Presidentiële woorden

HET EERSTE WEEKEINDE van Clintons staatsbezoek was er voor de media en voor de boodschap.

Wie zullen er meer verbaasd zijn geweest, de Chinese of de Amerikaanse televisiekijkers? De Chinezen zagen hun president Jiang Zemin door een hoge buitenlandse gast worden gekapitteld over het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, de Amerikanen zagen Clinton, thuis achtervolgd door golven van Amerikaans moralisme, aan de andere kant van de wereld pleiten voor... precies dat moralisme. De staat moet zich fatsoenlijk gedragen, de burger dient daar op toe te (kunnen) zien, luidde de boodschap. Niet zozeer dat Clinton zich zo uitte als wel het feit dat zijn woorden onversneden tot de Chinese burgers konden doordringen was het bijzondere van het presidentiële optreden.

Wat het effect van de boodschap in China is zal moeten worden afgewacht. Jiang Zemin had zijn antwoord klaar. Als we toen niet hadden ingegrepen hadden we nu niet de resultaten kunnen laten zien die inmiddels zijn geboekt. Het was de zwakke stee in de Amerikaanse aanpak die het Chinese staatshoofd hier toucheerde. Het China-beleid van de regering-Clinton is al jaren lang pragmatisch gericht op betere betrekkingen, op betere revenuen daaruit en op regionale veiligheid, in het diplomatieke jargon heet dat strategic partnership en constructive engagement. Het is onder druk van Amerikaanse lobby's en pressiegroepen en de Republikeinse meerderheid in het Congres voorafgaand aan het staatsbezoek dat Clinton bij het begin ervan zo zwaar heeft ingezet op het thema van de rechten van de mens en individuele vrijheden. In die zin heeft hij zijn critici in eigen land voorlopig de pas afgesneden. DE TELEVISIE toonde intussen aan dat engagement werkt. De show gaf de Chinese leiders de gelegenheid tot een dubbelslag. Zij konden laten zien hoe vast zij in het zadel zitten - anders waren Clintons woorden niet ongeschonden de censuur gepasseerd - en zij maakten duidelijk hoe dat kwam: dankzij de economische vooruitgang die China heeft geboekt. Dat is nauwkeurig de lijn die de Amerikaanse regering volgt. Geen betweterigheid meer in de vorm van allerhande sancties maar stimulering van een sociaal-economische aanpassing die geleidelijk aan mondige burgers kweekt en China gereed maakt te delen in de nieuwe wereldorde. Dat China de afgelopen weken niet de yuan devalueerde en de stabiliteit in Azië hielp verdedigen was eigenlijk al een bekroning van Clintons reis nog voor deze was begonnen. Althans zo wordt dat in financiële kringen in Amerika begrepen.

De breuklijn in de Amerikaanse politiek ligt overigens ergens anders dan de jongste gebeurtenissen suggereren. De rechten van de mens spelen slechts een verwijderde rol. Het gaat aan die breuklijn veel meer om de vraag of China een opkomende macht is die zijn opportunisme verbergt achter een scherm van goede wil, of een partner-in-ontwikkeling met wie het steeds beter zaken doen is. De regering-Clinton gaat van het laatste uit, haar critici vrezen dat de president zich in de luren laat leggen. De twisten over de leveranties van hoge technologie aan China, speciaal die op het gebied van besturingsmechanismen voor ruimteraketten, komen uit dat verschil in beoordeling voort. MET ENIG BOMBARIE hebben Amerikanen en Chinezen nu een overeenkomst gesloten de intercontinentale wapens in hun bezit niet meer op de ander te richten. Een dergelijk akkoord is ook al eens met president Jeltsin overeengekomen. De deskundigen halen hun schouders op. In de kortste keren staan de raketten weer gericht, de Chinese op steden aan de Amerikaanse westkust. De regering in Washington is niet zo wereldvreemd dat zij de betrekkelijkheid van een en ander niet ziet. Maar zij heeft, meer dan haar critici, gevoel voor symboliek. Het gaat haar tenslotte niet alleen om wat is, maar ook wat lijkt en soms neemt zij zelfs genoegen met wat schijnt. Hopelijk geldt dat ditmaal niet voor Clintons wereldwijd verspreide woorden van dit weekeinde.