Museumdirecteur hangt bordje op

Tentoonstelling: De Versnelling. Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Ma t/m za 11-17u, zo 13-17u. T/m 30 augustus.

Het begint met een tekstbordje. Het hangt bij het raam dat uitkijkt op de binnenplaats van het Fries Museum, op de tentoonstelling De Versnelling. Kunstenaar/bloemist Geer Pouls heeft daar een stuk of dertig manden en bakken neergezet, gevuld met kleurige bloemen: petunia's, afrikaantjes en geraniums - een installatie die hij De verloren tuin heeft genoemd.

Op het bordje is vervolgens ongeveer deze tekst te lezen: 'In de titel van zijn installatie verwijst Geer Pouls naar de verloren binnentuin. Hij vindt dat architecten altijd maar dingen veranderen, maar daarmee niet altijd verbeteringen aanbrengen.'

Ha! denk je meteen, Van Krimpen!

Hoewel het vast niet zijn bedoeling is, is Wim van Krimpen, de nieuwe directeur van het Fries Museum en tevens directeur van de Kunsthal, nadrukkelijk aanwezig op De Versnelling.

Dat begint al met zo'n bordje. Het is natuurlijk mogelijk dat Geer Pouls de behoefte koesterde om met zijn installatie een sneer naar het architectendom te geven; logischer is echter dat we hier de stem van Van Krimpen horen, die, meteen nadat hij in Leeuwarden was aangetreden, het aan de stok kreeg met architect Gunnar Daan. Die het Fries Museum in 1995 voor 15 miljoen gulden had verbouwd, maar Van Krimpen vond die verbouwing niks, en liet met de van hem bekende voortvarendheid weer van alles wegbreken. Daan protesteert, Van Krimpen hangt een bordje op.

Zichzelf wegcijferen is niet de sterkste kant van Van Krimpen, en dat is ook op de rest van De Versnelling te zien. De tentoonstelling is een kleinschalige variant op Rudi Fuchs' Coupletten, met als belangrijkste verschil dat Van Krimpen zijn keuzes nauwelijks kunsthistorisch probeert te verantwoorden.

Hij zet en hangt vanalles door elkaar, van de zeventiende-eeuwse stillevens van Margaretha de Heer tot de nieuwste bloemschilderijen van Rob Birza en twee video's van Jeroen Kooymans tot de doeken van Gerrit Benner, en presenteert dat zo dat het lijkt of er een concept achter zit. In dit geval is dat 'Versnelling', waarmee Van Krimpen zegt tegengas te willen geven aan het door diverse Nederlandse museumdirecteuren bepleitte idee van 'onthaasting'.

In de tentoonstelling is van die versnelling verder niks van te merken, maar als provocatie werkt het goed - en je hebt weer wat om over te praten.

Ondertussen, dat moet gezegd, weet Van Krimpen als geen ander hoe je met beperkte middelen een aardige expositie van de grond krijgt. Denk de steken-onder-water weg en De Versnelling is een symathieke eerste proeve, die goed past in een museum dat wel ambities heeft, maar niet veel geld.

Een van de uitgangspunten van de tentoonstelling is bijvoorbeeld het werk van Gerrit Benner, de Friese landschapsschilder die in de jaren vijftig in Amsterdam ging wonen. Vanaf daar schilderde hij zijn herinneringen aan Friesland en dat zijn af en toe sublieme doeken. Soms blijft Benner iets te veel in Cobra-achtige naïviteit steken, maar op andere werken, zoals Compositie uit 1970 lijkt hij erin geslaagd het Friese licht te vangen - zowel het mistige blauw als het heldere groen op dat doek zijn adembenemend.

In het zaaltje ernaast presenteert het museum een van zijn nieuwe aanwinsten, die goed op het werk van Benner aansluit: een van de laatste doeken van Robert Zandvliet.Zo'n aankoop is typisch voor de nieuwe directeur: iedereen wil tegenwoordig Zandvliet, dus ook Van Krimpen, maar hij koopt dan wel meteen het beste werk dat op Zandvliets laatste galerie-tentoonstelling te krijgen was. Een mooi, suggestief doek is het, waarop je het landschap nauwelijks nog kunt herkennen, of het zou aan de overtrekkende regenvlagen moeten zijn.

Pièce de résistance van De Versnelling is de serie Power Flower Portraits van Rob Birza, die hier uit bijna veertig doeken bestaat, en dat zijn lang niet de kleinsten. Van Krimpen is altijd een liefhebber van Birza geweest, heeft hem zelfs nog even in zijn galerie gehad, en als je deze serie ziet begrijp je meteen waarom.

Birza is een virtuoos schilder die de toeschouwer zo weet te behagen, overdonderen zelfs, dat je je al snel niet meer afvraagt waar het eigenlijk allemaal over gaat. Dat geldt ook voor Van Krimpen, maar dan in extremere mate: zijn Versnelling is charmant en innemend, maar zoek er vooral niet te veel achter.