Op jacht naar nachtelijk geweld langs de snelweg; 'Meestal laat ik het stelen maar begaan'

De politie patrouilleert 's nachts langs tankstations, parkeerplaatsen en wegrestaurants. Want ook langs de snelweg neemt het aantal geweldsdelicten toe.

ROTTERDAM, 29 JUNI. “Twee dagen geleden is er hier een Litouwse chauffeur in zijn kabine bedwelmd en vervolgens beroofd,” zegt S. van den Hoek, kassier van het tankstation Ruwiel ter hoogte van Zaltbommel langs de A2. “Vijf weken geleden waren het twee Engelse dames in een Ford Transit-bus. Soms gaat het weken goed. Daarna is het weer schering en inslag.”

Hoofdagenten John Klink (40) en Jan van Willigen (34) knikken begrijpend en nippen van hun bekertjes koffie. Het duo vormt vannacht een van de twee patrouilles die de Randstad moeten bewaken. Het jachtgebied is de A12 van Den Haag tot aan Utrecht en de A2 tot aan Den Bosch. “Vroeger draaiden we nauwelijks nachtdiensten,” vertelt Klink, die sinds 1990 bij de verkeerspolitie werkt. “We waren er voor de spits en de ongevallen. Daar red je het nu niet meer mee.”

Verlaten parkeerterreinen en eenzame tankstations vormen een niemandsland dat criminelen aantrekt. De snelweg staat laag op de prioriteitenlijst van de 25 regiokorpsen. Bij de reorganisatie van de politie in 1992 is vooral de nadruk komen te liggen op de veiligheid in de binnensteden. De politiebezetting op het platteland heeft zwaar geleden. Voor het bewaken van de snelwegen is al helemaal geen personeel beschikbaar. Twee weken geleden haalde de A1 ter hoogte van Bathmen en Holten, in Overijssel, de landelijke pers. Binnen tien dagen hadden er drie overvallen plaats. Buitenlandse vrachtwagenchauffeurs waren het slachtoffer. Nederlandse truckers volgen het advies van de politie en de vrachtvervoersorganisatie op en mijden de eenzame en slechtverlichte parkeerplaatsen al jaren.

Voor het voor het personeel lángs de weg is het vooral de kleine criminaliteit die zorgt voor overlast. Als de kroegen in de stad gesloten zijn zoeken jongeren het tankstation op. Kassier Van den Hoek: “Er wordt veel gestolen. Meestal laat ik het maar begaan. Ook de onderlinge agressie neemt toe. Vroeger kwam ik bij vechtpartijen wel eens achter het kogelvrije glas vandaan, maar dat laat ik tegenwoordig wel uit mijn hoofd.”

Om de veiligheid langs de snelweg te vergroten besteedt de divisie mobiliteit van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) - de verkeerspolitie - sinds 1 maart extra aandacht aan de pleisterplaatsen langs de rijkswegen. Een van de bedoelingen van het proefproject 'Pavlov' (wat staat voor Projectgerichte aanpak veiligheid en leefbaarheid op verzorgingsplaatsen) is om in kaart te brengen hoe groot het probleem nu eigenlijk is. De KLPD schat dat slechts tien procent van de misdrijven wordt gemeld. Via een speciaal telefoonnummer kunnen chauffeurs, wegrestauranthouders en pompbedienden nu aangifte doen. De eerste resultaten worden in september verwacht.

Op de A12 wordt duidelijk dat het wegverkeer in de Randstad eigenlijk nooit helemaal luwt. Veel vrachtwagens maken gebruik van de nacht om files te vermijden. Vrijwel direct na het verlaten van de thuisbasis Gouda doemt langs de kant van de weg het eerste klusje op. Twee marktkooplieden staren beteuterd naar het wiel van hun aanhangwagen. De band is er bijna volledig afgelopen. Van Willigen en Klink besluiten dat reparatie langs de snelweg te lang duurt en adviseren de marktkooplui stapvoets over de vluchtstrook naar de eerste afslag te rijden. De KLPD-Volvo volgt.

Over de radio meldt zich collega Koert Schmitz. De patrouille Randstad II heeft een verkeersovertreder langs de kant gezet. De patrouillewagens van de verkeerspolitie beschikken over een on line computersysteem, waarmee kentekennummers kunnen worden nagetrokken. Omdat het voertuig niet op naam te staan van de chauffeur houdt Schmitz rekening met de mogelijkheid dat er een 'katvanger' in het spel is, iemand op wiens naam automobilisten met ilegale bedoelingen het kenteken van hun auto laten registreren.

Patrouille Randstad I vervolgt met grote snelheid haar weg. Als er geen ander verkeer in de buurt is, haalt chauffeur Van Willigen gemakkelijk de 220 kilometer per uur. Maar het racen duurt nooit lang: bij elke afslag worden de parkeerplaatsen gecontroleerd. Klink trekt de kentekens van onbeheerde voertuigen na. Op de ringweg Utrecht is een Citroën BX met een Duits kenteken tussen de vangrails achtergelaten. Mogelijk van een drugsrunner. Omdat er problemen zijn met de on line-verbinding zoekt Klink radiocontact met de centrale: “Ik heb hier een kentekentje OBH-4567.” De wagen blijkt niet gestolen te zijn. Klink en Van Willigen besluiten dat de bestuurder hulp is gaan halen.

De nacht verloopt zonder grote incidenten. Een automobilist die het parkeerterrein als overnachtingsplaats heeft uitgekozen wordt door Klink met zachte hand uit zijn Golf gehaald. “Misschien heeft hij ruzie met zijn vriendin,” suggereert Van Willigen. Ook verkeersovertreders worden vriendelijk te woord gestaan. Klink tegen een automobilist: “Het is natuurlijk uw eigen verantwoordelijkheid, maar het is erg gevaarlijk om te rijden zonder gordel.” De man incasseert de bekeuring met een glimlach.

Op de A2, even na Zaltbommel, wordt een Deense truck langs de kant gezet voor een routinecontrole. De Duitse chauffeur beweert dat hij maar één schijf van de tachometer kan laten zien. Hij is net met vakantie geweest, zo is zijn verklaring. Klink vertrouwt het zaakje niet en blijft aandringen. Als de andere schijven boven water komen constateert Klink een forse overtreding van de rijtijdenwet: de chauffeur heeft de afelopen 27 uur vrijwel onafgebroken achter het stuur gezeten. De boete van enkele honderden guldens moet hij contant afrekenen. De sfeer blijft echter gemoedelijk. Hoofdagent Klink biedt de chauffeur zelfs een pepermuntje aan. “Kijk, die man doet ook gewoon zijn werk. Hij is geen crimineel.”