Door HANS AARSMAN

Televisie kijken en patat eten, dat is zo'n beetje hetzelfde. Tegen de tijd dat de zak verorberd is, zweeft een kleffe, vette wolk in de buik, en tegen de tijd dat het toestel is uitgezet zweeft er net zo'n wolk in het hoofd.

Er is hier nooit een televisietoestel in huis geweest vóór twee jaar geleden Zapman opdook. Als Zapman weer verdwijnt, gaat het apparaat zonder pardon de deur uit, dat geef ik op een briefje.

Verder is er niets op televisie tegen. Zolang ik niet kijk, is het eigenlijk een prachtig medium. Van mij mag het blijven. Columns lees ik ook nooit, en die mogen ook blijven, ze moeten blijven voor het nationale geweten. En bossen moeten er ook zijn, voor de gemoedsrust, veel bomen, overal bomen. Niet dat ik ze per se om me heen hoef te hebben, zolang ik maar weet dat ze er zijn.

Maakt er nog wel eens iemand na het avondeten een wandeling? Of schuiven ze tegenwoordig van tafel linea recta voor de televisie? De kijkcijfers zouden kelderen als de mensen eens wat vaker de benen strekten na het eten. Ze zouden hun buurtgenoten als zombies op hun banken zien zitten, beschenen door vibrerende lichtvlekken die telkens van kleur verschieten. Zo wil geen mens aangetroffen worden.

Vorige week was Studio Sport bij Paul Haarhuis en Jacco Eltingh over de vloer. Ze hadden zich met nog twee andere tennissers voor de televisie geïnstalleerd om naar de uitzending van een WK-wedstrijd te kijken. Heel Nederland greep naar de afstandsbediening om dat confronterende beeld weg te zappen. Daar gingen de kijkcijfers. Vliegensvlug dook de camera de keuken in. Slim gedaan. In de keuken zaten vier vrouwen aan een tafeltje te kletsen. De daling van de kijkcijfers stokte.

Af en toe wierpen de vrouwen een blik op een klein toestel, buiten beeld. Waarom zaten ze daar, mochten ze niet bij de mannen, vroeg de verslaggever. Als het spannend werd begonnen de mannen zo te schreeuwen, zeiden de vrouwen.

Dat vonden ze maar niets. Zonder mannen konden ze de wedstrijd veel beter volgen. Eén van de vrouwen stond op en begon in een flinke pan soep te roeren. Of de verslaggever soms trek in een bordje had? De kijkcijfers begonnen weer te klimmen.