Noord-Ieren hunkeren naar bewijs goede wil

De voorstanders van het vredesakkoord hebben de verkiezingen voor de nieuwe assemblee nipt gewonnen. De wil om tot vrede te komen was net iets groter dan de protestantse angst voor de uitverkoop van hun idealen.

ROTTERDAM, 29 JUNI. In de lange periode tussen het sluiten van de stembussen donderdagavond en de definitieve uitslag van zaterdagavond, passeerden vrijwel alle opties voor de nieuwe Noord-Ierse assemblee de revue. Aanvankelijk leek de gematigd katholieke SDLP van John Hume de grootste partij te worden. De Democratische Unionisten (DUP) van de immer recalcitrante dominee Ian Paisley, felle tegenstanders van het vredesakkoord, dreigden het zetelaantal van de gematigde unionisten (UUP) van David Trimble te benaderen of zelfs te overtreffen.

Voor de werking van de assemblee zou dit het meest dramatische scenario zijn geweest. Want Paisley en de zijnen zouden ieder besluit torpederen door er het predicaat 'cruciaal' aan te geven, waarna zowel binnen de katholieke als de protestantse partijen een meerderheid nodig zou zijn geweest. Vóór oktober zou er dan nog helemaal niets zijn bereikt: geen raad van ministers, geen commissies, en vooral geen Noord-Zuid Raad. Die raad, waarin Noord-Ierland en de Ierse republiek moeten samenwerken, is de grootste steen des aanstoots voor Paisley.

Dit was de zelfvernietigingsknop van de assemblee die Paisley zo graag in werking wilde zetten. Want als er in oktober nog niets geregeld is, behoudt de Britse regering zich het recht voor om de assemblee te ontbinden nog voor die echt in werking is getreden. Dat betekent meteen ook het einde van het vredesakkoord.

In een tweede optie, die ook enige tijd werkelijkheid leek te worden, won de gematigde Trimble weliswaar nipt van de DUP, maar behaalde Hume nog steeds de meeste zetels. Hoewel Trimble daarmee Paisley van zich had afgeschut, zou zijn positie ernstig zijn verzwakt. En een vleugellamme Trimble is binnen zijn eigen partij een gemakkelijke prooi voor de haviken die voortdurend op de loer liggen.

Pas in de loop van zaterdag werd duidelijk dat de Ulster Unionisten van Trimble toch de grootste partij zouden worden. In het onnavolgbare Noord-Ierse kiesstelsel mogen kiezers een volgorde van voorkeuren aangeven, die volgens ingewikkelde verdeelsleutels bij de minder prominente kandidaten terechtkomen. Trimble behaalde daardoor toch vier zetels meer dan de partij van John Hume, ondanks een geringer percentage van de stemmen (21,3 tegen 22,0 procent).

De uitslag is een betrouwbare weergave geworden van de stemming in Noord-Ierland. Vooral de aarzeling bij de protestanten komt erin tot uitdrukking. Al bij het referendum voor het vredesakkoord bleek vorige maand de angst voor de 'uitverkoop' van protestantse idealen. Maar toen stemde nog een behoorlijke meerderheid voor het akkoord. De verkiezingen volgden nog net snel genoeg op het referendum om het aantal huiverende protestanten niet te veel te laten groeien.

Toch kregen de protestanse tegenstanders van het akkoord in absolute zin meer stemmen dan de voorstanders. De DUP van Paisley, de UKUP (United Kingdom Unionists) van Bob McCartney en drie voormalige partijleden van Trimble die nu als onafhankelijke kandidaten tegen het vredesakkoord ageren, behaalden samen 24,9 procent van de stemmen. Trimble's UUP en de Progressieve Unionisten (PUP) van de vroegere loyalistische terrorist David Ervine kwamen niet verder dan 23,9 procent. Maar in zetels bleven de tegenstanders steken op 28, tegen 30 voor de voorstanders. Al is de overwinning voor Trimble dan niet zo glansrijk als hij had gehoopt, zijn positie is comfortabel genoeg om de dissidenten binnen zijn partij voorlopig de mond te snoeren.

Voor de niet-religieuze Alliance Party van Lord Alderdice, die op zes zetels is blijven steken, lijkt geen rol van betekenis weggelegd. De partij hoeft zich, ongetwijfeld tot opluchting van Alderdice, niet te laten registreren als 'protestants' (dat zou een cosmetische maatregel zijn geweest om binnen de protestantse vleugel van de assemblee de voorstanders van het vredesakkoord aan een meerderheid te helpen). Maar het is twijfelachtig dat zijn partij een zetel zal krijgen in de Noord-Ierse regering. De bemiddelende rol die de 'neutrale' Alderdice voor zichzelf zag weggelegd is ook niet meer zo nodig om de samenwerking tussen aanstaand 'eerste minister' Trimble en 'vice-eerste minister' Hume tot een succes te maken. Zij lieten in de aanloop naar het referendum vorige maand blijken een einde te wensen aan bestaande scheidslijnen.

Maar voor het succes van de nieuwe assemblee is meer nodig dan de samenwerking tussen Trimble en Hume. Er moet een moment komen waarop Trimble de hand schudt of op zijn minst een woord gaat wisselen met Gerry Adams, de leider van de aan de IRA gelieerde Sinn Fein. Met 18 zetels in de assemblee heeft Adams recht op twee ministersposten. Voordat het zover is, moet Adams wel eerst een gebaar maken. Hij zal de IRA ertoe moeten bewegen althans een begin te maken met het inleveren van wapens, al was het maar een paar kilo semtex. Noord-Ierland hunkert naar bewijzen van goede wil.

Nog eerder zullen protestanten en katholieken tot een akkoord moeten komen over de aanstaande oranjemarsen, waarmee de protestanten jaarlijks eeuwenoude overwinningen op katholieke koningen herdenken. Zondag staat de mars in Drumcree op het programma, die de afgelopen jaren voor ernstige rellen heeft gezorgd. Vandaag heeft de 'paradecommissie' bepaald dat de route om de katholieke Garvaghy Road heen moet. Als het aan Trimble had gelegen, die in 1995 nog triomfantelijk hand-in-hand met Paisley over Garvaghy Road liep (en vlak daarna tot leider van de UUP werd gekozen), zouden de protestanten gewoon door katholiek gebied hebben gewandeld, maar dan zonder machtsvertoon en zonder geweld van een van de partijen. Dat zou pas een bewijs zijn, vindt hij, van verzoening. Het lijkt een toverformule waar de katholieke gemeenschap nog lang niet in gelooft.

    • Paul Luttikhuis