JAAP HOOGSTRA (1915-1998); Zelden op voorgrond

AMSTERDAM, 29 JUNI.De acteur Jaap Hoogstra is zaterdag op 83-jarige leeftijd overleden.

Zijn mooiste voorstelling maakte hij nog maar zeven jaar geleden, met de Beckett-solo Een stuk monoloog, waarin hij, gehuld in een kreukelig wit nachthemd, de brokkelige woorden sprak alsof ze hem pas op dat moment voor de mond kwamen: “Geboorte werd hem zijn dood. Nog eens. Woorden schieten te kort. Sterven ook. Geboorte werd hem zijn dood...” Langzaam, hardop peinzend, en al bijna onthecht aan het aardse gedoe bouwde hij in die zwanenzang aan een klein monumentje voor het vakmanschap dat hem ruim een halve eeuw aan het toneel had gehouden. Zelden op de voorgrond, maar altijd betrouwbaar en terdege doordacht.

Hoogstra begon zijn loopbaan, na de toneelschool, in 1937 bij het Vereenigd Rotterdamsch Hofstad Tooneel. Hij speelde kleine rollen, tot hij begin 1942 weigerde zich aan te melden bij de Kultuurkamer. Zodoende kon hij zich in mei 1945 bij de niet zeer omvangrijke groep principiële weigeraars voegen, die in triomf de Stadsschouwburg in Amsterdam betraden om hun terugkeer te vieren in de gelegenheidsvoorstellingen Vrij volk en De naamlozen van 1942. Daarna trad hij toe tot het door idealisme gedreven gezelschap START.

Zijn affiniteit met nieuwe toneelvormen kwam in 1954 tot uiting, toen Jaap Hoogstra mede-oprichter en eerste artistiek leider was van de groep Studio, waar de toneelvoorhoede stukken speelde van nieuwe schrijvers. Na zijn pensionering speelde hij nog gastrollen bij groepen als Baal, Fact en Orkater. Daarnaast was hij 23 jaar lang spraakdocent aan de Amsterdamse toneelschool. “Daar ligt, heb ik achteraf gedacht, de sleutel,” zei hij, sprekend over de vanzelfsprekende manier waarop hij zich aan de oude toneeltradities wist te onttrekken. “Mijn ex-leerlingen werden gaandeweg mijn collega's of regisseurs. Daardoor heb ik die omschakeling heel makkelijk kunnen maken.”

Eén van zijn laatste rollen speelde Hoogstra, zonder stemverheffing, in 1995 in de lunchpauzevoorstelling Oud van Koos Terpstra. Vol zelfspot, met zijn enigszins lijzige, maar schitterende dictie, speelde hij daarin hoe het is om oud te zijn - wat trager en soms wat vergeetachtig, maar allerminst behoeftig of der dagen zat. In interviews liet hij weten hoe prettig het was dat acteren om den brode niet meer hoefde. Hij deed alleen nog maar wat hem aanstond. “Zodat ik, als straks het deksel op mijn kist gaat, nergens spijt van heb.”