Geen hoop meer op overlevenden na aardbeving Turkije

CEYHAN, 29 JUNI. De hoop dat nog overlevenden worden aangetroffen in de puinhopen aangericht door een aardbeving in het zuiden van Turkije, is vanochtend tot bijna nul gereduceerd. Bij de aardbeving werden zeker 128 mensen gedood, van wie 62 in Ceyhan, 44 in de miljoenenstad Adana en de rest in omliggende dorpen. President Demirel en premier Yilmaz hebben beiden een kort bezoek aan het rampgebied afgelegd.

Gisteravond, 26 uur na de aardbeving, werd nog een 11-jarige jongen levend uit een ingestort flatgebouw in Ceyhan, een stad met 80.000 inwoners, gehaald. Maar “gezond verstand zegt ons dat niemand er meer levend uitkomt, behoudens een wonder”, aldus een reddingswerker ter plaatse.

De ziekenhuizen zitten overvol met de meer dan 1.500 gewonden van de aardbeving, die een kracht had van 6.3 op de schaal van Richter. Bewoners van beschadigde gebouwen kampeerden buiten, gehoor gevend aan oproepen van de lokale autoriteiten. Meer dan 15 procent van de gebouwen in de stad heeft volgens de autoriteiten schade opgelopen.

De aardbeving deed zich zaterdagmiddag voor, en werd behalve in Turkije ook gevoeld in Cyprus, Syrië en Israel. Er volgden tientallen naschokken, die echter volgens de autoriteiten geen verdere schade aanrichtten. De groot-industrieel Sakip Sabanci, die een van rijkste mensen ter wereld is en wiens familie uit Adana afkomstig is, heeft 250 miljard lira (een miljoen dollar) steun beloofd voor het getroffen gebied. Ook vanuit het buitenland is hulp toegezegd.

Aardbevingen komen veel voor in Turkije, maar critici zeggen dat de regering te weinig voorzorgsmaatregelen treft. De meeste slachtoffers woonden in slecht gebouwde woningen in sloppenwijken waar veel Koerden uit het zuidoosten, waar het leger vecht tegen de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK), hun toevlucht hebben gezocht. Maar ook overheidsgebouwen zijn ingestort, ondanks officiële bouwvoorschriften die de schade moeten beperken. (Reuters, AFP, AP)