, omdat ze geen scheve ogen op het schoolplein willen. Zoiets kan gevolgen hebben voor hun kind.

Op de school van de kinderen van Asmara Kox (5, 7 en 9 jaar) uit Vijfhuizen wordt er smadelijk om De Luizenmoeder gelachen, vertelt ze. „Het is allemaal overtrokken, maar je herkent kleine dingen.” Zoals de ongeschreven regel dat je als ouder nooit twee extra kinderen mee moet nemen om te komen spelen: liever één of drie, zodat er een even getal ontstaat. „Als mijn dochter twee vriendinnen meeneemt, ontstaat er hommeles.”

Of de scène waarin personage Nancy uitlegt dat je als moeder begint bij het luizenkammen en je dan opwerkt tot voorleesmoeder, klassenmoeder en uiteindelijk tot de ouderraad. „Op het schoolfeest heb ik me na drie glazen wijn opgegeven als klassenmoeder”, zegt een moeder die haar kind net heeft weggebracht op de Burghtschool aan de Amsterdamse Herengracht. Maar, zo bleek: het klassenmoederschap lijkt soms wel een tweede baan. „De docenten vragen een hoop van je. Met Kerst was ik er fulltime mee bezig: lokaal versieren, menu’s maken, zorgen dat iedereen iets meeneemt.” Voordeel is dat andere ouders ineens poeslief tegen je zijn. „Nu ik klassenmoeder ben, is het elke ochtend: goedemorgen, alles goed?”

Met 2,6 miljoen kijkers is comedyserie De Luizenmoeder op NPO3 een grote hit. Politiek incorrect door de racistische grappen? De makers lijken vooral te willen zeggen: hier zijn wij het niet mee eens.

De Luizenmoeder maakt zichtbaar waar het wringt tussen de school en ouders, zegt Peter de Vries, die promotieonderzoek doet naar het thema ouderbetrokkenheid aan de Universiteit Utrecht en onderwijsadviseur is bij CSP. „Vroeger had de leerkracht status: als je op school straf kreeg, gingen ouders daar thuis nog eens overheen. Nu hebben ouders een stem gekregen en gaan ze juist tegen de leraar in.” Die stem wordt versterkt doordat ouders op internet van alles kunnen opzoeken over onderwijsmethoden: de leerkracht is geen alwetende meester meer.

Als antwoord op die veranderende relatie, zegt De Vries, gaan scholen steeds meer ‘protocolleren’ om het gedrag van de ouders in toom te houden. Ouders krijgen vragenlijsten mee naar huis om ouderavonden mee voor te bereiden. Oudergesprekken worden ‘ouder-vertel-maar-gesprekken’. Participeren wordt, in De Luizenmoeder-taal, de ‘participizza’: een verplichte avond met alle ouders pizza eten op school. Begin dit jaar ontstond ophef onder ouders van een school in Oude-Tonge, waar de activiteitencommissie vaders verplichtte oud-papier in te zamelen, op straffe van een boete van 50 euro.

Elk schoolplein is anders, maar sommige ouders lijken op elkaar, ziet Merel Thie. Lees daarover: op het schoolplein

Ouders zijn aardiger dan je denkt

De Vries pleit voor gelijkwaardigheid tussen ouders en onderwijzers, in plaats van die strikte regeltjes. „Bejegen ouders op een respectvolle manier, niet vanuit angst.” Dat daar nog wel wat te winnen is, blijkt uit een site voor startende leraren met tips voor het huisbezoek aan ouders. Tip 8: wees onbevooroordeeld, vaak zijn ouders aardiger dan je denkt.

Ouders doen mee aan de schoolpleinmores omdat het om hun kinderen gaat, zegt pedagoog Mieke van Spigt. „Ze willen dat hun kind het goed heeft op school, maar hebben daar maar in beperkte mate invloed op. Ze zijn er niet bij in de klas.” Het kleine beetje invloed dat ze hebben, willen ze ten volle benutten.

Ook op het schoolplein van de Burghtschool gaat het gesprek over de tv-serie. Het is grappig om al die ongeschreven regels eens goed uitvergroot te zien, zeggen twee moeders. Wat mag wel en niet met traktaties, bijvoorbeeld? „Enerzijds wil je docenten niet tegen de schenen schoppen met een dienblad vol ongezonde muffins, anderzijds wil je ook niet de saaie moeder zijn met de mandarijnen.”

Want er bestaat, zeggen ze, wel degelijk zo’n ouder-hiërarchie, net als in de serie. „Je hebt moeders die minder werken en veel tijd hebben om mee te doen met klassenuitjes, en voorleesmiddagen.” En je hebt ouders, en daar vallen deze moeders zelf onder, die fulltime werken en geen tijd hebben voor dat soort dingen. „Daar word je op aangekeken. Het wordt misschien niet uitgesproken, maar iedereen weet dat het ‘not done’ is om niet minstens twee keer per jaar in de klas te verschijnen voor het luizenkammen of het voorlezen.”

Ook al zo’n verschrikking, zegt een moeder die bij het groepje komt staan: alle dingen die je als ouder moet knutselen. Kerstbomen, een zelfgemaakt cadeau als de juf jarig is, een Paasdoos. „Ik had mijn zoon die Paasdoos het afgelopen jaar gewoon zelf laten maken”, vertelt ze. „Die was dus hartstikke lelijk geworden.” Komen ze op school, staan daar allemaal perfect gepapiermacheede creaties. „What the hell, dacht ik. Echt niet dat die derde groepers die allemaal zelfgemaakt hebben.”

Soms hitsen ouders elkaar op. Een moeder van kinderen van 2, 6 en 8 jaar uit Den Haag vertelt dat ieder kind gevraagd werd twee euro mee te nemen voor een cadeau voor de juf. „Eenmaal op school bleken veel ouders ook nog een eigen cadeau te hebben meegegeven.” Toen stond haar kind met lege handen. „Zoiets gebeurt je geen tweede keer.”

Niet alleen ouders herkennen zich in De Luizenmoeder. Docent Hanny van Arkel uit Heerlen moet tijdens de serie vaak denken aan haar eigen ervaringen. Zij werkte na de pabo als invalkracht en kwam best wat leidinggevenden tegen die sterk lijken op directeur Anton. „Vooral de scène waarbij hij achter een raam staat te kijken hoe twee ouders ruzie maken, kwam me bekend voor”, zegt Van Arkel. „Ik heb veel directeuren gehad die zo veel mogelijk wegliepen voor problemen.”

En juf Ank, „daarvan lopen er zo veel rond”, zegt Van Arkel. „Van die leraressen die het eigenlijk niet helemaal onder controle hebben, en dat overcompenseren met strakke regels, liedjes en stoplichten.” In menig lerarenkamer gaat inmiddels de vraag rond wie de ‘juf Ank van de school’ is.

Ondanks de onderlinge frictie kunnen ouders ook steun hebben aan elkaar op het schoolplein. „Je spiegelt je aan andere ouders”, zegt een gescheiden moeder op het schoolplein van de Derde Daltonschool in de Amsterdamse Pijp. „Dat kan onzeker maken, maar het helpt ook, omdat je ziet dat andere ouders ook niet perfect zijn.” Ook pedagoog Van Stigt raadt aan steun te zoeken bij andere ouders: zoek een vriend of vriendin voor op het schoolplein, bij voorkeur de ouder van een vriendje van je kind. Want: „Samen sta je sterker.”

Lees ook de tv-recensie: De Luizenmoeder is terecht een hit
    • Mirjam Remie
    • Doortje Smithuijsen