Hamerslagen en glasscherven tot slot van festival

Concert: De man met de hamer, slotavond Holland Festival. Elektronisch Muziektheater naar een concept van Paul Koek. Gezien: 27/6, Paradiso en Stadsschouwburg Amsterdam.

De hamer is een dankbaar cultuurfilosofisch icoon. Dat heeft Paul Koek, bedenker van het elektronisch muziektheater De man met de hamer dat de slotmanifestatie vormde van het Holland Festival 1998, uitstekend begrepen. Bij de Etrusken was de doodsdemon Charun herkenbaar aan zijn hamer, de kreupele Hephaistos hamerde er bij de Grieken lustig op los tijdens de Trojaanse Oorlog en bij de Germanen was de hamer het gruwelijke wapen van Thor, de dondergod. Wagner kon het in zijn Ring onmogelijk zonder mythische smeden, Nietzsche filosofeerde met de hamer, en de hamerslag mag slechts een detail zijn in Mahlers Zesde symfonie, maar al een kleine eeuw lang een tot de verbeelding sprekend detail, zo bleek eens te meer in het door Karin Spaink geschreven toneelstuk dat het middelpunt vormde van De man met de hamer.

Wie echter een diepzinnige cultuurfilosofische gelaagdheid verwachtte bij de verschillende onderdelen van De man met de hamer kwam bedrogen uit. Koeks conceptie resulteerde vooral in een themafeest met verrassende elementen. De bezoekers werden in Paradiso welkom geheten door twee rijen hoogbejaarden en kregen een glas in de hand gedrukt dat voorzien werd van een gifgroen alcoholmengsel. Al nippend mocht het gezelschap zich vervolgens naar de Stadsschouwburg begeven, waar buiten Drentse jachthoorns een serenade bliezen en binnen het glas werd geconfisqueerd en 'ambtshalve' aan diggelen werd gegooid. Op het toneel van de Stadsschouwburg werd het publiek onthaald op een weinig tot de verbeelding sprekende vertolking van de slagwerkcompostie Persephasse van Xenakis door zes conservatoriumstudenten. Vervolgens kon men plaatsnemen in de schouwburgzaal om daar de rest van het programma te consumeren, terwijl ondertussen op het eerste balkon een heus opstootje plaatsvond waarbij enkele rake klappen vielen.

Joost Rekveld projecteerde een psychedelisch filmpje, Sanne van Rijn playbackte in hondenkostuum het aloude, door honden geblafte Happy birthday, waarna celliste Irma Lammers en Florentijn Boddendijk met zijn manshoge laserbas Brahms en Kraftwerk sonologisch herkauwden. Pièce de résistance was het toneelstuk van Spaink. Zonder de humoristische passages te kort te willen doen, verbeeldde het stuk wat clichématig de controverse tussen een mevrouw die per ongeluk kennismaakt met Mahlers Zesde symfonie, een rigide cultuurambtenaar, twee vrijgevochten componisten (Wagner en Mozart) en tal van andere personages. Dit alles werd geadstrueerd met muzieksamples, waaronder fragmenten uit de Mahlers Zesde (merkwaardigerwijze juist niet het fragment met de hamerslag), Pink Floyd, Wagner en Shiva Shida Pu.

Na afloop toog de pantoffelparade, geëscorteerd door pizzakoeriers en een reusachtige lamp uit het Elektriciteitsmuseum, weer via het Leidseplein naar Paradiso, waar na middernacht een meterslang buffet wachtte met daarop een blinde smid die vervaarlijk met zijn hamer zwaaide, en een meermin. Tot aan het ochtendgloren werd hier het HF-slotfeest gevierd met kunstzinnig gereanimeerde flarden van discussies die eerder tijdens het festival plaatshadden, met dansmuziek en projecties. Alsof het Holland Festival met het Sonic Acts-festival voor nieuwe media was gefuseerd.

High en low culture gingen verdienstelijk hand en hand, maar wat ik miste bij De man met de hamer was een verwijzing naar de 'Vrouw met de Hamer', om met Elmer Schönberger te spreken. Een verwijzing dus naar componiste Galina Oestwolskaja, als een soort van pars pro toto voor al die geweldige ontdekkingen die de muzikaal geïnteresseerde bezoeker voorheen in het Holland Festival kon doen. Want hoezeer in De man met de hamer ook gepoogd werd het tegendeel te bewijzen, de muziek is het kind van de rekening geworden van de huidige artistieke koers van het Holland Festival.